Ga naar submenu Ga naar zoekveld

De invloed van hormonen op je gewicht

Afvallen? Soms is ‘minder eten, meer bewegen’ niet genoeg

3 juli 2022 · Leestijd 7 min

Je wilt afvallen, maar het lukt niet. Toch let je heus wel op je voeding. Bewegen doe je ook genoeg. Waar gaat het dan fout? En waar komt die onbedwingbare ‘lekkere trek’ vandaan? Endocrinologe Liesbeth van Rossum, hoogleraar aan de Erasmus Universiteit en co-auteur van de internationale bestseller 'VET belangrijk', vertelt over de invloed van hormonen, slaap, stress en medicatie op je gewicht.

Onze hormoonhuishouding is een buitengewoon vernuftig systeem. Zo bevat ons lichaam een eetlustopwekkend hormoon dat ghreline heet. En we hebben het verzadigingshormoon leptine, om een seintje te geven dat we vol zitten. Maar bij verstoring van die mechanismen komen mensen soms alsmaar aan. Beroemd voorbeeld is een tekort aan schildklierhormoon, waardoor je stofwisseling vertraagt. Ook medicijnen met bijnierschorshormoon (prednison!) zijn beruchte dikmakers.

Mannen en vrouwen worden zwaarder met het klimmen der jaren. Dat hangt samen met hormonale systemen

Dat de terechtwijzende dooddoener ‘Ieder pondje gaat door ’t mondje’ niet altijd opgaat, ontdekken heel wat vrouwen tijdens de overgang. Hoe kan dit? Volgens endocrinologe Liesbeth van Rossum heeft dat niet één oorzaak. “Normaliter maken vrouwen zowel vrouwelijke als mannelijke hormonen aan, oestrogenen en androgenen. Dat gebeurt in de eierstokken en bijnieren. Maar in de overgang maken je eierstokken minder hormonen aan en verschuift je hormoonbalans meer richting androgenen. Zo ontstaat er een mannelijker patroon van vetverdeling, met meer buikvet.”

Daarnaast zijn er aanwijzingen dat de stofwisseling vertraagt, vertelt ze. “En sowieso worden zowel mannen als vrouwen zwaarder met het klimmen der jaren. Ook dat hangt samen met hormonale systemen. Zo neemt het groeihormoon (GH) af, dat we als kind nodig hebben om te groeien en als volwassenen voor een gezonde lichaamssamenstelling qua bot-, spier- en vetmassa’s. Bij veroudering daalt het GH-niveau; dat is een natuurlijk proces. Al lijkt extra bewegen wel te helpen tegen overgangskilo’s.”

Overgangskilo’s

Van Rossum: “Vet op de heupen kun je vervelend vinden, maar écht kwalijk is het viscerale vet, het witte buikvet dat onder je buikspieren en rondom én in je organen zit.” Vet is overigens zelf ook een orgaan, legt ze uit, met eigen vetcellen: “Die produceren wel honderden hormonen en andere stoffen, en staan weer in verbinding met de hersenen en andere organen. Bij te veel vet ontstaan er allerlei ontstekingsstofjes plus een hormonale disregulatie, die kunnen leiden tot allerlei ziekten.”

Meer bewegen dus. Maar hoe? “Nou, dat verschilt voor overgangskilo’s niet wezenlijk van andere kilo’s. Het beste is een combinatie van cardio – dus even je hartslag omhoog brengen en flink zweten – en minstens 150 minuten in de week matig-intensief bewegen, bijvoorbeeld stevig wandelen. Het is ook belangrijk om twee keer per week spier- en botversterkende oefeningen doen. Want als je spiermassa aanmaakt, word je fitter. Je krijgt een betere vetverbranding en suikerstofwisseling, ook als je ’s nachts slaapt. Een goede spiermassa is een van de beste voorspellers van gezond ouder worden."

Als je eenmaal obesitas hebt, is het vet ziek; je vethormonen werken niet goed meer

‘Dik ben je niet voor de lol’ was de titel van haar oratie, de voordracht die ze hield toen ze in 2016 hoogleraar werd. Een van haar specialismen is obesitas, dat in Europa en door de WHO officieel als ziekte is erkend. Van Rossum: “De bekendste oorzaak van obesitas is ongezond leven. Maar vaak spelen er nog andere factoren: stress, sociale situaties, bepaalde medicijnen, hormonale factoren en soms zeldzame ziekten. Als je eenmaal obesitas hebt, is het vet ziek; je vethormonen werken niet goed meer. En als je afvalt, zal je lichaam altijd terug willen naar het hogere gewicht.”

Obesitas vergt adequate behandeling, benadrukt ze. “Maar het wordt nog te weinig serieus genomen. Er vindt ook nauwelijks goede diagnostiek plaats en bepaalde oorzaken worden vaak gemist. Terwijl overgewicht gerelateerd is aan dertien vormen van kanker en aan hart- en vaatziekten! En heb je zo’n ziekte eenmaal, dan wordt er opeens wél aan diagnostiek en behandeling gedaan … Bovendien verstoort een teveel aan visceraal vet onder meer je immuunsysteem. Zo draagt het bij aan een slechter beloop van infecties.

In haar oratie noemde ze twee dramatische voorbeelden. Zoals Corné, de jongeman die als baby al onverzadigbaar was; hij kon gewoon niet stoppen met eten. Artsen berispten zijn moeder, totdat zij hem grondig liet onderzoeken. Wat bleek? Corné heeft een aangeboren ‘MC4-receptordefect’. MC staat voor het melanocortine-systeem, dat eetlust en verzadiging reguleert. Bij Corné bereikte het hormoon leptine niet het verzadigingscentrum in zijn hersenen. Gevolg: een extreem hongergevoel. Gelukkig bestaat er nu nieuwe medicatie die dat gevoel afremt. 

Stresshormoon

Of neem Hans, die binnen één jaar dertig kilo aankwam. Na lang puzzelen bleek ook dit hormoongerelateerd: vanwege zijn huidziekte gebruikte hij grote hoeveelheden medicinale zalf. Daarin zat de boosdoener, namelijk een corticosteroïd. En hoewel Hans’ probleem extreme vormen aannam, lijkt het ook bij onze ‘gewone’ overtollige kilo’s verstandig om – als je medicijnen gebruikt − de bijsluiter nog eens te lezen en/of je arts te raadplegen.  

“Corticosteroïden behoren namelijk tot dezelfde klasse hormonen als het stresshormoon cortisol,” licht Van Rossum toe. Cortisol kan het afvallen soms flink bemoeilijken. In acute stresssituaties bewijst het hormoon ons goede diensten, maar bij langdurige stress – denk aan werkdruk, verdriet of pijnklachten − gaat het weleens mis. Van Rossum somt de chronische effecten van cortisol op: “Een grotere buikomvang en meer risico op hoge bloeddruk, hartproblemen, diabetes, depressie enzovoort. Bij langdurig overmatige cortisolproductie wordt je vetmassa herverdeeld en krijg je buikvetstapeling. Bovendien geeft cortisol een signaal af aan je brein om meer trek te krijgen. En dan vooral in hoogcalorische voeding: de snacktrek! Daardoor grijpen gestreste mensen bijvoorbeeld graag naar chocola.” 

Je gewicht ligt vast in de genen, maar er spelen ook psychosociale factoren mee

Wie gezond wil leven, moet dus ook iets tegen die stress doen, betoogt ze. “Bij stress vráágt je lichaam gewoon om die chocola. Dan kun je proberen om dat met wilskracht tegen te gaan, maar ja: we maken zo’n tweehonderd voedselkeuzes per dag, en merendeels onbewust. Voor je het weet heb je alweer iets ongezonds gegeten.”

Toch: als je bedenkt dat driekwart van de supermarkt is gevuld met ongezonde producten, is het nog verbazend dat ‘slechts’ de helft van de bevolking overgewicht heeft, vindt ze. “Je gewicht ligt voor zo’n zestig procent vast in de genen. Maar er spelen ook psychosociale factoren mee. Zoals armoede, waardoor je eerder goedkope, ongezonde producten eet. Culturen waarin maaltijden staan voor gastvrijheid. Slaaptekort waardoor hongerhormonen verstoord raken. Bepaalde medicijnen … Al die elementen kunnen bijdragen bij aan overgewicht. Dus met de kreet ‘Eat less, move more’, ga je voorbij aan de complexiteit van het probleem. 

Je moet obesitaspatiënten ook niet op dieet zetten, maar een gerichte leefstijlinterventie doen. Gezond eten, bewegen en leefstijlcoaching. Die coaching wordt overigens vergoed via het basispakket.” Wanneer leefstijlinterventie onvoldoende werkt, zijn er – afhankelijk van de ernst van het overgewicht − verschillende vervolgstappen. Zoals aanvullend gewichtsverlagende medicatie of een chirurgische ingreep. “Helaas wordt die medicatie momenteel niet vergoed,” verzucht Van Rossum.

Bruin vet

Tot slot een lichtpuntje: naast het viscerale vet bevat ons lichaam ook een fantastisch vet. Namelijk het bruine vet, dat energie omzet in warmte en het overtollige (witte) vet verbrandt. Deze ‘kachel’ wordt geactiveerd door kou, vertelt Liesbeth van Rossum. “Daar loopt nog veelbelovend onderzoek naar. Twee uur per dag de verwarming op 17 graden lijkt al te helpen bij het afvallen. Proefpersonen raakten daarbij alleen vet kwijt, dus géén spiermassa. Ook negentig seconden koud douchen heeft mogelijk enig effect. Zulke kleine hulpmiddeltjes kosten niks, en ze zijn nog goed voor het milieu en de energierekening ook.”

Mariëtte Boon & Liesbeth van Rossum / VET belangrijk. Feiten en fabels over voeding, vetverbranding en verborgen dikmakers. Ambo|Anthos, 2019

Tekst: Margaretha Coornstra
Beeld: Shutterstock

--:--