Ga naar submenu Ga naar zoekveld

Het afscheidslied van Andries

'Wat de toekomst brengen moge'

8 december 2021 · Leestijd 2 min

De afgelopen twee weken zat ik emotioneel in een soort achtbaan, of zoals je tegenwoordig moet zeggen: een rollercoaster. Gevoelens buitelden over elkaar.

Dat kwam ook door de warme waardering die ik kreeg, met name in de media. Maar, wat zal ik u er verder mee vermoeien? Het lijkt me veel beter dat ik iets met u deel van de laatste meditatie die ik afgelopen zondag mocht houden voor Groot Nieuws.

Ik mediteerde over Efeziërs 2:4, en dan deze woorden (HSV): “Maar God…” Daarmee is denk ik het hele evangelie in twee woorden samengevat. In de eerste drie verzen schildert Paulus in schrille kleuren hoe een mens, en hoe de mensheid van nature is. Dat zijn best heftige teksten. Er blijft weinig van een mens over. “Kinderen des toorns.”
En dan volgt die enorme wending: “Maar God…” Deze twee woorden zijn allesbepalend. Voor mij en voor u. God heeft het er niet bij laten zitten. Hij heeft beslissend ingegrepen door Zijn Zoon Jezus Christus te zenden. Want “Hij is rijk aan barmhartigheid door Zijn grote liefde waarmee Hij ons heeft liefgehad. Ook toen wij dood waren door onze misdaden.”
Soms word je door een enkel woord in de Bijbel geraakt. Zo verging het mij toen ik deze twee woorden las: “Maar God…” Verderop vult Paulus deze woorden in: “Want uit genade zijt gij zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is een gave van God.”

Lees ook: Andries Knevel vertrekt bij de EO
Lees ook: Andries Knevel vertrekt bij de EO

Welnu, deze simpele woorden wilde ik afgelopen zondag graag doorgeven en dat doe ik door middel van deze column nu ook aan u. Opdat u en ik, hoe het leven ook loopt, ons daaraan mogen vastklampen.

Het laatste lied dat ik voor deze uitzending uitkoos, is een geliefd lied in de achterban van de EO. Een lied dat vertrouwen op God uitdrukt, hoe het leven ook verder gaat. “Wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heeren hand, moedig sla ik dus de ogen naar het onbekende land.”

Geschreven door

Andries Knevel

--:--