Ga naar submenu Ga naar zoekveld

Pastor Margreet Sanders schrijft boek over jeugdige gevangenen

‘Deze jongeren zijn meer dan hun delict’

Zelfs zijn advocaat hoefde niet langs te komen. Dat kreeg pastor Margreet Sanders te horen toen ze naar een gedetineerde jongere werd gebracht. Maar nadat een medewerker van de instelling aangaf dat de pastor met hem in gesprek wilde gaan, stond hij direct op. Het antwoord op Margreets vraag waarom hij háár wel wilde spreken: “Voor God kom ik mijn cel uit.” Het werd de titel van haar nieuwste boek.

Margreet loopt al ruim 25 jaar in het pastorale werkveld rond en ging in 2020 voor zes maanden aan de slag als vervangend pastor in een jeugdgevangenis. “Ik was toe aan de uitdaging, maar ik had ook het gevoel dat ik daar nodig was. Noem het een roeping. Ik vond er ook bevestiging in: er kwamen meer aanvragen voor een pastor dan ik in mijn eentje aankon.”

Wanneer dacht je: hier moet ik een boek over schrijven?
“Mijn ervaringen waren zó intens dat ik die in dagboekvorm voor mezelf moest vastleggen. Op den duur bedacht ik ook personen bij de verhalen. Alles wat in het boek staat, is gebeurd, maar het zijn niet één op één de verhalen die ik hoorde.
De gesprekken die ik voerde, zetten me aan het denken. In de media worden jongeren die in een jeugdgevangenis verblijven afgeschilderd als tuig van de richel. Daar wilde ik een ander beeld tegenover zetten, mede aan de hand van reflecties van specialisten uit het gevangeniswezen, zoals psychiaters en juristen. Ik ontmoette jongens en meiden met gevoelens, met een verhaal.”

Lievelingseten

De gesprekken met de gedetineerde jongeren gingen vaak al snel de diepte in. Praten over favoriete tv-programma’s of iemands lievelingseten was er niet bij. “Soms kon dat ook niet, omdat de ouders van de jongeren simpelweg niet kookten. Er was geen geld voor warm, gezond eten. Deze jongeren komen uit een totaal andere wereld dan ik; ik heb geen idee hoe het voelt om zó op te groeien. De pastorale programma’s die ik tot dan toe toepaste kon ik niet gebruiken. Ik moest meedeinen op de situatie, er simpelweg voor de jongeren zijn en soms ook praten over heftige onderwerpen als de dood van een ouder of andere impactvolle gebeurtenissen in hun leven. Hen bezoeken – een opdracht die Jezus ook geeft – en naar hen luisteren was genoeg.”

Je schrijft in het boek dat je jezelf de vraag hebt gesteld wat een mensenleven nog waard is wanneer een iemand veel ellende en leed in de wereld heeft gebracht. Wat is jouw antwoord hier nu op?
“Iedereen verdient een nieuwe kans, dat is een heel christelijke gedachte wat mij betreft. Deze jongeren zijn meer dan hun delict. Ik verwijs vaak naar het verhaal van de zondige vrouw die bij Jezus wordt gebracht. Jezus zegt dat iemand zonder zonde de eerste steen mag werpen. De omstanders druipen af en Hij veroordeelt haar niet. Máár, ze krijgt de opdracht om niet meer te zondigen. Jezus vraagt om ander gedrag. Belangrijk daarbij is dat je inziet dat je iemand leed hebt berokkend. Heb je er spijt van dat je vastzit of dat je een fout hebt gemaakt? En wil je proberen die te herstellen als dat kan?
Bij een enkele jongere zag ik dat besef en die wil. Eén van de jongeren die ik sprak, stak bijvoorbeeld een kaarsje aan voor het slachtoffer van zijn delict. Bijzonder! Maar tegelijkertijd word je als pastor ook geconfronteerd met de daad én het slachtoffer. Ook op die momenten probeer ik mensen niet vast te pinnen op hun verleden. En hopelijk doen de lezers van het boek dat ook niet.”

Het boek is onder andere hier te bestellen.

Tekst: Lukas ten Napel
Beeld: Nadine Ancher

--:--