
Visie op de Bijbel
Leestijd: 3 min![]()
Een moment van Bijbelse bezinning in het weekend. 'Visie' biedt je een nieuw perspectief op een Bijbelverhaal. Lees én praat mee!
De overdenking van vandaag gaat over Daniël 1:8-16. Scroll naar beneden voor de Bijbeltekst.
Geen vlees eten lijkt misschien hip, maar Daniël ging ons meer dan tweeduizend jaar geleden al voor. Hij was een aantrekkelijke en intelligente Israëliet, uitgekozen om aan het Babylonische hof te worden voorbereid op een hoge positie. We weten van Daniël dat hij vasthield aan het geloof in de God van zijn volk. Dat zien we vaker in de geschiedenis van een onderdrukt volk. Maar Daniël staat ook pal voor de levensstijl die hoort bij het eren van zijn God. In dit geval betekent dat: zich onthouden van het eten aan het hof. Hij vroeg zijn opzichter of hij mocht bewijzen dat dit hem in goede conditie zou houden. Een getuigenis op zich!
Daniël was vastbesloten zich aan de reinheidsvoorschriften te houden en hij vroeg de hoofdeunuch toestemming zich van de spijzen en de wijn van de koninklijke tafel te mogen onthouden. God zorgde ervoor dat de hoofdeunuch Daniël gunstig gezind was. Toch zei de hoofdeunuch tegen hem: 'Ik ben bang voor mijn heer, de koning; hij heeft bepaald wat jullie zullen eten en drinken, en als hij vindt dat jullie er slechter uitzien dan jullie leeftijdsgenoten zal hij mij daarvoor verantwoordelijk stellen.' Daarop richtte Daniël zich tot de kamerheer die de hoofdeunuch aan hem en aan Chananja, Misaël en Azarja had toegewezen: 'Neem de proef op de som en laat uw dienaren tien dagen alleen groente eten en water drinken. Vergelijk ons uiterlijk daarna met dat van de jongemannen die de koninklijke spijzen eten, en beslis dan over uw dienaren op grond van wat u ziet.' De kamerheer ging op het voorstel in en gaf hun tien dagen. Aan het eind van de tien dagen zagen zij er gezonder en beter doorvoed uit dan alle jongemannen die de koninklijke spijzen voorgezet hadden gekregen. Dus diende de kamerheer hun geen koninklijke spijzen en wijn meer op, maar gaf hij hun alleen nog groente.
Tekst: Eline de Boo.