
Reportage
Leestijd: 7 minDoor Pieter-Jan Rodenburg
Dit jaar mogen de gele engelen van de ANWB tachtig kaarsjes uitblazen. Om die verjaardag te vieren, liep Visie een dagje mee met wegenwacht Gilbert de Rover. “Het gaat niet alleen over de auto, maar ook over de mens.”
Zuchtend kijkt Matthijs naar zijn hippe Gazelle-bakfiets. “Weet je zeker dat ik hiermee naar de fietsenmaker kan fietsen?” vraagt hij. Wegenwacht Gilbert de Rover (54) trekt even zijn wenkbrauwen op. “Zo ver is dat toch niet? Gewoon even de brug over.” Opnieuw zucht Matthijs. “Het is wel een hoge brug.” Gilbert lacht. “Dat kun jij! Denk maar aan wielrenner Pogačar, dan kom je er wel.” Matthijs pakt de bakfiets over van de wegenwacht en loopt ermee weg.
We staan in een gloednieuwe woonwijk aan de rand van Utrecht. Vandaag is dit het werkterrein van wegenwacht Gilbert, die Visie een dag op sleeptouw neemt. Een kwartier eerder kwam Gilbert met zijn kanariegele elektrische Volkswagen-busje aan bij Matthijs en zijn bakfiets. Ideaal, zo’n bakfiets: een goed alternatief voor een tweede auto, met plek voor twee kinderen, de hond en dan nog ruimte voor een picknickmand ook. Matthijs wilde er vanmorgen zijn kinderen mee wegbrengen, maar kreeg de fiets bijna niet van zijn plek. De elektrische motor deed het niet. ‘Foutcode 500’, meldde de fietscomputer. Dus belde hij de ANWB, die sinds 2012 ook gestrande fietsers helpt.
Gilbert probeerde een rondje te rijden, zette de fiets op de standaard, legde een rubberen matje neer en knielde ernaast. Met zijn tong tussen zijn lippen en een diepe rimpel in zijn voorhoofd manoeuvreerde hij een schroevendraaier tussen de dikke strengen kabels bij het motortje. Misschien zat er een stekker los. Maar helaas: het is de motor. En die kan hij niet ter plekke repareren.
“Soms voel ik me een maatschappelijk werker”, zegt Gilbert even later, op weg naar het volgende pechgeval. “Je komt bij zó veel verschillende mensen. De ene keer heeft iemand verschrikkelijk veel haast, de andere keer zijn mensen verlegen om een praatje. En bijna altijd gaat het niet alleen over de auto, maar ook over de mens.” Het is een van de redenen dat hij al 28 jaar wegenwachter is: de afwisseling, het contact, de dankbaarheid als mensen weer op weg kunnen.
De beste auto? Een Ferrari, die kom ik nooit tegen
Meestal rijdt Gilbert rond in Utrecht. “Da’s een grote stad, je komt er heel diverse mensen tegen. Maar agressie? Dat kom ik zelden tegen. Natuurlijk verwachten sommige mensen dat alles snel gefikst wordt, of zijn ze geïrriteerd als het wachten lang duurt. Maar in 28 jaar is het nog nooit uit de hand gelopen. Ik kom om te helpen, dat weten mensen best.”
En mocht het toch misgaan, dan is er altijd nog de noodknop in de Wegenwacht-app op zijn telefoon. “Als ik die indruk, gaat alles in de alarmstand; ik krijg direct voorrang boven andere meldingen. De alarmcentrale belt me meteen op en vraagt wat er aan de hand is. Maar in de praktijk gebruik ik ’m alleen als ik bij een ongeluk kom.”
Zulke ongelukken komen we vandaag niet tegen, wel veel kapotte accu’s. In de Ford Focus van Robin bijvoorbeeld. “We gaan er volgende week mee op vakantie”, vertelt de jonge vader. Zijn kinderen kijken vanaf het keukenraam toe hoe Gilbert onder de motorkap duikt en de testapparatuur aansluit. “We heten niet voor niets Wegenwacht”, grijnst hij. “Soms kunnen we weinig anders dan wachten.”
Twee minuten later is het duidelijk: de accu moet worden vervangen. Nog weer tien minuten later kan Robin naar zijn werk. Ook de volgende stop, bij de twaalf jaar oude Volkswagen Passat van Mark, is een gevalletje kapotte accu. Tijdens het wachten vertelt Mark over zijn werk bij een ontwikkelaar van chipmachines. Ondertussen checkt Gilbert ook even het oliepeil. Mark heeft gelukkig nog een half litertje 5W-30 in de schuur; dat kan er meteen bij.
Gilbert was de eerste wegenwacht van Nederland die elektrisch reed, vertelt hij als we weer onderweg zijn. Inmiddels rijdt het gros van de ANWB-vloot elektrisch. “Heerlijk”, vindt hij. “Ik ben echt ambassadeur van elektrisch rijden geworden. In het begin was het not done, zeker niet voor petrolheads als de wegenwachten. Maar als je eenmaal om bent, wil je niet anders meer. Het is stil, het rijdt soepel, en bij een pechgeval sta ik niet de hele tijd in die tak-tak-tak-dieselherrie en -stank.”
Lachend denkt hij terug aan zijn eerste Wegenwacht-auto: een kleine Volkswagen Polo. “Kunststof dak, geen airco: dat was afzien in de zomer!”
Op het schermpje verschijnt de volgende melding: een Opel Corsa uit 2005 wil niet starten. En, heeft de meldkamer erbij gezet, bel de dame een paar minuten voordat je aankomt, want ze is slecht ter been. “Dat probeer ik sowieso”, zegt Gilbert. “Dan zijn mensen voorbereid op mijn komst, dat scheelt irritatie.”
Onderweg beantwoordt Gilbert wat typische verjaardagsvragen. Welke auto het minst betrouwbaar is, bijvoorbeeld. Hij blijft er wat neutraal onder: “Sommige modellen kom ik vaker tegen dan andere.” En de beste? Hij grinnikt. “Een Ferrari. Die zie ik als wegenwacht nou nooit langs de kant.” Hij vertelt ook over een gestrand stel dat op weg was naar het vliegveld. “Kapotte dynamo. Dat fiks je niet zomaar. Ze gingen naar hun kinderen en waren óp van de zenuwen. Ik vond dat zo sneu. Toen heb ik geregeld dat de auto naar het servicecentrum ging en dat ik hen naar Schiphol kon rijden. Die mensen zijn nu ANWB-fans voor het leven.”

Ook dat is het mooie van werken voor de ANWB, zegt hij. “Wij worden niet afgerekend op hoe snel of hoe langzaam we iets doen. Natuurlijk, als ik per dag niets anders doe dan één accu vervangen, krijg ik daar vragen over. Maar ons doel is mensen helpen. En de ene keer kost dat nu eenmaal wat meer tijd dan de andere keer.”
Bij de Opel Corsa van mevrouw Vinke parkeert Gilbert zijn wagen. Ze komt juist rustig aangewandeld: een opgewekte senior die de wegenwacht hartelijk begroet. Vanmorgen ging ze naar de kapper, kwam terug en toen wilde de auto niet meer starten. “Ik heb hem al bijna twintig jaar en hij heeft me nog nooit in de steek gelaten”, vertelt ze. En jawel: wéér de accu. Terwijl Gilbert die met enige moeite loshaalt – hij moet eerst een rubberen strip verwijderen – vertelt zij over haar heupoperatie, de revalidatie, haar hobby’s en hoe haar ouwe trouwe Opeltje haar overal naartoe brengt. De 129 euro voor een nieuwe accu betaalt ze graag. “Ik zou niet weten wat ik zonder mijn autootje zou moeten. En mijn rijbewijs is net weer verlengd, dus ik mag nog gewoon de weg op!”
Dankbaar zwaait mevrouw Vinke ons uit. Op naar de volgende melding: een Renault bij een afvalverwerkingsbedrijf. “Vast een lekke band”, gokt Gilbert monter. “Die kom ik daar nogal eens tegen.” Het blijkt – opnieuw – een kapotte accu. Tussen de containers en af en aan rijdende vrachtwagens verwisselt Gilbert ’m, stapt in en kijkt op zijn scherm. De gele, elektrische bus zoemt alweer verder, op naar de volgende melding.

