Navigatie overslaan
Sluit je aan
Uitgelichte afbeelding
© Ruben Timman / EO

Jurjen ten Brinke: 'Het kan dat je iets zoekt, maar dat God vervolgens jóú vindt'

De Bijbel Open

Leestijd: 5 minDoor Jurjen ten Brinke

Vandaag de dag lopen in Zwitserland koeien met bellen om hun nek en in Nederland hebben we weilanden afgeschermd met hekken of sloten. Maar in allerlei landen is het gebruikelijk om je dieren los rond te laten lopen; ze komen vanzelf weer op je pad. Of niet natuurlijk… en dan moet je ze zoeken.

In de rubriek De Bijbel Open lees je elke week bij Visie een overdenking bij een Bijbeltekst. Jurjen ten Brinke en Jan Martijn Abrahamse wisselen elkaar af.

1 Samuel 9:11-25

Toen ze de helling naar de stad op gingen, kwamen ze een paar meisjes tegen die op weg waren om water te putten. 'Is de ziener in de stad?' vroegen ze. 'Jazeker,' antwoordden de meisjes. 'Als u snel bent, treft u hem nog. Hij is juist vandaag naar de stad teruggekeerd ter gelegenheid van het offerfeest. Als u nu de stad binnengaat, treft u hem nog aan voordat hij naar de offerhoogte gaat voor het offermaal. De genodigden wachten namelijk met eten op hem, omdat hij het offer moet zegenen voor ze aan de maaltijd beginnen. Loop maar verder, dan kunt u hem niet missen.' Ze liepen door naar de stad, en juist toen ze de poort binnen wilden gaan kwamen ze Samuel tegen, die op weg was naar buiten, naar de offerhoogte. Een dag voor de komst van Saul had de HEER aan Samuel bekendgemaakt: 'Morgen om deze tijd stuur Ik je een man uit Benjamin. Hem zul je zalven tot vorst over mijn volk Israël. Hij zal mijn volk bevrijden uit de greep van de Filistijnen, want Ik heb me hun lot aangetrokken en hun roep om hulp gehoord.' Zodra Samuel Saul zag, liet de HEER hem weten: 'Dit is nu de man over wie Ik je gezegd heb: "Hij zal mijn volk beteugelen."' In de stadspoort sprak Saul Samuel aan en vroeg hem: 'Kunt u mij zeggen waar de ziener woont?' 'Ik ben de ziener,' antwoordde Samuel. 'Wees mijn gast en ga mee naar de offerhoogte. Vandaag zult u met mij eten en morgenvroeg zal ik u uitgeleide doen. Ik zal u informeren over alles wat u bezighoudt. Wat betreft die ezelinnen die nu al drie dagen zoek zijn: maakt u zich geen zorgen, die zijn terecht. Maar naar wie is heel Israël verlangend op zoek? Naar u en uw familie!' 'Maar ik hoor bij Benjamin, een van de kleinste stammen van Israël,' wierp Saul tegen. 'En in die stam is mijn familie weer de onbelangrijkste. Hoe kunt u dan zoiets zeggen?' Samuel nam Saul en zijn knecht mee naar de eetzaal en gaf hun daar een plaats aan het hoofd van de tafel. Er waren dertig genodigden. Tegen de bereider van het offermaal zei Samuel: 'Dien nu het stuk vlees op dat ik u gegeven heb met het verzoek het apart te houden.' De man nam de rechterachterbout en diende die aan Saul op. 'Tast toe,' zei Samuel, 'dit stuk is speciaal voor u apart gehouden ter gelegenheid van deze bijeenkomst, die door mij is belegd.' Toen at Saul met Samuel. Daarna gingen ze van de offerhoogte terug naar de stad, waar Samuel op het dak van zijn huis met Saul sprak.

Saul en zijn knecht zijn op zoek naar ezels. Op het moment dat Saul wil opgeven, is zijn knecht degene die hem wijst op de ziener Samuel. Waarbij we in vers 9 lezen: wat nu een profeet heet, werd vroeger een ziener genoemd. Het is een bemoediging: ook voor ‘aardse’ zaken mag je Gods hulp inroepen.

Het wonder gebeurt. Terwijl de mannen de poort van de stad binnenlopen waar de godsman woont, komt iemand hun tegemoet: Samuel. Ze vragen hem de weg, maar blijken met de ziener zélf te spreken. Ondertussen heeft Samuel van God gehoord dat hij een man uit de stam Benjamin zal tegenkomen, die tot koning over Israël gezalfd moet worden.

Zalving

Dat gebeurt niet direct: er gaat een voor die tijd kenmerkend ritueel aan vooraf. Saul wordt als gast uitgenodigd bij een maaltijd met dertig andere genodigden. Samuel bereidt hiermee de zalving van de nieuwe koning nauwkeurig voor – al zou het ritueel vandaag de dag waarschijnlijk als ‘achterkamertjespolitiek’ bestempeld worden.

Een belangrijk detail lezen we in vers 20: de ezelinnen zijn al terecht. Saul zal zich afgevraagd hebben hoe Samuel dat wist. En in het geheel van het verhaal (nota bene, de zalving van een koning!) kun je je afvragen wat dit er allemaal nog toe doet. Maar: ik moest denken aan woorden van Jezus, meer dan duizend jaar later. “Wie betrouwbaar is in het geringste, is ook betrouwbaar als het om veel gaat, en wie oneerlijk is in het geringste, is ook oneerlijk als het om veel gaat” (Lucas 16:10).

Een statement

Als Samuel zich het lot van de ezelinnen aantrekt, heeft hij ook recht van spreken als het om grotere dingen gaat. En direct maakt de godsman een statement: jij zoekt ezelinnen, maar heel Israël zoekt jou. Sauls reactie dat hij bij de onbelangrijkste familie uit de kleinste stam van Israël hoort, doet daar niets aan af.

Sterker nog, Jezus’ woorden bevestigen wat in de Bijbel een terugkerend patroon is: God zoekt dat wat klein en kwetsbaar is om het tot grootsheid te verheffen.

Het kan echt: dat je naar iets (onbeduidends) op zoek bent en vervolgens zélf door God gevonden wordt. Wat een wonder!