
De Bijbel Open
Leestijd: 4 minDoor Jan Martijn Abrahamse
Corrie ten Boom vertelde ooit hoe zij tijdens haar gevangenschap in een concentratiekamp zelfs dankte voor de vlooien, omdat die de bewakers op afstand hielden en zo ruimte gaven voor Bijbelstudies. Christenzijn onder zulk onrecht blijft iets wat zich moeilijk laat bevatten.
Zo’n zelfde gevoel bekruipt je misschien ook bij het lezen van de eerste Petrusbrief. Wij lezen dit vanuit een vrij land met ongekende rechten en veiligheid, waardoor dit soort traumaliteratuur voor ons moeilijk te begrijpen is. Petrus schrijft aan mensen voor wie de wereld voortdurend bedreigend is. Hun vraag is niet hoe je Jezus blijft vertrouwen in een stabiel land met goede zorg en betrouwbare instituties, maar hoe je op Jezus vertrouwt terwijl je wordt geslagen, gearresteerd of met de dood bedreigd.
Zo bekeken, begrijp je waarom deze brief zich kenmerkt door scherpe en soms schokkende beschrijvingen van de verhouding tussen christenzijn en het leven in de wereld. De toon is waarschuwend en beschermend. Het lijkt of Petrus een soort quarantaine christendom schetst: hou je afzijdig, blijf zuiver, blijf buiten schot.

Download gratis de Visie-app!
Of je nu op de bank zit, onderweg bent in de trein of op vakantie in het buitenland: met één tik op je scherm duik je in hoopvolle verhalen, inspirerende interviews en alle digitale edities van Visie
Opvallend is dat Petrus het lijden niet ontkent en het ook niet gebruikt als aanleiding voor wraak. In plaats daarvan nodigt hij zijn lezers uit hun situatie te verstaan in het licht van het evangelie. Waar de cultuur kracht, status en rijkdom als bronnen van eer ziet, plaatst Petrus het verhaal van Goede Vrijdag en Pasen ernaast. Zo wordt het waardenpatroon van eer en oneer omgekeerd en krijgt lijden een nieuw reliëf: niet als teken van Gods afwezigheid, maar van zijn aanwezigheid. “Dat betekent dat de Geest van God in al zijn luister op u rust” (4:14).
Het woord dat Petrus gebruikt, verwijst naar de heerlijkheid van God, zichtbaar in de wolk en het vuur, op de berg Sinaï en later in de tabernakel en tempel. Diezelfde heerlijkheid wordt in Jezus verbonden met de weg van lijden (1:11; 5:4). Daardoor wordt lijden niet minder zwaar, maar wel anders verstaan: als deelname aan het verhaal van Christus.
Nog iets opvallends: hier kom je een van de weinige teksten tegen waar het woord ‘christen’ voorkomt (4:16; Hand. 11:26; 26:28). Letterlijk: iemand die toebehoort aan Christus. Waarschijnlijk gebeurde dat als beschuldiging: jij hoort toch ook bij die Jezus. Vandaar dat Petrus verschillende misdaden noemt waarmee christenen blijkbaar in verband werden gebracht (4:15). Er is een nauwe verbinding tussen gestigmatiseerd worden met de naam van Christus en het delen in zijn lijden.
Wie Jezus volgt, leert omdenken. Toen Martin Luther King werd weggezet als extremist, vroeg hij zijn witte ambtsgenoten: ‘Was Christus niet een extremist voor liefde?’ Zo leert ook Petrus omdenken: wie wordt uitgescholden als ‘christen’, moet zich gedragen alsof hij een compliment ontvangt.


Kom op 5 juni naar het grootste worshipconcert van Nederland
Ontdek meer