Ga naar submenu Ga naar zoekveld

‘Die laatste vakantie moet de tumor er al hebben gezeten’

Bert verloor zijn jongste zoon

Het onvoorstelbare overkwam Bert Troost en zijn vrouw Bea. In 1992 verloren zij hun 5-jarige zoontje Jarnoud aan een hersentumor. “Kort voor de totaal onverwachte diagnose zeiden we nog: ‘Wat zijn we gezegend; alles loopt hier op rolletjes en we hebben geen problemen.’”

In 1991 genoten ze samen met hun vijf kinderen volop van een zorgeloze vakantie in de Harz, Duitsland, toen Bert (1952)
en Bea voor het eerst iets opviel aan hun jongste: Jarnoud leek last te hebben van een lui oog. Dat kwam vaker voor in de familie. Maar er bleek heel wat anders aan de hand.

'Hij vertrouwt het niet'

“Op biddag 1992 ging mijn vrouw met hem naar de huisarts, om naar dat oog te laten kijken. Ik zat in een vergadering toen Bea me belde: ‘De dokter wil dat we dírect naar het ziekenhuis gaan; hij vertrouwt het niet...’ Dus wij naar het ziekenhuis, in Ede. Daar deden ze direct aardig dramatisch; zij verwezen ons door naar het UMC in Utrecht. Diezelfde avond kregen we het slechtnieuwsbericht: ‘Er zit een tumor in de hersenstam die niet operabel is; we kunnen er helaas niets aan doen.’ Die laatste vakantie moet de tumor er al hebben gezeten.”

Gaven ze een prognose?
We wisten dat het een kwestie van karrenvrachten pijnstillers zou worden, en kregen te horen dat hij waarschijnlijk hooguit
nog twee maanden te leven had. Uiteindelijk werd dat bijna een halfjaar. Een heel heftige tijd.”

Je knieën stuk gebeden om genezing?
Ja.Bea vond de weg ondraaglijk en zag Jarnoud steeds meer inleveren. Maar zelf had ik altijd veel geloof en vertrouwen dat God een wonder kon doen en dat Jarnoud zou genezen, hoewel ik de ernst van de situatie besefte. Onze huisarts zei: ‘Als hij toch komt te overlijden, krijg jij een enorme klap.’”

Het genezingswonder bleef uit?
“Inderdaad. Maar het wonder was wel dat ik – ondanks de pijn en het verdriet van dit verlies – niet onderuit ben gegaan, wat velen om ons heen hadden verwacht.”

Was Hij er tóch, ergens in de diepten van het lijden?
“Ja. Ook in dalen van diepe duisternis is Hij er, zoals Psalm 23 zegt. Over het alge- meen kreeg ik de kracht om die moeilijke weg te gaan. Natuurlijk vloog het me bij momenten aan, dat lijden van zo’n heel klein kind. Functies vielen uit. Hij kon bijvoorbeeld amper meer praten, terwijl hij nog veel wilde zeggen... Dat grijpt je enorm aan. Maar dwars door alles heen wist ik me gedragen door God.”

Lees ook: Petra verloor twee kinderen
Lees ook: Petra verloor twee kinderen

Hoe was Jarnoud zelf in die laatste levensfase?
“Eerst vroeg hij steeds: ‘Wanneer word ik beter?’ Maar van de ene op de andere dag zei hij ‘zomaar’ de hele middag: ‘Ik wil naar de Here God toe.’ We hebben nooit tegen hem gezegd: ‘Je komt te overlijden.’ Het is ook heel heftig om zoiets tegen zo’n klein knulletje te moeten zeggen, die amper begrijpt wat er allemaal met hem gebeurt en wat dat inhoudt. We geloven dat de heilige Geest dit verlangen in hem heeft gelegd. Na die middag is hij al heel snel in coma geraakt. In augustus 1992 overleed hij.”

Hoe was jullie eerste zomervakantie na zijn overlijden?
“Bea wilde niet op vakantie: ‘Ik kan toch nergens van genieten.’ Terwijl ik het leven weer zo veel mogelijk wilde oppakken. Toen vroegen gelovige vrienden in Engeland of we naar hen toe wilden gaan. Uiteindelijk zag ook Bea het zitten. Dat werden waardevolle vakantieweken. Met veel momenten vol intens verdriet, pijn en verwarring, en gemis. Maar óók momenten waarop we, ondanks alles, weer konden genieten.”

‘Geen kind is zo aanwezig als het kind dat wordt gemist’, zegt men wel.
“Dat is zo.”

Slijt dat gevoel mettertijd?
“De tijd heelt niet alle wonden. De wond blijft. Maar de pijn en het verdriet worden wel mílder – Goddank.”

Geschreven door

Gert-Jan Schaap

--:--