
De Bijbel Open
Leestijd: 4 minDoor Jurjen ten Brinke
Op mijn basisschool in Kampen was de directeur ook onze groep 8-leerkracht. Hij kon dramatisch vertellen en deed dat ook bij het verhaal dat we vandaag in 1 Samuel 21 lezen. Precies daarom is het verhaal voor mij altijd tot m’n verbeelding blijven spreken.
Tegelijk roept het best wat vragen op. Een onzekere, bange David, die na een zegetocht (na het verslaan van Goliat) ‘opeens’ doodsbang blijkt te zijn en zich gedraagt als een waanzinnige gek. Waar is zijn geloof gebleven in de God die hem de overwinning schonk?
Om – als de reuring wat is uitgedoofd – weer een held te zijn, die zich in een grot verbergt en een aanvoerder blijkt te zijn van allerlei mensen die zich bij hem aansluiten.
Er zijn een paar dingen die me opvallen. Allereerst: God blijft zich met David bemoeien; Hij stuurt in hoofdstuk 22 vers 5 de profeet Gad naar hem toe met een opdracht. Dat klinkt misschien niet bijzonder. Maar het was niet vreemd geweest als we een Bijbel hadden gehad waarin Davids wantrouwen in Gods kracht en leiding betekent dat hij het eerst zelf moet opknappen. We lezen nergens dat David door God vermaand wordt voor zijn gedrag, maar of dat betekent dat God ermee instemt… dat weet ik oprecht niet.
Ten tweede laat dit Bijbelgedeelte zien wat we in Psalm 103 lezen; ik ken het vooral uit de oude berijming: “Hij weet, wat van zijn maaksel zij te wachten, Hoe zwak van moed, hoe klein wij zijn van krachten, En dat wij stof, van jongs af, zijn geweest.”
God schrikt er niet van. Hij laat David niet in zijn ongeloof achter, maar erkent als het ware dat Hij weet hoe het bij ons mensen gaat. Het ene moment is het ‘halleluja’ vanwege (geestelijke) overwinningen, het andere moment is het een tranendal vol vraagtekens, omdat we ons afvragen of God ons ziet en kent en zal beschermen.
Wat een genadige Heer hebben wij. Ons ongeloof (in zijn almacht en hulp) wordt niet goedgepraat, maar is ook geen reden voor Hem om zijn handen van ons af te trekken.
Hij leeft en regeert en zoekt ons op; door middel van een profeet, via zijn Woord of door andere mensen.
Het is iets waar ik me aan optrek als ik mijn geloof – dat over hoogten en door diepten gaat – bezie. Dank aan Hem voor zijn oneindige trouw!
