
Inspiratie
Leestijd: 4 minDoor Miriam Duijf
Elk jaar rond half november duikt hij weer op: de goedheiligman met zijn mijter, staf en gulle glimlach. Maar achter de mantel van traditie schuilt een verrassend verhaal. Wie was de échte Nicolaas – de bisschop van Myra die later uitgroeide tot symbool van geven, goedheid en geloof?
De historische Nicolaas leefde in de derde en vierde eeuw na Christus, in het toenmalige Lycië, een streek aan de Middellandse Zee in wat nu Zuid-Turkije is. In de havenstad Myra (het huidige Demre) diende hij als bisschop, in de voetsporen van de apostel Paulus, die eveneens uit deze regio stamde. Destijds, en nog eeuwen daarna, woonden de meeste christenen niet in West-Europa, maar juist in Klein-Azië.
Nicolaas werd later vereerd als beschermer van mensen aan de onderkant van de samenleving: van zeelieden, prostituees en dieven tot kinderen en armen. Zijn zorg voor wie vergeten of veracht werd, maakte hem tot een heilige van compassie. In veel oude havensteden, ook bij ons, vind je nog altijd Sint-Nicolaaskerken waar generaties gelovigen zijn bescherming kwamen zoeken. In Myra zelf staat nog de basiliek waar zijn sarcofaag te zien is – een stille herinnering aan de man achter de mythe.
Tegenwoordig kennen we hem vooral als kindervriend. In veel landen bestaan eigen varianten van het sinterklaasfeest. In Amerika kwam hij zelfs opnieuw tot leven als Santa Claus – een naam die zijn Nederlandse afkomst verraadt. Al eeuwenlang vieren we In Nederland het Sinterklaasfeest op 5 december, de avond vóór zijn officiële feestdag op 6 december. Dat is niet zijn verjaardag, zoals vaak wordt gedacht, maar zijn sterfdag. In de vroege kerk gold juist die dag als het begin van een nieuw leven bij God – een gedachte die wij, zonder het te beseffen, nog altijd meevieren.
De betekenis van deze goedheiligman is misschien wel het mooist verwoord door Godfried Bomans. In talloze verhalen getuigde hij van zijn liefde voor de bisschop van Myra. Bomans begreep dat het geloof in Sint Nicolaas niet draait om pakjes en pepernoten, maar om het kinderlijk vertrouwen dat het goede uiteindelijk overwint. “Sinterklaas is,” schreef hij, “de verpersoonlijking van het geloof in de goedheid.”
Toch klinkt er in onze tijd ook kritiek. De Sint zou vooral een commercieel feest dienen. En heeft het sinterklaasfeest eigenlijk nog iets met het christelijk geloof te maken? Toch wel. Wie verder kijkt dan het rumoer van de decembermaand, ontdekt in Nicolaas een geestverwant van Franciscus van Assisi – een man die niet boven de mensen stond, maar zich tot de minste van hen wendde.
Paus Franciscus liet in 2015 iets van die geest zien, toen hij in de Centraal-Afrikaanse stad Bangui niet in de kathedraal, maar in een moskee kwam bidden met vervolgde moslims. Een eenvoudig gebaar, maar vol betekenis.
Misschien leert Sint Nicolaas ons inderdaad meer over God dan we denken. Want achter het feest van cadeaus en gezelligheid schuilt het beeld van een man die gaf zonder iets terug te verwachten. Die zijn rijkdom deelde met wie niets had, en zijn geloof in stilte leefde. In zijn gulle hand herkennen we iets van Gods hart: de Gever die ons zegent zonder bijbedoelingen, die vreugde vindt in het delen. En misschien is dat wel de diepste betekenis van Sinterklaas: dat we ons, al is het maar even, gedragen weten door diezelfde goedheid – en haar weer doorgeven.


Kom op 5 juni naar het grootste worshipconcert van Nederland
Ontdek meer