
Interview
Leestijd: 10 minDoor Esther Tims-Van Helden
Hoe herken je het werk van de Geest? Hoe zet Hij je in beweging? En waar schuurt het soms als we het hebben over bijvoorbeeld de gaven van de Geest? Visie ging in gesprek met Michelle, Lucia, Paul, Maartje en Godwin – vijf panelleden van de podcast De Leerlingen – en legde hun zes vragen voor.
Maartje: “In de kerk, in de psalmen en gezangen bijvoorbeeld. Als je als gemeente bijeenkomt, belooft God vervulling met zijn Geest. Het is een cadeau als God precies op het juiste moment troost geeft. Of confronteert, waardoor je weet dat er dingen anders moeten in je leven.”
“De Geest spreekt vaak via muziek tot mij, dat is echt mijn taal”, reageert Godwin. “Dat kan in een dienst zijn, maar ook in de auto, als ik worshipmuziek hard aan heb staan. Daarnaast ervaar ik Hem ook buiten muziek om: soms komt een nieuw Bijbels inzicht in een preek ineens bij me binnen. Daar geniet ik van.”
“In gebed en in tijden van moeite”, zegt Michelle. “Mijn man en ik verloren ons dochtertje Norah slechts drie dagen na de geboorte. We hebben intens gebeden, maar ze is overleden. In mijn rouw merkte ik: juist in de kwetsbaarheid van het zoeken, de twijfels en het niet weten, ontstaat ruimte voor zijn Geest. Ik heb het uitgeschreeuwd naar God: ‘Hoe kan dit?’ Ik kreeg geen antwoorden, maar ervoer wel zijn troostvolle nabijheid, juist op de zwaarste momenten. Op de begrafenis kreeg ik bijvoorbeeld terug dat mensen me zo sterk vonden, maar ik voelde me allesbehalve sterk. En toch merkte ik dat God door me heen werkte. Het lukte me zelfs om van Hem te getuigen, omdat Hij me kracht gaf.”
Godwin: “Ik betrek God bij allerlei alledaagse keuzes en ervaar daarin leiding. Ik vind het vooral mooi om te merken dat God mij persoonlijk kent. Ik ben superdruk en heb veel energie, maar God weet hoe Hij mijn aandacht moet trekken. Hoe? Soms, midden in een volle week, ervaar ik ineens rust en kalmte. Dan weet ik: dit is God, Hij komt nu met zijn vrede.”
“De Geest is voor mij niet per se een gevoel”, zegt Paul. “Het is meer een samenwerking tussen geloof en verstand. Als ik bid om richting, kom ik tot inzichten en weet ik: ja, nu weet ik wat goed is om te doen. Onlangs sprak ik een jonge man over zijn geloofsleven. Hij zei dat hij passages in Deuteronomium en Leviticus was tegengekomen die hij moeilijk kon plaatsen. Die vind ik zelf ook niet altijd makkelijk, dus dan bid ik: ‘Help me om de juiste dingen te zeggen.’ In mijn uitleg merkte ik dat mijn woorden hem vrede en verlichting brachten. Dat zie ik als vrucht van de Geest.”
Wij denken dat we veel in de hand hebben, maar de Geest gaat zijn eigen gang
“Met richting”, zegt Lucia, na even nadenken. “In het begin, toen ik net tot geloof was gekomen, moest ik echt leren onderscheiden wat de Geest is en wat mijn eigen gedachten zijn. Zeker als je het gevoel hebt dat je een bepaalde kant op wordt geduwd. Maar je kunt altijd toetsen of het van de heilige Geest komt: als het in lijn is met het Woord. Wat de Geest je duidelijk maakt, is niet altijd leuk of makkelijk; soms worden dingen in je leven juist op scherp gezet. Bijvoorbeeld toen ik net geloofde. Ik wilde gaan sporten en had een outfit aan die weinig verhullend was. Tijdens het Bijbellezen werd voor mij ineens heel helder: dit klopt niet. Wat ik nu draag, is helemaal niet wat God van mij wil. In 1 Timoteüs 2 vers 9 en 10 las ik dat het niet gaat om opvallen met uiterlijk, maar om wie je bent, en om goede daden. Toen heb ik toch maar een shirt over mijn outfit aangetrokken. Eerst baalde ik, want ik vond het eigenlijk wel leuk om me zo te kleden. Maar achteraf merkte ik: ik voel me vrijer en veiliger als ik me bedekt kleed. Je wordt minder op een nare manier bekeken. En dat laat ook iets van Gods hart zien: Hij wil je beschermen.”
Maartje haakt daarbij aan: “Ik herken dat de heilige Geest soms heel concreet richting geeft. Maar daarnaast ervaar ik het vaak breder: God is mijn Vader en Hij voorziet steeds in wat ik nodig heb. Dat wisselt van dag tot dag, maar in Jezus hebben we alles ontvangen om te leven. Dat geeft me elke dag wat ik nodig heb om vernieuwd en vertroost te worden.”
Godwin herkent die leiding, vooral in het herstel dat hij heeft meegemaakt. “Ik groeide op bij mijn oma, zonder vader; mijn moeder leerde ik pas later kennen. Als je naar de statistieken kijkt, had ik makkelijk een probleemkind kunnen worden. In mijn werk in de zorg zie ik kinderen met een vergelijkbare achtergrond, die daar veel last van houden. Het bijzondere is dat ik er geen last van heb. Ik heb zelfs geen therapie gehad. Dat kan voor mij niet anders dan het werk van de heilige Geest zijn.”
Lucia: “In wat meer conservatief-protestantse kerken merk ik dat de preek vaak meer op het verstand gericht is. Alsof de heilige Geest een lastig concept is: iets abstracts, waar je het liever niet te concreet over hebt. Maar in evangelische en charismatische kringen gaat het dan weer snel over tongentaal en over ‘vallen in de Geest’. Dan denk ik: is dat echt de heilige Geest? Ik ben daar zoekend in. Ik ben ervan overtuigd dat ik in het volgen van Jezus op de juiste weg zit, maar ik heb op dat vlak ook veel vragen.”
“Ik begrijp het spanningsveld”, reageert Paul. “Daarnaast zie ik in Nederland nog iets anders schuren: de persoonlijke ervaring staat vaak zó centraal, dat het vooral gaat om wat jij vanbinnen voelt. Maar daar kun je ook de mist mee ingaan. De Geest is voor meer dan alleen het individu; de Geest spreekt ook tot de kerk, tot de gemeenschap. Soms voel je niets, soms hoor je niets, en beleef je een tijd van droogte. Dan kun je zeggen: ik ga mijn eigen gang, maar je kunt ook leunen op hoe de Geest spreekt door de herders, de leiders van de kerk. Daar mogen we het vaker over hebben.”
“We vervallen vaak in uitersten als het om het werk van de heilige Geest gaat”, vult Maartje aan. “Ik moet denken aan 1 Tessalonicenzen 5:19, waar staat: ‘Doof de Geest niet uit.’ Ik zie twee manieren waarop dat kan gebeuren. Aan de ene kant: als je alleen bezig bent met gaven, profetie en genezing, kan het zijn dat je door al die afleiding voorbijloopt aan wie Hij werkelijk is. Dan wil je Hem alleen maar gebruiken als instrument. Maar het omgekeerde kan ook: wat als je Hem uitblust door juist helemaal geen ruimte voor Hem te maken? Door niet bezig te zijn met wie Hij is en hoe Hij je bijvoorbeeld moediger maakt om te getuigen?”
Michelle herkent vooral dat laatste. “Bij ons in de kerk wordt er minder over de heilige Geest gesproken, al zie ik wel verandering. Sinds kort hebben we een gebedsteam en kun je voor elkaar bidden. Daarbij merk ik: als gemeenteleden door een dal gaan, worden ze opeens opener. Dan durven ze meer te praten over Gods nabijheid en ook over de emoties die zijn Geest losmaakt. Hij ís er in de kerk, absoluut. Maar er mag wel meer ruimte voor Hem gemaakt worden.”
Paul: “Een kerk zonder kerkmuren begint voor mij op de knieën. Dus we moeten vooral een biddende kerk zijn. Gebed is de plek waar eenheid kan groeien, zeker als we als gelovigen uit verschillende tradities soms naar elkaar kijken en denken: jij vergist je. Juist daarom kan eenheid nooit vanuit onszelf ‘maakbaar’ zijn, daar hebben we Hem voor nodig. De kerk is door de geschiedenis heen uit elkaar gedreven. Hoe kunnen we nu een ontvankelijke houding hebben om weer dichter bij elkaar te komen? En hoe kunnen we samen het gelaat van Christus laten zien?”
Maartje herkent dat verlangen naar eenheid, maar moet bij een kerk zonder kerkmuren denken aan een gemeenschap die zichtbaar is voor de wereld. “Een kerk die zó groots spreekt over God en het evangelie, dat mensen van buitenaf denken: wat moet ik doen om bij deze God te horen? En dat wij simpelweg kunnen antwoorden: geloof in Jezus, dan word je gered. Ik ben niet van mening dat alles in één kerkhokje moet passen, maar als de muren wegvallen, zouden we vooral bezig moeten zijn met hoe we God aan de wereld kunnen laten zien.”
Lucia knikt. “Ik ben juist buiten de kerk tot geloof gekomen. Dat laat me zien dat God niet in een doosje past. De Geest waait waarheen Hij wil, door welke kerk dan ook – en zelfs buiten de kerk. Hij werkt door mensen heen en gebruikt kleine ‘zaadjes’ die anderen planten. Wij denken dat we veel in de hand hebben, maar de Geest gaat zijn eigen gang.”
Michelle: “Pinksteren is voor mij: God dichtbij. Ik ga graag naar de Opwekkingsconferentie, daar ga ik al van jongs af aan naartoe. Ik vind het heel bijzonder om samen met christenen uit allerlei denominaties te vieren dat God met ons is. Ik stap dan ook bewust uit mijn eigen bubbel en bezoek seminars over de heilige Geest. Juist als ik hoor hoe anderen Hem ervaren, realiseer ik me: Hij is aan het werk.”
Uit je bubbel stappen, dat is herkenbaar voor Lucia. “Voor mij was de eerste keer op Opwekking een openbaring. Zó veel christenen bij elkaar. Ik merkte: hier komen mensen niet voor het festivalgevoel of om te drinken, zoals ik gewend was bij andere festivals, maar om God te zoeken.”
Paul beleeft Pinksteren het liefst in een rustiger setting. “De heilige Geest is de meest mysterieuze Persoon van de Drie-eenheid. Ik vind het daarom fijn om rond Pinksteren extra aandacht te besteden aan mijn persoonlijke relatie met de heilige Geest. Ik zou dan ook niet snel naar een evenement gaan, maar zoek Hem in de katholieke liturgie en in gebed. De weken voor Pinksteren, met gebeden en Bijbellezen, bereiden me stap voor stap voor op zijn komst.”



Kom op 5 juni naar het grootste worshipconcert van Nederland
Ontdek meer