
Is het al zover?’: Margje Fikse schrikt als er twee gewapende soldaten uit de mist opdoemen
Column
vandaag · 11:54| Leestijd:3 min
Update: vandaag · 11:54
Het was mistig, toen ik met de honden door het weiland liep. In de verte doemde een gedaante op. Toen ik beter keek, zag ik dat het er twee waren. Ze liepen in een rechte lijn op me af.
De honden zagen hen ook en voordat ik ze kon terugroepen, waren ze er al vandoor, enthousiast als altijd. Ik hoorde een hoog gilletje, van schrik natuurlijk, maar het tweetal hield strak koers en kwam steeds dichterbij.
Surrealistisch beeld
Zag ik dat nou goed? Twee militairen? De figuren droegen camouflagekleding en marcheerden doelgericht met hun geweren voor de borst, klaar om in actie te komen bij het minste teken van onraad. Het was een surrealistisch beeld en even schoot het door me heen: is het al zover? Is de dreiging voor Nederland zo groot dat hier, langs de Veluwse bosrand, militairen patrouilleren?
Is de dreiging voor Nederland zo groot dat hier, langs de Veluwse bosrand, militairen patrouilleren?
Watergeweer
Het waren wel kleine soldaten. En toen ze vlak bij me waren, zag ik hoe dat kwam. Het waren jongetjes van een jaar of 10. “Goedemorgen mevrouw!” riepen ze enthousiast. Ik keek nog eens naar de geweren. Die ene zwarte leek even indrukwekkend echt, maar net als het andere – een kleurrijk paars-groen-blauw geval – bleek het een watergeweer te zijn.
- Waarom een noodpakket niet alleen over spullen gaat, maar ook over omzien naar je naaste
Waarom een noodpakket niet alleen over spullen gaat, maar ook over omzien naar je naaste
Goed terrein voor soldaten
De jonge soldaten vertelden me dat ze al zeven kilometer hadden gelopen. Ze deden uitgebreid verslag van alles wat ze onderweg waren tegengekomen. “M-m-maar h-h-hier is het w-w-wel heel m-m-mmooi”, stotterde de jongste. “Ja,” beaamde de ander, “dit is echt goed terrein voor soldaten. Met al die bomen, struiken en dat hoge gras.”
We keuvelden nog even verder. Toen zag ik het: ze waren er klaar mee. De missie riep. “De vijand komt eraan, we moeten gaan”, zei de oudste vastberaden. Ze renden weg en riepen nog: “Dag mevrouw!”
Ik keek ze na, twee kleine figuren die verdwenen in de mist, en bad zachtjes dat het – voor hen en voor ons allemaal – bij deze gefantaseerde vijand mag blijven.








