Ga naar submenu Ga naar zoekveld

Carla werd zwanger na harttransplantatie

‘Mijn dochter Mia gaat haar moeder toch een keer verliezen’

13 april 2022 · Leestijd 5 min

De 32-jarige Carla van Alem ontving veertien jaar geleden een donorhart. Hiervoor moet ze sindsdien veel medicijnen slikken die van levensbelang zijn voor haar. Toen kreeg Carla een aantal jaren geleden een kinderwens. Om die in vervulling te laten gaan, moest ze stoppen met haar medicatie omdat deze schadelijk zou zijn voor het ongeboren kind. Het was kiezen tussen twee kwaden.

Met haar eenjarig zoontje Morris op de arm dirigeert ze de 3-jarige Mia naar de woonkamer waar ze een filmpje mogen kijken. Dit alles terwijl ze facetimet. Een fysieke ontmoeting met Carla was niet mogelijk omdat haar gezondheid te kwetsbaar is vanwege het coronavirus. Maar het multi-tasken gaat haar gemakkelijk af. Ze wacht op haar man die elk moment kan thuiskomen. Op de vraag om zichzelf te omschrijven, reageert ze lachend: “Zoals je me nu ziet, geeft geen goede indruk hoor! Meestal ben ik heel gestructureerd en georganiseerd. Ik wil overal een plan voor hebben. Ik weet heel goed wat ik wil en meestal krijg ik dat ook wel voor elkaar. Ik ben opgeleid als biomedisch wetenschapper en werk vier dagen in de week, maar familie is mijn grootste prioriteit. Voor familie laat ik alles vallen.”

Statistiek

Sinds haar harttransplantatie staat Carla anders in het leven. “Sommigen zien rond hun veertigste pas het licht. Ze ontdekken dat familie belangrijk is en bierzuipen niet zo heel erg interessant is, maar ik had dat natuurlijk al heel vroeg. Ik ben vrij vroeg begonnen met het genieten van de belangrijke dingen.” Hoewel ze gek is op statistieken en wetenschapper ten voeten uit, is haar leven allesbehalve volgens de statistieken. “De combinatie van hartkanker en harttransplantatie kwam ruim tien jaar geleden eigenlijk niet voor. Het was in ieder geval op één hand te tellen, waarvan er nog maar twee patiënten in leven zijn. De tumor die ik had, was helemaal vergroeid met de linkerhelft van mijn hart en de functie van mijn hart was zo verzwakt. Toen ik hoorde dat ik hartkanker had, was mijn eerste gedachte: ik hoop niet dat ik doodga, dus wat kunnen we hieraan doen? Operatief konden ze niks doen en omdat deze kanker nog zo onbekend was, was chemo of bestraling niet mogelijk. Het enige wat ze nog konden doen, was een harttransplantatie.”

Zwanger

Carla is gek op haar kinderen Morris en Mia en is ‘vooral mama’ wanneer ze thuis is. Het feit dat ze moeder is, is helemaal niet vanzelfsprekend. “Een zwangerschap kon voor mij heel gevaarlijk zijn vanwege mijn hart. Een donorhart komt nooit op honderd procent als een eigen gezond hart. En ik moet dus altijd medicijnen slikken, die gevaarlijk zijn voor het ongeboren kind. Samen met mijn man hebben we alles afgewogen, hij is ook wetenschapper. Maar uiteindelijk winnen de hormonen het dan toch gewoon!”

'Wil ik dat Mia alleen achterblijft of dat ze een broertje of zusje heeft?'

Carla gaat het avontuur aan: ze stopt met haar medicatie en wordt zwanger. “Een van de voorwaarden was wel dat ik dan op de ic of hartbewaking moest bevallen, maar uiteindelijk ging alles zo goed dat ik gewoon op de verloskamer ben bevallen van Mia.” Maar het blijft niet bij één kindje, want ruim een jaar geleden werd broertje Morris geboren. “Ook een tweede weeg je weer samen af. Voor mij speelde de gedachte dat Mia haar moeder zou kunnen verliezen tijdens deze tweede zwangerschap natuurlijk mee. Maar in mijn achterhoofd speelde ook deze gedachte: mijn levensverwachting is met de medicijnen die ik slik sowieso beperkt, dus Mia gaat toch een keer haar moeder verliezen, dat is gewoon hoe de natuur werkt. Dus wat wil ik? Wil ik dat Mia dan alleen achterblijft of dat ze een broertje of zusje heeft waaraan ze steun heeft als ik er niet meer ben?”

Beperkt houdbaar

Was alles wat Carla heeft meegemaakt misschien een wonder van God? Carla: “Nee, daar ben ik te veel een wetenschapper voor. Ik ben wel katholiek opgegroeid, maar ik heb me laten uitschrijven bij de katholieke kerk. Ik geloof in de wetenschap en heb dus gewoon geluk gehad. Ik leef wel anders na alles wat er is gebeurd. Ik kijk niet meer drie jaar vooruit. Ik leef meer op kortere termijn. Een donorhart gaat doorgaans vijftien tot twintig jaar mee en ik zit in jaar veertien. Maar ik zit niet in de zes jaar modus hoor, zo van: ik heb dus nu nog zes jaar over. Verre van dat! Harttransplantaties zijn pas sinds 1960 mogelijk dus ze weten het ook niet zeker hoe lang een donorhart eigenlijk meegaat. Het is maar een schatting.

'Ik ben gestopt met googelen'

In principe zou ik nog een keer een donorhart kunnen krijgen, als deze ‘op’ is, maar het is vaak niet dat het hart het begeeft, maar je nieren vanwege de schadelijke medicijnen. Ik ga me in ieder geval niet druk maken over dingen die misschien kunnen gebeuren en ik ben ook gestopt met googelen. Ook ten opzichte van werk, werk ik om te leven en leef ik niet om te werken. Toen ik dit hart kreeg, was ik heel jong en gezond dus ik ga ervan uit dat ik nog heel lang mee kan. Ik kan me wel zorgen gaan maken, maar dat vind ik zonde van het leven dat ik nu heb.”

Tekst & Interview: Jeannette Coppoolse (@copporight)
Fotografie: Linda Roelofs, Studio Linmaakt
Visagie en styling: Joselien Hoogendam

--:--