
De Bijbel Open
Leestijd: 4 minDoor Jan Martijn Abrahamse
Augustinus schrijft in zijn 'Belijdenissen' dat hij ware vriendschap pas in God heeft leren kennen. Die vreugde om Gods vriend te mogen zijn, klinkt door in de hele geschiedenis van het christelijk geloof: van zeventiende-eeuwse reformatorische theologen, tot het evangelische lied ‘Welk een vriend is onze Jezus’, dat wereldwijd in vele talen gezongen wordt.
De Romeinenbrief is in wezen een boek over het waagstuk van Gods vriendschap met een vijandige wereld. Velen zijn ons in de lezing van dit Bijbelboek voorgegaan; denk naast Augustinus aan Maarten Luther, John Wesley en Karl Barth. Maar juist die rijke geschiedenis kan soms ook in de weg staan wanneer we Romeinen 5 lezen. We lezen de tekst dan gemakkelijk door hún ervaringen en tijd heen, terwijl we soms vergeten dat hier een Joodse theoloog aan het woord is. Paulus probeert zijn farizese vorming, zijn ontmoeting met Jezus op weg naar Damascus en zijn ervaring van de Geest onder heidenen theologisch te doordenken.
Paulus betoogt dat Abraham via Christus nieuwe nakomelingen heeft gekregen. Daardoor zijn niet-Joden opgenomen in de verbondsfamilie van Israël en delen zij in dezelfde erfenis. Volgens Paulus is er met de komst van het Messiaanse tijdperk in en door Christus iets beslissends gebeurd: voormalige heidenen zijn gereinigd en geheiligd, zodat zij als gezuiverde volken deel kunnen uitmaken van Gods gemeenschap.

Bewust toeleven naar Pasen? Download de gratis Visie-app!
Tijdens de veertigdagentijd vind je in de Visie-app iedere dag een meditatie en een lied rond het thema: ‘Zie, Ik maak iets nieuws’. De overdenkingen worden gemaakt door geïnterviewden of schrijvers van Visie.
Wat is er precies gebeurd? Niet-Joden delen via Jezus in de ‘rechtvaardigheid’. Dat is geen individuele status van zondeloosheid, maar een gemeenschappelijke status van deelhebben aan het verbond; dezelfde vriendschap die God met Abraham had. Daarom lezen we in vers 2 over toegang en deelhebben. Niet-Joden delen nu in Gods vriendschap, die eerst exclusief Israël betrof.
Het bewijs dat Gods vriendschap verder reikt dan Israël, toont Hij in de uitgestoken hand van de gekruisigde Jezus, een Jood die sterft aan een heidens kruis. Paulus werkt dit uit in drie contrasten die naar een climax voeren: toen wij hulpeloos waren (vers 6), toen wij nog zondaars waren (vers 8), ja zelfs “in de tijd dat we nog Gods vijanden waren” (vers 10). Met andere woorden: terwijl wij totaal niet in de positie waren om tot God te naderen, heeft Hij ons in een liefdevolle, verzoenende beweging binnengetrokken in zijn vriendschapsverbond van vrede. Wat onmogelijk leek, is werkelijkheid geworden.
Op deze eerste zondag (Invocabit) van de veertigdagentijd roepen wij niet tot een God die misschien wil horen, of van wie we moeten hopen dat Hij genadig is. Wij roepen tot de God die, nog vóór wij riepen, al onze Vriend is geworden (vgl. Joh. 15:15). Welk een vriend is onze Jezus.


Kom op 5 juni naar het grootste worshipconcert van Nederland
Ontdek meer