
Achtergrond
Leestijd: 9 min![]()
Wat is er mis met mijn opvoeding? vroeg Miloe van Beek zich soms wanhopig af als de ruzies bij haar thuis weer eens hoog opliepen. Tot ze erover ging praten en leerde kijken in de spiegel die haar tieners haar voorhielden. Over de moed en kwetsbaarheid die dat vraagt, schreef ze samen met Jakob van Wielink een boek.
Het was een zondagochtend en voor de verandering zat mijn oudste ook aan de ontbijttafel. Een goed moment voor een feedbackrondje, dacht ik.
“Wat vinden jullie nou echt irritant aan mij, aan ons als ouders? Wat doen we goed, wat minder?”
“Dat jullie ademen”, zei mijn 17-jarige, zonder een moment te aarzelen. “Dat jullie denken dat jullie grappig zijn maar dat niet zijn, en dat jij” – hij keek nadrukkelijk naar mij – “veel te veel vragen stelt.”
Ik ben na jaren samenleven met hem gewend geraakt aan zijn ongepolijste meningen, ironische opmerkingen (“jouw grootste talent is dingen door de war halen”) en de lol die hij beleeft aan het belachelijk maken van zijn moeder. Even zo vaak krijg ik onbehouwen knuffels, noemt hij me “mamaatje” of zegt hij ineens: “Toch echt knap dat jij zo veel pap maakt met je coaching.”
Maar die ochtend realiseerde ik me wel: feedback vragen aan je kinderen is niet eenvoudig. Het betekent incasseren, een olifantenhuid kweken, geduld hebben en weten dat op een vraag meestal geen (serieus) antwoord komt. Tenminste, niet op het moment dat je hem stelt. Drie dagen later, tijdens het uitruimen van de vaatwasser, misschien wel. Of in de auto op weg naar voetbal. Of als je net naar bed wilt gaan.

Download gratis de nieuwe Visie-app en lees Visie waar en wanneer je wilt!
De puberteit is zelden de leukste tijd van je leven. Niet voor de tiener, maar ook niet voor de ouder. Gierende hormonen, onzekerheden, onbeantwoorde verliefdheden, een flipperkastbrein, de jungle die middelbare school heet, emoties die alle kanten op schieten: tieners hebben het zwaar. En ouders worstelen vaak net zo hard. Omdat ze ineens geen contact meer krijgen met hun tieners, schrikken van de heftige emoties, geen grip meer hebben op leugens, en te maken krijgen met gamen, scrollen, vapen, alcoholgebruik of slechte cijfers. En sowieso spreken ouders simpelweg een andere taal, alleen al omdat ze zijn opgegroeid in een wereld waarin de online werkelijkheid niet of nauwelijks bestond.
De verwijdering tussen ouders en opgroeiende kinderen hoort erbij, maar we bespreken het niet zo vaak. Niet met andere ouders, niet met onze tieners. Ik heb vaak gedacht dat alleen bij mij thuis de ruzies zo hoog oplopen. Om me heen zag ik vooral gezellige gezinnen met tieners die braaf hun huiswerk maken en helpen in huis, aan Moederdag dachten en zelf een cadeautje kochten voor hun moeders verjaardag. Wat was er dan mis met mijn opvoeding?
Veel veranderde toen ik openlijker ging praten over waar ik mee worstelde en ging onderzoeken waar ik zelf vandaan kwam. Samen met een van mijn leermeesters, Jakob van Wielink, schreef ik daarom het boek Tussen leiden en loslaten. We onderzoeken wat er gebeurt als je het onbewuste bewust maakt, als je als ouder durft te kijken naar wat het gedrag van je kind in jóú oproept. Want inmiddels wist ik dat een lastige tiener niet alleen gaat over die tiener, maar minstens zoveel over jezelf. En wanneer je daarnaar durft te kijken, vind je vaak onverwachte, belangrijke sleutels naar leukere, betere relaties met je kinderen.
Een dochter bewondert haar moeder vaak, maar zet zich ook tegen haar af
De puberteit is niet alleen lastig vanwege de vele stemmingswisselingen thuis, het brengt bij ouders vaak ook eigen verhalen en herinneringen naar boven. Over onvervulde dromen, ruzies en stiltes van vroeger. Het brengt je, met andere woorden, terug naar je eigen hechtingsgeschiedenis: de wijze waarop jij als kind en tiener wel of niet nabijheid ervoer. En nabijheid is hier niet hetzelfde als liefde; het betekent dat je ouder of verzorger werkelijk beschikbaar was en zich verbond met je binnenwereld. Uit langdurig onderzoek blijkt dat bijna de helft van alle volwassenen wereldwijd overwegend onveilig gehecht is opgegroeid. Dat betekent dat er op belangrijke emotionele momenten geen ouder aanwezig was die voldoende beschikbaar was, voldoende nabij. De gevolgen – een gebrek aan vertrouwen, angsten, moeite met emoties – zijn als het ware slapend aanwezig in veel ouders, soms al decennia, en worden wakker op het moment dat hun eigen kinderen pubers worden.
Hoe merk je dit? Bijvoorbeeld aan de manier waarop je reageert op je tiener. Misschien schiet zijn of haar verdriet of somberte je ongewild terug naar die aula waar je vroeger in een hoek stond, naar de groep populaire meiden waar je bij wilde horen, naar de jongen op wie je verliefd was maar die je niet zag staan. Misschien doet een boze bui je denken aan de autoritaire reacties van je vader. Weten welke angst, pijn, welk gemis of ongemak er bij jou wordt geraakt, maakt dat je anders kunt leren reageren. Niet langer vanuit een automatische reflex, maar bewust. Zo vergroot je je noodzakelijke invloed.
Een van de meest herkenbare valkuilen voor ouders van tieners beschrijven Jakob en ik aan de hand van Lotte. Elke keer als haar 15-jarige dochter Mila verdrietig of somber is, zegt Lotte dat het heus wel goed komt, dat ze er even doorheen moet. Lotte had zelf een onveilige, emotioneel instabiele jeugd. Ze voelde zich als kind verantwoordelijk voor het welzijn van haar ouders en nam zich voor om haar dochter een onbezorgde kindertijd te bieden. Maar haar woorden komen niet aan. Sterker nog, Mila keert zich juist steeds vaker van haar af. Tieners voelen feilloos de angst en het geforceerd optimisme van hun ouders aan. Ze zijn seismografen die niet alleen hun eigen schokken registreren, maar ook de trillingen van degene die het apparaat bedient. Met de goedbedoelde ‘het komt goed’-woorden bereikt Lotte het tegengestelde: ze zegt eigenlijk dat de zorgen en het verdriet er niet mogen zijn. Dat ze ze niet wil horen. En daarmee raakt haar worstelende tiener verder van huis. Wat helpt, is iets heel anders dan sussen of oplossen: het is er simpelweg zijn. Niet meteen handelen, niet adviseren, maar laten weten: je hoeft dit niet alleen te dragen. Ouders die ongemak niet wegwuiven of verzachten, laten tieners voelen dat ze niet alleen zijn. Dat geeft vertrouwen en helpt hen om zelf weer grip te vinden.
Als ouder je eigen geschiedenis onderzoeken, is dus een reis met meerdere lagen. Boosheid en verdriet zitten soms verpakt in iets anders: perfectionisme, pleasen, afstand houden, geen hulp vragen. Dit doorbreken vraagt niet alleen een onderzoek naar herinneringen, maar ook naar je automatische reacties, je reflexen in intieme relaties. Zoals Lotte snel “het komt goed” zegt als haar dochter somber is. Sowieso hebben moeders en dochters naast een bijzondere, genetische, emotionele en sociale band soms ook een gespannen relatie. Een dochter bewondert haar moeder vaak, maar zet zich ook tegen haar af in haar zoektocht naar haar eigen identiteit. Tijdens de puberteit wordt dit zichtbaar in kleine en grote momenten: van kritiek op elkaars keuzes, tot subtiele blikken die meer zeggen dan woorden. En groeide je bijvoorbeeld zelf op met een kritische moeder, dan zal dat invloed hebben op de relatie met je eigen dochter.
En dan zijn er de vaders. Een rol die we vaak onderschatten, terwijl juist zij in de puberteit heel belangrijk zijn. Een vader kan zijn zoon laten zien hoe je frustratie en woede uit zonder dat dit destructief wordt. En dat kracht niet betekent dat je ongevoelig bent. Maar een vader die zelf opgroeide met een emotioneel of fysiek afwezige vader(figuur), zal het moeilijker vinden om een voorbeeld te zijn voor zijn eigen zoon. Wat je niet hebt geleerd, is moeilijk door te geven. Wanneer je van je kinderen verlangt dat ze respect tonen, eerlijk zijn, empathisch, niet oordelend, rustig, dan zijn dat holle frasen als je niet weet wat ze voor jou betekenen. Misschien werden ze ook van jou verwacht vroeger, verwacht je ze nu nog steeds van jezelf en projecteer je een deel hiervan op je kind. Pas als het onbewuste bewust wordt en je weet waarom je reageert zoals je reageert, kun je eerlijk zijn tegen je kind en écht gaan afstemmen.
Tegen onszelf en alle andere ouders zeggen we: vergeef jezelf
In de spiegel kijken die je tiener je voorhoudt, vraagt dus zowel moed als kwetsbaarheid. Tijdens het schrijven van dit boek voelde zowel Jakob als ik ook vaak ongemak, omdat inzichten pijnlijk herkenbaar waren. Ook wij maakten talloze fouten, schoten te snel uit onze slof, luisterden te weinig, of gingen juist te lang door met dat ene goedbedoelde maar totaal ongewenste advies.
Tegen onszelf en alle andere ouders zeggen we: vergeef jezelf. Ouderschap is een oefening in mildheid, ook tegenover jezelf. We worstelen allemaal met diezelfde onmogelijke balans: ruimte geven en begrenzen, luisteren en toch advies geven, vertrouwen en controleren, leiden en loslaten. Allemaal willen we het beste voor onze kinderen, en precies daar gaat het soms mis. Want het beste voor hen willen, betekent ook het beste van jezelf durven zien – én accepteren dat perfect ouderschap niet bestaat. Sterker nog, dat het streven daarnaar kinderen ongelukkig maakt omdat er geen ruimte is voor echte ontspanning, spel en groei. Ouderschap is geen wedstrijd, het gaat niet over cijfers of prestaties. Het is een dans waarin je soms op elkaars tenen staat, je beiden leert en hopelijk vooral ook heel vaak samen lacht.
Ben je als ouder bereid om te groeien, je eigen aandeel te zien zonder de last van oude pijn, durf je anders te denken en doen, dan zal dat jou, je tiener en misschien ook je partner veel brengen. Een relatie waarin jullie elkaar echt ontmoeten bijvoorbeeld. Gun dat jezelf én je tiener.
Tekst: Miloe van Beek


Kom op 5 juni naar het grootste worshipconcert van Nederland
Ontdek meer