
Leestijd: 5 min![]()
Lepra is een ziekte die nog steeds levens verwoest, vooral in afgelegen gebieden van de wereld. We spraken met de Nederlandse Geeske Zijp, die zich al meer dan 30 jaar inzet voor leprabestrijding in Tsjaad. Hoe belandt een Nederlandse verpleegkundige in een Afrikaans land om daar deze strijd aan te gaan? En hoe is het om te werken in een cultuur die zo anders is dan de hare?
“Na mijn opleiding als verpleegkundige ben ik in het buitenland gaan werken met verschillende organisaties, zoals Tear-Fund en Christian Outreach. Terug in Nederland en zonder werk kwam ik op een conferentie in contact met twee verpleegkundigen van Leprazending die in Indonesië werkten. Het werk dat zij deden sprak mij enorm aan, en ik besloot te solliciteren. Leprazending heeft mij vervolgens naar Tsjaad gezonden, een voor mij onbekend land.”
“Ik heb veel moeten leren in dit land, en ik leer nog elke dag. Vooral eerlijk zijn en dingen direct benoemen, zoals we dat in Nederland gewend zijn, wordt hier vaak niet goed begrepen. Terwijl het zo hard nodig is! Er wordt hier vaak om zaken heen gedraaid, waardoor problemen soms onopgelost blijven terwijl er wél een oplossing mogelijk is.”
“Het gemeenschapsleven. Mensen zorgen voor elkaar, ze delen wat ze hebben. Het is niet zo individualistisch als onze westerse cultuur. Als ik terugkom uit Nederland, wordt er niet alleen naar mij gevraagd, maar ook naar mijn hele familie. Die verbondenheid is heel bijzonder.”
“Dat zou ik eigenlijk niet weten. Misschien af en toe de frisse lucht en de natuur – bomen, het bos. Maar dat vind ik niet erg. Ik ben eraan gewend en ik heb immers zelf gekozen om hier te zijn.”
“In Mondjino, het lepradorp van Mongo, leerde ik Am Yde kennen. Ze had niemand en beschouwde mij als haar dochter. Op een dag lag ze ziek op bed en vroeg: ‘Mijn dochter, was Hij het?’ Ik begreep haar niet. Toen vertelde ze over een man in een wit gewaad die de vorige avond voor haar huisje stond, met een donker gezicht. Achter hem stonden twee vrouwen: zijn moeder en haar vriendin.
Hij sprak: ‘Ik was armer dan jij en werkte met hout. Ze hebben me gedood, maar nu dienen de mensen me. Ik wens jou en je dochter het allerbeste. Zorg ervoor dat je watervat nooit leegraakt.’ Ze vroeg opnieuw: ‘Mijn dochter, was Hij het?’ We wisten beiden het antwoord. ‘Ja, moeder,’ antwoordde ik, ‘ik denk dat Hij het was.’ Dat moment zal ik nooit vergeten. Jezus, met een donker gelaat, was bij haar op bezoek geweest.”
“In de Guéra-regio, waar wij al lang werken, is lepra sterk teruggedrongen. Steeds minder mensen raken geïnfecteerd en worden gehandicapt door de ziekte. De zwaardere vorm (multi-bacillary) wordt nu niet meer twee jaar behandeld, maar slechts één jaar met krachtige medicijnen. Toch neemt het aantal nieuwe patiënten, op nationaal niveau, nog steeds niet af. Er zijn nog te veel mensen die niet ontdekt worden en daardoor geen behandeling krijgen. Hierdoor raken ze gehandicapt en worden ze uitgestoten door de lepra.”
“Ik kan niet zeggen dat die manier veranderd is. Mensen met zichtbare verminkingen – klauwhanden, wonden aan handen en voeten, of amputaties van vingers en tenen – worden nog steeds verstoten. Omdat deze tekenen zichtbaar blijven en vaak niet meer te herstellen zijn, worden deze mensen door hun omgeving nog steeds als leprapatiënten beschouwd, zelfs als ze allang genezen zijn. Dat stigma is enorm hardnekkig.”
“Voorlichting over de eerste tekenen van lepra en training van gezondheidswerkers behoren tot onze belangrijkste projectactiviteiten. Hier blijven we mee doorgaan, zodat we handicaps en verstoting kunnen voorkomen. Als we voldoende financiële middelen hebben, willen we nog jarenlang doorgaan met de leprabestrijding in Tsjaad. Hopelijk kunnen we op een dag zeggen: Tsjaad is zonder lepra.”
Wil jij bijdragen aan het bestrijden van lepra in Tsjaad?

Dit artikel hoort bij de campagne
Mensen met lepra in Tsjaad doen weer mee dankzij jouw steun

Kom op 5 juni naar het grootste worshipconcert van Nederland
Ontdek meer