
Leestijd: 4 minDoor Jurjen ten Brinke
De verhalen in het Oude Testament zijn vaak beeldend en vol details; zo ook vandaag. Tegelijk zijn het geregeld géén verhaaltjes die uiteindelijk allemaal goed aflopen (zoals de meeste sprookjes wél eindigen).
De geschiedenis van David, Nabal en Abigaïl beschrijft thema’s als trots, eer, schaamte, wraak en liefde. Precies dat wat in de meeste films of stevige romans vandaag de dag ook terugkomt.
We lezen over een egoïstische Nabal, die zich wentelt in zijn rijkdom en bezit. Zijn vrouw lijkt met hem opgescheept en is de wijze persoon van het stel, waardoor het leven nog redelijk lijkt te lopen. Daarvoor moet zij letterlijk door het stof en geregeld ‘sorry’ zeggen. Het gedrag van haar man is tenenkrommend en om de eer te redden, springt ze voor hem in de bres.
Ze weerhoudt David ervan haar man te straffen voor zijn lompe en ondankbare gedrag. En David accepteert de zegen en het verstandige optreden (vers 33) van Abigaïl. Hij kiest er vervolgens voor “het recht niet in eigen hand te nemen”, omdat hij zich dan “schuldig zou maken aan moord”. Op grond van Abigaïls houding en woorden komt hij dus terug van zijn voornemen – beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald.
Maar God is er ook nog. Hij accepteert niet dat Nabal ermee wegkomt. De schok bij de man is groot als hij, na zijn kater, van z’n vrouw hoort wat zich heeft afgespeeld. De in onze taal (veel te vaak gebruikte) uitdrukking ‘ik schrik me dood’ zou onder andere uit deze geschiedenis afkomstig kunnen zijn. Tien dagen lang zweeft Nabal tussen dood en leven. En dan sterft hij.
Als David ervan hoort, is hij duidelijk: “Geprezen zij de HEER; Hij heeft het voor mij opgenomen tegen Nabal…” (vers 39). En hij voegt eraan toe dat hij zich realiseert dat dit hem heeft behoed voor het eigen rechter spelen.
Dat God degene is die over het oordeel gaat, komt vaak terug in de Bijbel. We lezen het bijvoorbeeld in het Oude Testament in Nahum 1:3: “De HEER is geduldig en zeer sterk, Hij laat nooit iets ongestraft.” Alsook in het Nieuwe Testament, zoals in Romeinen 12:19: “Neem geen wraak, geliefde broeders en zusters, maar laat God uw wreker zijn, want er staat geschreven dat de Heer zegt: ‘Het is aan Mij om wraak te nemen, Ik zal vergelden.’”
Dit moet ons voorzichtig maken in het nemen van revanche. We mogen verwachtingsvol rekenen op onze God, die het onrecht dat zijn kinderen wordt aangedaan uiteindelijk niet zal accepteren.
