
Dit leer je van de kluizenaar die niet met rust gelaten werd (en drie andere verhalen over genezingen)
Inspiratie
vandaag · 10:01| Leestijd:5 min
Update: vandaag · 10:01
Wonderlijke genezingsverhalen zijn niet voorbehouden aan de Bijbel. De hele kerkgeschiedenis door komen ze voor. Vaak bevat zo'n verhaal een mooie les. Hier volgen vier voorbeelden door de eeuwen heen.
Smith Wigglesworth, de loodgieter die predikant werd
“Waarom draag je een bril als je gelooft dat God geneest?” Smith Wigglesworth (1859-1947) is streng tegen een brildragende broeder. Hij is er dan ook van overtuigd dat God iedereen die gelooft kan genezen, en trekt met die boodschap de wereld rond. Deze loodgieter werd gevormd bij het Leger des Heils, maar na zijn kennismaking met de jonge pinksterbeweging raakt hij vol vuur over de heilige Geest. En bij die Geest horen genezingen, gelooft hij. Hij legt duizenden de handen op, en als dat niet kan – in Zweden wordt het hem verboden door de autoriteiten – zegt hij gewoon dat mensen zichzelf de handen op moeten leggen.
Ik sla de zieken niet, ik sla de boze geest in hen
Daarbij schuwt hij heftige woorden niet: “Kanker is een levende, boze geest!” En tegen een man die voor de tweede keer een gebedsbijeenkomst bezoekt, zegt hij: “Heb ik gisteren niet voor je gebeden? Twee keer bidden is een teken van ongeloof! Je zit er vol mee, van het podium af!” Soms slaat hij zelfs zieke mensen (“Ik sla de zieken niet, ik sla de boze geest in hen”). Toch wordt ook Smith met de jaren wat milder – en aan het eind van zijn leven draagt hij zelfs een brilletje. Tot zijn dood blijft hij preken en bidden om genezing – maar zijn vurige uitspraken gaan steeds vaker gepaard met een zacht woord.
Naar de biografie ‘Wigglesworth, the complete story’.
Geert Groote, genezen na een boekverbranding
Als Geert Groote in 1372 zijn geboortestad Deventer bezoekt, zit hij op de top van zijn carrière. Als hoge geestelijke krijgt hij veel geld en weinig verantwoordelijkheden, en daar geniet hij volop van. Maar dan wordt hij ernstig ziek: waarschijnlijk krijgt hij de pest. Hij is zo ziek dat hij verwacht te sterven. Maar de prior die hij laat komen om hem de laatste sacramenten toe te dienen, weigert resoluut. Geert bezit boeken over zwarte magie. Dat past een christen niet. Geert geeft toe en – hoewel doodziek – verbrandt zijn boeken in het openbaar op de Brink.
Kort daarna geneest hij. In de jaren erna gooit Geert Groote het roer radicaal om. Hij geeft al zijn kerkelijke functies op en zet zijn huis open voor serieuze Bijbelstudie. Geert Groote wordt bekend als kerkhervormer en grondlegger van de moderne devotie: een hervormingsbeweging die aandacht voor persoonlijk geloof combineert met een radicale, gehoorzame levensstijl. Twaalf jaar na zijn wonderlijke genezing overlijdt Geert Groote op 44-jarige leeftijd alsnog aan de pest.
Naar de Canon van Nederland, waar Geert Groote een hoofdstuk heeft.
Fransiscus van Assisi en de zieke met de zwarte ziel
Hij moet wel door de duivel bezeten zijn, mopperen de broeders van het ziekenhuis vlak buiten Assisi. Ze verplegen er leprapatiënten: besmettelijke zieken, die door niemand worden aangeraakt. Een van die zieken slaat de mensen die hem verzorgen en vloekt als een ketter. Als Franciscus van Assisi (1182-1226) het ziekenhuis bezoekt, wenst hij de man vrede. “Wat voor vrede? Ik rot hier weg en stink!” antwoordt de man, en hij begint te schelden. Franciscus trekt zich terug en bidt voor de zieke. Dan gaat hij weer naar diens bed: “Mijn zoon, laat mij je verplegen. Over de anderen ben je niet tevreden.” De man schokschoudert: “Mij best. Maar wat kun jij doen wat de anderen niet kunnen?” Franciscus: “Ik zal doen wat jij wilt.” De man denkt even na. Dan zegt hij: “Ik wil dat jij me wast, van top tot teen, want ik stink zo hard, dat ik mezelf amper verdraag.”
Wat voor vrede? Ik rot hier weg en stink!
Voorzichtig kleedt Franciscus de man uit en wast hem met warm, geurig water. En overal waar Franciscus hem aanraakt, geneest zijn vlees. Maar meer nog: de zachte aanraking geneest de ziel van de zieke, en hij verandert in een vriendelijk mens.
Naar ‘De Fioretti’, een bundel verhalen over Franciscus uit de veertiende eeuw.
St. Cuthbert, de man die boten vol zieken trok
Op het woeste Farne-eiland, aan de Engelse oostkust, groeit een gewone jongen op: Cuthbert (634-687). Maar als hij op zijn 17e aan het schapenhoeden is, krijgt hij een visioen en besluit hij monnik te worden. Al snel wordt hij populair: mensen vragen hem om raad, hij adviseert edelen en hij blijkt een bijzondere gave te hebben: op zijn gebed genezen mensen. Na een paar jaar wordt hij abt van het klooster op het eiland. Van heinde en verre komen mensen voor advies en genezing.
- Download gratis de nieuwe Visie-app en lees Visie waar en wanneer je wilt!
Download gratis de nieuwe Visie-app en lees Visie waar en wanneer je wilt!
Als hij 40 is, benoemt de Rooms-Katholieke Kerk in Engeland hem tot bisschop. Met tegenzin zegt hij ‘ja’ en vertrekt naar York. Maar nog geen twee jaar later besluit hij zich als kluizenaar terug te trekken op een verlaten eiland. Rust wordt hem niet gegund: boten met Engelsen, op zoek naar genezing, varen af en aan. Als Engeland getroffen wordt door een zware pestepidemie, genezen velen na zijn gebed. Van stilte komt het weinig. Maar Cuthbert geloofde dat de nood van anderen belangrijker was dan zijn eigen verlangen naar stilte. Nog altijd is Cuthbert een van de belangrijkste heiligen van Engeland.
Naar ‘Bede’s life of St. Cuthbert’, een levensbeschrijving uit de achtste eeuw.








