
Toerist in eigen land
Leestijd: 8 minDoor Aline de Bruin
“Welkom in het mooiste dorp van Nederland!” roept Sjaak Sinterniklaas (61) terwijl hij de voordeur van zijn huis openzwaait. Dat het maar duidelijk is: Sjaak is trots op het Zuid-Hollandse Strijen, waar hij al zijn hele leven woont.
Wie met Sjaak door het dorp loopt, moet rekening houden met regelmatig pauzes tussendoor. Dan staat hij bijvoorbeeld stil bij een stolperstein (herdenkingssteentje) die een slachtoffer uit de Tweede Wereldoorlog herdenkt en trekt hij het onkruid eromheen weg. “Zo vervelend dat dit niet goed wordt bijgehouden.” Dan komt hij weer iemand tegen die hij kent. “Ha Vincent!” Zijdelings: “Ken ik van de kerk, hij woont in de vroegere synagoge.”
Sjaak is geboren en getogen in Strijen, dat al ruim tien eeuwen blijkt te bestaan. “Maar dat is een beetje nattevingerwerk. We weten niet precies hoe oud het dorp is, al zijn er wel bronnen die zeggen dat er in 630 al bewoning was.” Zijn hele gezin woont ook in Strijen. Met gepaste trots: “Mijn zoon leidde, voor mij onverwachts, de herdenking op 4 mei namens de Oranjevereniging.”
Onze eerste stop is de oude Joodse begraafplaats, waar Wim van der Hoek, secretaris van de stichting die de begraafplaats onderhoudt, al staat te wachten met een sleutel. Op het wat vervallen stenen gebouwtje bij de ingang staat een Hebreeuwse Bijbeltekst uit Job 3:18. “Vertaald betekent het: ‘De grote en de kleine zijn hier, de knecht is vrij van zijn heer”, zegt Wim. “Als je hier ligt, ben je allemaal weer gelijk.” De officiële naam van het gebouwtje is een metaheerhuisje; dat was vroeger de plek waar de rituele reiniging van het lichaam plaatsvond.

Achter het huisje ligt een strak gemaaid grasveld. Een smal pad leidt naar de kleine begraafplaats in de verte, omringd door een heg en twee grote bomen. Wim gebaart naar het gras. “Het zou hier vol komen, maar Hitler heeft dat verhinderd.” Even blijft het stil. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn bijna alle Joodse inwoners van Strijen weggevoerd en vermoord en de begraafplaats wordt al een tijd niet meer gebruikt. Toch ogen de grafstenen opvallend goed onderhouden. Het blijkt het werk van een speciale stichting die met champagnekurken en fietslak de tekst op de graven weer leesbaar maakt. Wim wijst naar een steen die op de grond tussen twee graven ligt. Er staan vier namen op, allemaal met een overlijdensdatum in 1943 en 1944, met de namen Sobibor en Auschwitz erbij. “De kinderen liggen tussen de graven van hun ouders in. Zo liggen zij als het ware bij moeder op schoot.”
Ook op de nabijgelegen reguliere begraafplaats is veel historie terug te vinden. Achter het gietijzeren toegangshek staat een groot beeld van een man die zijn toevlucht zoekt in een boom. Het verwijst naar de Watersnoodramp van 1953, toen het water hier met zo’n kracht tegen de dijken sloeg dat 44 mensen zijn overleden. Het beeld komt boven een zee van rode geraniums uit.
Heb je al over dat incident met Johan Willem Friso verteld?
De slachtoffers van de Watersnoodramp liggen bij elkaar begraven. De cijfers op de stenen vertellen hun eigen verhaal: 14 jaar, 17 jaar, 19 jaar. “Hier ligt een gezin met hun ouders ernaast. Twee andere kinderen uit het gezin hebben het overleefd, want de ramp gebeurde in de nacht van zaterdag op zondag en zij waren op dat moment niet thuis.”
Er liggen hier meer jonge mensen begraven. Iets verderop staan op grafstenen rijen zwart-witportretten van jonge mannen met serieuze blikken en petten op hun hoofd. Het zijn graven van Engelsen, Amerikanen en Canadezen die met hun vliegtuigen boven Strijen en Strijensas zijn neergeschoten.
De omgeving is naast haar rijke geschiedenis ook bekend om de prachtige wandelroutes die je hier overal kunt lopen. Vanuit het historische centrum loop je zo het pad naast kanaal ‘De Keen’ op, voor een wandeling vol ruisend riet, harde polderwind en weidse uitzichten. Af en toe wordt het riet onderbroken door een genummerde vlonder. “Voor de viswedstrijden die hier regelmatig worden gehouden.”

Sjaak kent de route op zijn duimpje, want hij loopt hier met regelmaat om zijn hoofd leeg te maken. “Je hebt hier zo’n oud-Nederlands gevoel, terwijl het dorp toch best is beïnvloed door stedelijkheid vanuit Dordrecht en Rotterdam.”
Later rijden we met de auto naar natuurgebied Oeverlanden Hollands Diep bij het naastgelegen dorp Strijensas. Vanaf de parkeerplaats starten allerlei wandelroutes via het wandelnetwerk De Hoeksche Waard. Sjaak wil de oude vuurtoren laten zien die hier ook in de buurt ligt. Via een kronkelend paadje lopen we langs de jachthaven richting een kleine pier. “Pas wel op voor de braamstruiken hier, ik ben er als kind een keer in gevallen en dat was geen pretje.”
Vuurtoren De Lichtopstand uit 1883 is niet meer te beklimmen voor bezoekers – de ijzeren trap is dichtgetimmerd met twee houten planken – maar ook zonder hoogte is het uitzicht nog prachtig. Tenminste, als je naar links over het water kijkt. Rechts zijn in de verte met name de rookpluimen van de industrie in Moerdijk te zien. “Dat is helaas óók de regio.”
Hoewel er genoeg eetgelegenheden in de omgeving zijn, serveert Sjaak de lunch thuis: hij wil een typisch lokale lekkernij laten proeven. De Hoeksche Broeder is een rond krentenbrood met een vulling van kaneel en spijs. Vroeger werd het baksel met warme kaneelsaus geserveerd. “Het bakresultaat mist zeker de uiterlijke schoonheid van een volmaakte krentenmik”, draagt Sjaak voor uit een boek over de geschiedenis van de lokale gebruiken. “Maar de kaneelsaus bedekt alles met de mantel der liefde.”
Na de lunch is opnieuw een dorpsgenoot opgetrommeld: Chris van Ballegooijen van de oudheidkundige vereniging ‘Het Land van Strijen’. Hij staat al klaar in de deuropening van de oude smederij, waarin nu het museum van de vereniging is gevestigd. In de smederij hangt de zware lucht van brandende kool en hete as. Er komt nog twee keer per maand een smid langs die tijdens rondleidingen zijn oude ambacht demonstreert. Chris: “Er zijn er weinig die dat nog kunnen, hoor. Vroeger hadden we hier een smid die alles wat zijn ogen zagen met zijn handen kon maken.”
De donkere smidse roept bij Sjaak allerlei jeugdherinneringen op. “Vroeger reed ik paard en de smid besloeg hier altijd de paarden. Dan zei hij: ‘Kom maar poppedijntje, kom maar’ als het beest niet naar binnen wou. Ik vroeg vaak of ik naar buiten mocht als de hoefijzers erop werden gezet, want dat stonk zo.” Chris: “Nee joh, dat rook juist lekker. Ik woonde als jochie een paar huizen verderop en dan viel ik ’s avonds in slaap met het geluid van de hamer op het aambeeld.”
Boven de smederij is een verdieping vol vitrines te vinden, waar de complete geschiedenis van Strijen – van potscherven tot militaire helmen – te zien is, met daarbij wisselende exposities. Chris wijst naar een van de pronkstukken uit de collectie. “Die revolver heb ik gekregen van de familie van een man die in het verzet zat. Ik heb het door de politie van Rotterdam onklaar laten maken en een vergunning aangevraagd. Maar het duurde toch lang voor ik dat ding terug had…” Lachend: “Ze wilden ’m natuurlijk zelf houden.”
Tegenover het museum ligt onze laatste stop: de Grote- of Sint Lambertuskerk. Het schip van de kerk dateert uit het begin van de vijftiende eeuw en vandaag de dag is de plaatselijke hervormde gemeente in het gebouw gevestigd. Het licht van de glas-in-loodramen vormt gekleurde patronen op de oude banken. Ieder deel van de kerk heeft een ander raamthema. De ramen bij de hoofdingang onder de toren vertellen het verhaal van de geschiedenis van Strijen, en in het midden van de kerk wordt de Bijbelse geschiedenis verteld.
Pal tegenover de preekstoel is een apart, hoger zitgedeelte gebouwd. “Die plek was vroeger voor de notabelen, de schout en zijn schepen”, zegt Chris. “Ik vind dit de slechtste plek om te zitten”, voegt Sjaak toe, die hier ook naar de kerk gaat. “Wij zeggen altijd: als je een zere rug wilt krijgen, moet je hier plaatsnemen. Het zit raar rechtop.”
Buiten, naast de oude toegangsdeur, is een klein nisje gebouwd. Vroeger stond hier een kaars te branden zodra er een overledene in de kerk lag opgebaard. Chris diept nog meer oude anekdotes op. “Zien jullie die symbolen van kaartspellen in de luiken? Bijzonder hè, in een kerk? De klaver staat symbool voor de notabelen, de ruiten voor de zeelieden en de kooplieden, de schoppen voor de adel en de militairen, en de harten voor de geestelijken. Dat betekent dat iedereen welkom is in de kerk.”
Dan, trots tegen Sjaak: “Heb jij al over dat incident met stadhouder Johan Willem Friso verteld? Die is hier in de buurt verdronken, in het Hollands Diep met zijn koets. Mozart is ook ooit in zijn koets door Strijen gereden. Volgens de overlevering dan, hè?”

