Navigatie overslaan
Sluit je aan
Jan Martijn Abrahamse door Janita Sassen.
© Janita Sassen

Jan Martijn Abrahamse: 'Psalm 139 vraagt je: wil jij eigenlijk wel bij de God zijn die jou écht ziet?'

De Bijbel Open

vandaag · 09:00| Leestijd:4 min

Update: vandaag · 09:00

“Big Brother is watching you!” Wie kent die zin niet uit '1984', het boek van George Orwell? Het idee dat we voortdurend worden bekeken, voelt als een bedreiging. Kijk een aflevering van 'Hunted' en je weet genoeg: camera’s op elke straathoek, slimme deurbellen, smartphones die alles registreren. Wie kijkt er eigenlijk allemaal mee?

In de rubriek De Bijbel Open lees je elke week bij Visie een overdenking bij een Bijbeltekst. Jurjen ten Brinke en Jan Martijn Abrahamse wisselen elkaar af.

In Psalm 139 waardeert de psalmist dat hij gezien wordt. In de Hebreeuwse Bijbel is Gods blik doorgaans niet bedreigend, maar juist troostend. Vaak klinkt daarom de roep om door God gezien te worden. Deze God begluurt niet, maar ziet om. Misschien is dat wel waarom deze psalm zo geliefd is. Hoe vaak duiken losse verzen niet op als woorden van troost, op kaarten, posters of geboortekaartjes? ‘Je kunt niet uit zijn hand vallen.’ ‘Hij kent je, zelfs voor je geboorte.’

Psalm 139

139:1-6
Voor de koorleider. Van David, een psalm.

HEER, U kent mij, U doorgrondt mij,
U weet het als ik zit of sta,
U doorziet van verre mijn gedachten.
Ga ik op weg of rust ik uit, U merkt het op,
met al mijn wegen bent U vertrouwd.

Geen woord ligt op mijn tong, 
of U, HEER, kent het ten volle.
U omsluit mij, van achter en van voren,
U legt uw hand op mij.
Wonderlijk zoals U mij kent,
het gaat mijn begrip te boven. 

139:19-24
God, breng toch de goddelozen om,
- weg uit mijn ogen, jullie die bloed vergieten - 
ze spreken kwaadaardig over U,
uw vijanden misbruiken uw naam.

Zou ik niet haten wie U haten, HEER,
niet verachten wie tegen U opstaan?
Ik haat hen, zo fel als ik haten kan,
ze zijn ook mijn vijand geworden.

Doorgrond mij, God, en ken mijn hart,
peil mij, weet wat mij kwelt,
zie of ik geen verkeerde weg ga,
en leid mij op de weg die eeuwig is.

Toch stoppen we meestal bij vers 18. Het slot voelt als een valse noot, waardoor Psalm 139 soms iets zoetsappigs krijgt dat niet zou misstaan op een Hallmarkkaart. Maar juist de verzen 19 tot 24 vormen de sleutel tot het geheel. Let op hoe vers 18 eindigt: “Ontwaak ik, dan nog ben ik bij U.” Niet: “… dan bent U bij mij.” De vraag die de psalm stelt, is: willen wij eigenlijk wel bij de God zijn die ons ziet? Want wat ziet Hij dan?

  • Nieuw: de gratis Visie-app!

    Nieuw: de gratis Visie-app!

    Of je nu op de bank zit, onderweg bent in de trein of op vakantie in het buitenland: met één tik op je scherm duik je in hoopvolle verhalen, inspirerende interviews en alle digitale edities van Visie

    Download de app

Roep om vrede

De dichter weet: zelfs de nacht begrenst Gods blik niet. Hij ziet de duisternis in de wereld, het kwaad dat mensen elkaar aandoen, het geweld, de leugen en de zelfverheffing. Daarom roept de psalmist om ingrijpen: “God, breng toch de goddelozen om” (vers 19). Deze psalm claimt de nacht terug: een roep om vrede, veiligheid en recht. Wat het daglicht niet verdraagt, blijft voor deze God niet verborgen.

De spanning van het lied ligt precies tussen die twee polen: Gods zorgzame blik voor wie bij Hem schuilen, en de hooghartige ogen van mensen vol leugen, trots en geweld die menen buiten zicht te blijven. De woorden “Zou ik niet haten wie U haten, HEER” (vers 21) zijn geen oproep tot wraak, maar een emotionele uitroep: laat mij niet gezien worden onder mensen die hun leven wijden aan onrecht. Daar wil ik niet bij horen.

Spiegel

Juist omdat de dichter ingeklemd zit tussen God en een gebroken wereld, beseft hij hoe gemakkelijk het kwaad ook zijn eigen hart kan binnensluipen. Daarom eindigt de psalm met een spiegel: “Zie of ik geen verkeerde weg ga, en leid mij op de weg die eeuwig is” (vers 24). De vraag die blijft hangen: Voor welke machten laat ik mij gebruiken? Wiens instrument ben ik? En waarheen leidt de weg die ik nu bewandel?