
De Bijbel Open
Leestijd: 4 minDoor Jurjen ten Brinke
Als je met mentale of fysieke ziekte geconfronteerd wordt, weet je hoe belangrijk mensen in je omgeving kunnen zijn. Om praktische hulp te bieden, maar ook om mee te worstelen in geloof. Of om te bidden.
Vandaag lezen we een geschiedenis waarin het geloof van de omgeving van een zieke van levensbelang is. Een paar vrienden brengen een verlamde bij Jezus. (Het verhaal staat wat uitgebreider in Marcus 2 en Lucas 5.) Kennelijk geloofden ze dat ze bij Hem moesten zijn, als eerste of laatste redmiddel voor hun vriend.
Wat zal er door hen heen gegaan zijn toen Jezus de woorden “houd moed” uitsprak? Het is een bemoediging; Jezus zíét hen echt. Maar vervolgens klinkt er: “Uw zonden zijn u vergeven.” Om het eenvoudig te zeggen: dáár kwamen ze niet voor. In ieder geval lezen we dat nergens.
Bij de Joodse leiders gaan inmiddels alle alarmbellen af: want zonden vergeven is iets wat echt alléén aan God is voorbehouden. Dit is voor hen hét bewijs dat Jezus niet klopt. Wat zullen ze geschrokken zijn toen bleek dat Jezus hun gedachten kon lezen en hen terechtwees met een kinderlijk eenvoudige logica: ja, het is gemakkelijk om te zéggen dat je zonden vergeven zijn. Maar dat Ik dat mag en kan, zal Ik bewijzen door iets ‘groters’, iets ‘spectaculairs’ te doen. Daarop geneest Jezus de man.
Nog steeds lezen we nergens dat de eens verlamde persoon zich gelovig aan Jezus heeft vastgeklampt of overgegeven. Wellicht heeft hij zijn vrienden gevraagd hem bij Jezus te brengen; misschien hebben de vrienden het initiatief zelf genomen. In ieder geval benoemen de drie evangelieschrijvers allen dat Jezus “hun” geloof zag. Geloof dat zich uitte in het besef: bij Jezus moeten we zijn.
De geschiedenis leert me in ieder geval twee dingen. Allereerst dat er geen reden is om níét naar Hem toe te gaan. Al heb je een medisch verzoek, Hij is bij machte om er iets veel groters van te maken. Ten tweede is het een troost voor iedereen voor wie ‘geloven’ ongrijpbaar lijkt. Voor degenen die God weinig voelen en ervaren. Je mag leunen op anderen, die jou (in gebed) bij Christus brengen. Voor Hem is niet zozeer belangrijk wie er precies wat gelooft, maar vooral dát er geloof is. Wat een bemoediging! En tegelijk een opdracht. Want: wie mag jij bij Jezus brengen? En herken je het (voorzichtige) geloof dat Hij dan iets wil gaan doen?


Kom op 5 juni naar het grootste worshipconcert van Nederland
Ontdek meer