Navigatie overslaan
Sluit je aan
De Bijbel Open met Jurjen ten Brinke.
© Ruben Timman / EO

Jurjen ten Brinke: 'Het is mijn diepe verlangen voor 2026 dat ik Goddelijk afhankelijk zou zijn'

De Bijbel Open

gisteren · 08:48| Leestijd:5 min

Update: gisteren · 08:48

Het nieuwe jaar is gestart en daarin gaan – net als in voorgaande jaren – mooie én moeilijke dingen gebeuren. Wat ons hoop mag geven, is de zekerheid dat het God niet uit de hand loopt. Zoveel is duidelijk als we de geschiedenis van vandaag lezen.

Hoe graag koning Balak ook wil dat de door hem ‘ingehuurde’ profeet Bileam het volk Israël vervloekt, het gaat niet gebeuren. Ik zou haast zeggen: daar steekt God een stokje voor. En tegelijk voelt dat zinnetje nogal ‘klein’ en ‘ongemakkelijk’: Gods almacht is zó veel groter dan dat Hij even iets ‘ritselt’.

In de rubriek De Bijbel Open lees je elke week bij Visie een overdenking bij een Bijbeltekst. Jurjen ten Brinke en Jan Martijn Abrahamse wisselen elkaar af.

Numeri 23:27–24:13

Daarop zei Balak: 'Kom met mij mee, ik zal u ergens anders naartoe brengen. Misschien dat het in Gods ogen wél goed is wanneer u vanaf daar voor mij een vloek over hen uitspreekt.' En hij nam hem mee naar de top van de Peor; van daar kijkt men uit over de Jesimon. Bileam droeg Balak op om er zeven altaren te bouwen en zeven stieren en zeven rammen gereed te maken voor een offer. Balak deed wat Bileam had gezegd. Op elk altaar offerde hij een stier en een ram. 

Bileam begreep dat het goed was in de ogen van de HEER als hij Israël zou zegenen. Daarom ging hij niet, zoals de keren daarvoor, op zoek naar voortekens, maar keerde hij zijn gezicht naar de woestijn. Toen hij zijn blik liet rondgaan en Israël daar gelegerd zag, stam bij stam, werd hij door de geest van God gegrepen en hief hij deze orakelspreuk aan: 
'Zo spreekt Bileam, de zoon van Beor,
zo spreekt de man wiens oog geopend is,
zo spreekt hij die Gods woorden hoort
en ziet wat de Ontzagwekkende toont,
in vervoering, met ontsloten ogen:
Hoe mooi zijn uw tenten, Jakob,
hoe mooi uw woningen, Israël,
als palmbomen, overal verspreid,
als tuinen langs een rivier,
als aloë's door de HEER geplant,
als ceders langs het water.
Israëls emmers lopen over,
zijn zaad krijgt water in overloed.
Zijn koning wordt groter dan Agag,
zeer machtig zijn koningschap.
God, die hem uit Egypte leidde,
is voor hem als de hoorns van een wilde stier.
Vijandige volken verslindt hij,
hun botten verbrijzelt hij,
met pijlen doorboort hij hen.
Hij gaat liggen als een leeuw,
majesteitelijk vlijt hij neer - 
wie zou hem durven wekken?
Gezegend wie u zegent, vervloekt wie u vervloekt!'
Toen werd Balak woedend op Bileam. Hij balde zijn vuisten en zei: 'Ik heb u laten roepen om een vloek over mijn vijanden uit te spreken, maar u hebt hen nu al drie keer gezegend. Verdwijn, ga terug naar waar u vandaan komt. Ik had beloofd dat ik u rijk zou belonen, maar u loopt die beloning mis - door toedoen van de HEER.' Bileam antwoordde: 'Ik heb al tegen uw gezanten gezegd: "Ook al gaf Balak me al het zilver en goud uit zijn paleis, dan nog zou ik niets kunnen doen dat ook maar enigszins ingaat tegen het bevel van de HEER. Uit mezelf kan ik niets ondernemen; alleen wat de HEER zegt, zal ik zeggen."

Er zijn een paar verzen die in het bijzonder raak zijn, ook met het oog op het jaar dat net is begonnen. In vers 11 van hoofdstuk 24 zegt Balak dat Bileam “door toedoen van de HEER” zijn beloning misloopt. Het is een wonderlijke constatering: Balak krijgt niet wat hij wil en waar hij voor wil betalen (namelijk: een vloek voor het volk Israël), en tegelijk moet Bileam daar dan maar de HEER de schuld van geven: het komt door Hem!

'God houdt het opperbevel'

Als íéts me zou ontroeren in 2026, dan is het wel dat ik slechts spreek wat God me in de mond legt. Al zou ik mijn salaris kwijtraken – dat is dan maar zo. Immers: de God die mijn tong dan zo wonderlijk zou leiden, is toch ook bij machte om vervolgens in mijn ‘beloning’ of levensonderhoud te voorzien? Het is zelfs mijn diepe verlangen voor dit jaar dat ik niet menselijk beloond zou worden, maar Goddelijk afhankelijk zou zijn.
In vers 13 lezen we vervolgens dat Bileam zich realiseert dat hij niets kan doen wat ook maar enigszins ingaat tegen het bevel van de HEER. Ook dát kunnen we toepassen op het nieuwe jaar. Wát er ook gebeurt, God houdt het opperbevel.
Het is wel van belang te zien dat Bileam níét zegt dat alles wat er gebeurt, op bevel van de HEER is. Hij draait het om: zodra de HEER spreekt, is zijn bevel bepalend. Het kwaad kan niet eindeloos z’n gang gaan.

Voor mij als spreker zijn de woorden van Bileam een soort geloofsbelijdenis bij de start van 2026. Dat geldt echter ook als je opa of oma, vader of moeder, leerkracht of bedrijfsleider, maaltijdbezorger of bouwvakker bent. Enerzijds: “Uit mezelf kan ik niets ondernemen; alleen wat de HEER zegt, zal ik zeggen”(vers 13). Maar ook Psalm 141:3 is waar: “Zet een wacht voor mijn mond, HEER, een post voor de deur van mijn lippen.”

Ik wens je, sprekend en zwijgend, een gezegend 2026 toe!

Praat mee Wat is jouw wens voor het nieuwe jaar?

Meest gelezen

Lees ook