Ga naar submenu Ga naar zoekveld

Joke Verweerd: ‘Bij Hem bestaat geen toeval'

Wat kreeg de schrijfster mee over God en het geloof?

23 maart 2022 · Leestijd 8 min

Geloofsvertrouwen kwam bij schrijfster Joke Verweerd (67) niet aanwaaien in haar jeugdjaren. Integendeel. Bidden, vooral het zelf bidden, riep eerder gevoelens van angst op dan van vertrouwen. “Mijn schoonmoeder was degene die me - ondanks wat zij meemaakte in de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië - een blijmoedig geloof liet zien.”

Op warme dagen zat ze als kind vaak op een van de grote basaltblokken naast de IJssel, haar voeten bungelend in het kabbelende water. Ze kon zich verwonderen over het intense blauw van de hemel, het zonlicht dat schitterde op de rivier, de passerende schepen en de zwenkende meeuwen. En ze vroeg zich onwillekeurig af: ‘Hoe zou het er hier lang voordat ik bestond allemaal hebben uitgezien?’ Met haar levendige fantasie probeerde ze zich daar een voorstelling van te maken. De ‘fictieve wereld’ in haar hoofd, waar ze later als auteur zo dankbaar uit zou putten, vormde in zekere zin haar veilige haven. Want in de echte wereld was er best veel om bang voor te zijn.

Pronken in de ochtendzon

Joke groeide op in Krimpen aan den IJssel, in een reformatorisch milieu. Sinds anderhalf jaar woont ze weer dicht bij haar geboortegrond: in Capelle aan den IJssel, aan de andere kant van het water. “Vanaf hier is het maar zo’n tien minuutjes lopen naar de rivier,” vertelt ze in haar woonkamer, waar op allerlei plekken bloemen en planten staan te pronken in de ochtendzon. “Ik kom er nog steeds heel graag.”

Joke_Verweerd_ingeprent

Wat zijn jouw vroegste herinneringen als het om het geloof gaat?
“Dan denk ik meteen aan de zondag; die stond bij ons helemaal in het teken van het geloof. Ik was de middelste van vijf kinderen en vanaf een bepaalde leeftijd ging je ’s morgens en ’s avonds mee naar de kerk. En ’s middags was er de zondagsschool. Mijn ouders waren lieve, integere mensen. Het geloof bij ons thuis was ingebed in het dagelijks leven, inclusief plichten en regels. En ik was soms wel een beetje een opgewonden standje, met al die verzinsels in mijn hoofd.”

Wie was God voor jou?
“Eigenlijk was ik erg bang voor Hem. Want de nadruk lag op Zijn heiligheid en dat wij het nooit goed konden doen, en iedere dag tekortschoten. Als wij op bed lagen en het onweerde, moesten we allemaal naar beneden komen. Terwijl de donder rolde, zei mijn vader: ‘Nu stil zijn, want God spreekt…’”

Wat dacht jij toen?
“God is boos op mij. Ik wilde het zó graag goed doen, voor Hem. Maar hoe? Bidden vond ik bijvoorbeeld ook heel lang een waagstuk. Want ik dacht: als God hoort dat ík het ben, wat dan? Laat ik die woorden maar pijlsnel omhoog sturen… En toch verlangde ik ernaar contact met Hem te zoeken.”

Maar wat doen ze dan met mijn óúde hartje?

Hoorde je niets over genade, Jezus’ kruis en opstanding?
“Jawel, je hoorde van genade, maar je wist niet hoe dat moest. Je kon alleen afwachten, en ‘veel om een nieuw hartje bidden’. Dat maakte me ook weer bang: ‘Maar wat doen ze dan met mijn óúde hartje?’”

Een beetje rebels

“Ik groeide op met regels en tradities die je eerst gewoon vindt, maar waar je later vraagtekens bij gaat zetten. Niet verzekeren, niet inenten. Als meisje lang haar, en als jongen beslist niet! Een beetje rebels werd ik wel; ik naaide zelf mijn rokjes behoorlijk aan de korte kant. Tegelijkertijd bleef ik nadenken over God, en in de schepping zag ik zo veel moois: bloemen, golven, wolken, een slapende poes. Ik dacht: als Hij zúlke prachtige dingen kan maken, dan moet Hij de wereld goedgezind zijn. Alleen al het feit dat ik besta, dat Hij mij gewild heeft, vond – en vind – ik zó’n groot wonder.”

Godsdienst had voor jou dus enerzijds iets bedreigends…
“… en anderzijds had ik mijn ‘eigen stukje’, dat juist rustgevend en vreugdevol was. Maar ja, als ik ’s morgens luid zingend de trap af kwam omdat de zon zo uitbundig scheen, kon dat wel wat minder, want: ‘Vogeltjes die vroeg zingen, zijn voor de poes!’ Ik was een opgewekt kind, maar kon ook erg treurig zijn om andermans verdriet.”

Ontzag en respect

“Toch,” peinst ze, “als ik nadenk over mijn opvoeding en Gods zorg voor mij, denk ik dankbaar: het moest zo zijn; bij Hem bestaat geen toeval.” Na een korte stilte: “Wat neem je mee als bagage, en wat is ballast? Met die vraag heb ik lang geworsteld. Mijn ouders gaven me twee heel belangrijke dingen mee: ontzag en respect. Allerlei menselijke regeltjes heb ik op den duur weggegooid, omdat ik ze als ballast meedroeg. Maar ontzag en respect horen bij mijn bagage.”

Bij Hem bestaat geen toeval

Ontzag en respect voor…?
“God, allereerst. Maar het heeft ook te maken met hoe ik naar mensen kijk. Ik heb mijn eigen weg gezocht, in het leven en ook in de kerk. Ik vind mildheid en tolerantie passen bij ontzag en respect. Elkaar niet afwijzen. Ik houd meer van bruggen dan van kloven.”

Wat moest je vooral als ballast wegdoen?
“Die angst. Dat je ’s nachts wakker ligt en denkt: ik kan het niet goed doen, dus Hij zal mij niet moeten, want ik maak steeds weer fouten.”

42 jaar getrouwd

Na haar studie aan de sociale academie in Rotterdam ging Joke als maatschappelijk werkster aan de slag. Ze ontmoette de man met wie ze trouwde en met wie ze een zoon en een dochter kreeg. Hij overleed vijf jaar geleden.

“We waren 42 jaar getrouwd,” blikt ze terug. “De eerste 21 jaar waren we een gelukkig gezin, de andere 21 jaar waren moeilijk. Mijn man kampte met gezondheidsproblemen, nadat hij een aanslag op zijn leven ternauwernood had overleefd. Soms kón ik niet meer. Maar de volgende ochtend hoorde ik een mereltje fluiten, en kreeg ik nieuwe kracht. Het is me heel dierbaar dat hij, vlak voor hij stierf, zei: ‘Joke, de grote Baas beslist.’ Dat hij het zo los kon laten, maakte dat ik het ook kon.”

Blijmoedig geloof

Haar schoonmoeder is een voorbeeld voor haar geweest wat geloofsvertrouwen betreft, vertelt ze. “Zij had ondanks alles wat ze had meegemaakt, zo’n blijmoedig geloof. Daar werd ik jaloers op. Mijn schoonmoeder had hónderd keer stuk kunnen gaan. Dat gebeurde niet. Wel telkens bijna, want God trekt gelovigen niet voor. Maar: Hij hándhaaft wie op Hem vertrouwt.”

Zag je dat ook toen in 2011 borstkanker bij je werd geconstateerd?
“Nou, toen moest ik in eerste instantie wel opnieuw op zoek naar Hem. ‘Waar bent U nú?’ riep ik radeloos. Zou ik eerder sterven dan mijn man? Onze kleinkinderen niet zien opgroeien? Toch ervaarde ik, dwars door alles heen: God handhaaft mij! Gelukkig gaat het nu heel goed met me. Ik heb zelfs weer een lieve vriend.”

Laat ik die woorden maar pijlsnel omhoog sturen

Je houdt van dat woord, handhaven?
Joke knikt. “Hij houdt ons in Zijn hand. Hier blijf ik zoeken en tasten, soms gissen en tobben. Na dit leven zal ik zien en begrijpen waarom het allemaal moest gaan zoals het ging. Hoe mooi zal dat zijn.”

Het goede woord

“Dat woordje ‘handhaven’ hoorde ik een keer van dominee en dichter Hans Bouma,” zegt Joke even later. “Ik dacht meteen: dat is precies het goede woord! Want als gelovige moet je niet verwachten – wat we onbewust misschien soms toch doen – dat je voorgetrokken wordt omdat je Zijn kind bent. Nou, God trekt niemand voor. Maar je mag wél weten, dwars door alles heen, dat je altijd in de hand van de hemelse Vader bent. Voor mij zit er ook in dat Hij je overeind houdt, en dat je mag zijn wie je bent. Zonder geloof zou ik echt niks zijn, hoor.”

Lees ook: 'Ik zag mezelf ábsoluut niet als priester'
Lees ook: 'Ik zag mezelf ábsoluut niet als priester'

Dan zou je losgeslagen zijn van al je ankers?
“Absoluut. Leven zonder God? Dat is voor mij niet voor te stellen. Hij is de laatste jaren zoveel groter voor me geworden dan ik ooit had kunnen denken. Voor mijzelf was dit een heel belangrijke ontdekking: alleen als je vertrouwen hebt, kun je groeien. Zolang je bang bent, groei je niet. Dan kun je je gaan verschuilen achter regeltjes en tradities, en daar je vertrouwen op stellen. Maar dat zijn ménselijke dingen. Je kunt van God een model maken dat helemaal past bij jou en bij jouw kerk, en Hem bij wijze van spreken in je broekzak stoppen. Maar zo is God niet! Hij is groter – veel groter. Als je Hem als het ware met een schaartje naar een bepaald model knipt, is dat geen vertrouwen. Ten diepste is dat eerder een blijk van wantrouwen. Want je wilt Hem in je hand houden. Maar het is omgekeerd: Hij houdt ons in Zijn Vaderhand. Daar mogen we op vertrouwen, wat er ook gebeurt in ons leven.”

Stel jij jezelf weleens voor dat je straks, als de nieuwe hemel en aarde er zijn, weer op een basaltblok zult zitten, met je voeten in een rivier?
Lachend: “Zeker! En wanneer terugkijken dan mogelijk is, zal ik zeggen: ‘Here God, het was gewoon allemaal genade.’”

Beeld: Ruben Timman

Geschreven door

Gert-Jan Schaap

--:--