
Reportage
Leestijd: 9 minDoor Pieter-Jan Rodenburg
Koningin Máxima is het, prinses Amalia ook: reservist. Oneerbiedig gezegd: vrijetijdssoldaat. In deze tijd van dreiging kiezen steeds meer mensen hiervoor. Waarom eigenlijk? Visie nam een kijkje en leerde iets over pijnprikkels, ligsleuven en kameraadschap. “Dit vind ik in de burgermaatschappij niet op dezelfde manier.”
Het is een rustige, wat grauwe zaterdagochtend in een bosrijk gebied, net buiten Assen. Een ree schiet over een zandpad het bos in. Een enkele hardloper rent over de bospaden, hondenbezitters laten hun viervoeter uit. Maar dan verscheurt dieselgeronk de stilte. Een stoet legergroene Scania-trucks dendert over de paden, gevolgd door wat grijze Volkswagenbusjes. Als ze tot stilstand komen, klimmen er zwaarbepakte militairen uit: de Alfa-compagnie van het 10 Infanteriebataljon Bewaken Beveiligen Korps Nationale Reserve. Vandaag hebben ze een oefendag.
Het Korps Nationale Reserve – in de volksmond ook wel NATRES – zou je kunnen omschrijven als de parttime afdeling van het Nederlandse leger. Ruim negenduizend mensen hebben naast hun burgerbaan ook een militaire job: minimaal driehonderd uur per jaar besteden ze aan training. Hun taak: bewaken en beveiligen. Zo’n zeventig van hen zijn hier in het bos.
Dimitri (50) is zo’n reservist. Hij zit – met volle bepakking, gezicht in camouflagekleuren geschminkt – in een van de containers achter op een vrachtwagen. Die container is het hoofdkwartier van de compagnie – of, in legertaal, de CP (commandopost) – én Dimitri’s thuisbasis. Het is een mobiel kantoor, inclusief bureau, communicatieapparatuur en koffiezetapparaat. Dimitri wist het aan het begin van de week nog niet, maar vandaag is hij de commandant van de hele compagnie. Hij is namelijk plaatsvervangend compagniecommandant, maar de kapitein is ziek. “Ik kreeg woensdag een belletje: tikkie, jij bent ’m. Ik ben dus snel even de boeken in gedoken”, grijnst hij met een witte lach op zijn groene gezicht. “Ben ik ineens verantwoordelijk voor de hele club.”
Het reservist-zijn zit hem in het bloed. Bijna letterlijk, want zijn vader was er ook een. “Ik vond het als klein jongetje machtig mooi. Stond er een mitrailleur in de gang, omdat hij de volgende dag een oefening had. Nu zou dat niet meer kunnen, maar ik vond het prachtig.” Dus meldde hij zich tijdens zijn heao-opleiding in 1998 aan. “Uiteindelijk gaat het mij erom dat ik iets kan terugdoen voor de maatschappij.”
Bijvoorbeeld door tijdens de coronacrisis te helpen bij de coördinatie van zorg in verzorgingshuizen. Of door de politie te ondersteunen bij de beveiliging van de NAVO-top. “We stonden in de binnenring bij het World Forum. Toen er wat hekken omgingen door demonstranten, ervoer ik hoe serieus je werk is. Je draagt echt een verantwoordelijkheid. En dat kún je ook, omdat je het samen doet, als team. En wat je werk heel bijzonder maakt, is als je ’s avonds het journaal aanzet en bedenkt: daar zat ik.”
Voor Dimitri is het die teamspirit die hem motiveert. “Als je wordt ingezet, werk je altijd met een samengestelde groep uit verschillende pelotons. Maar binnen een dag is het een team en draait alles gesmeerd. Je staat voor elkaar in, hebt iets voor elkaar over. Dat is kameraadschap, en die vind ik in de burgermaatschappij niet op dezelfde manier.”
Vorig jaar groeide het aantal reservisten met 1400 man tot ruim negenduizend. “En dan hebben we dit jaar nog het Máxima-effect,” noemt sergeant-majoor Liza Bakhuis-Botter, woordvoerder van het bataljon, het met een knipoog. “Dat zien we met name terug in de toename van vrouwelijke belangstelling.”
In 2030 wil defensie zo’n 20.000 reservisten hebben om legerafdelingen te ondersteunen. Want, zei de staatssecretaris van defensie een paar jaar geleden: voorheen konden we als Nederland kiezen om mee te doen aan vredesoperaties. Maar in de huidige veiligheidssituatie wordt het noodzakelijk. ‘Van choice naar necessity’.
De cultuur binnen defensie beviel Dimitri uitstekend. Hij besloot zelfs binnen de organisatie te gaan werken en heeft een burgerbaan binnen defensie. Als hoofd planning en control plant hij de inzet van reservisten. “Je zou kunnen zeggen dat ik doordeweeks in mijn burgerkloffie de planning doe en in het weekend mijn pak aantrek en zelf reservist ben.”
Zijn uitdaging voor vandaag: de commandopost opnieuw inrichten. “Sinds kort zijn we een versterkte compagnie. We krijgen extra drones en meerdere voertuigen, en dat heeft gevolgen voor de aansturing vanuit de commandopost. Dat gaan we vandaag uitproberen. Hoe richten we ’m in? Waar zetten we ’m neer?”
“Wat moet je van me! Blijf van me af!” klinkt het ineens op de achtergrond. Het blijkt om een sportles te gaan. Een peloton krijgt ‘blauwe’ training. In reservisten-jargon staat ‘blauw’ voor het ondersteunen van politietaken, ‘groen’ voor typisch militaire vaardigheden. Nu is blauw dus aan de beurt. “TBBV”, legt sportinstructeur en sergeant-majoor Jorrit droog uit. “Tijdelijk Beperken van de Bewegingsvrijheid. Simpel gezegd: wat kun je doen als je iemand moet aanhouden die niet meewerkt? Beetje vasthouden, een klemmetje, hier en daar een pijnprikkeltje.”
Verkleinwoordjes of niet, op het geurende, versgemaaide gras gaat het er stevig aan toe. Eerst doen de twee sportinstructeurs voor hoe het moet. Het ziet er eenvoudig uit: pak een arm beet, houd hem in een greep en dwing de verdachte naar voren te lopen. De mannen – zo’n tien procent van de reservisten is vrouw, maar vandaag zijn er toevallig alleen mannen aanwezig – doen hen in drietallen na. Een protesteert luidkeels, twee anderen grijpen in. Ze draaien armen op de rug en tackelen de tegenstribbelende ‘verdachte’. De handelingen blijken in de praktijk niet zo eenvoudig als de instructeurs het doen lijken, en al struikelend en lachend belandt een drietal in het gras.
De diversiteit van het gezelschap is opvallend. De jongste zal nog geen 20 zijn, de oudste nadert de pensioengerechtigde leeftijd. Maar qua inzet maakt het niet uit. Ze oefenen gefocust en gedisciplineerd, ondanks de hilarische momenten. Wat ook opvalt, is de noordelijke tongval van veel mannen. Reservisten zijn regionaal georganiseerd: de vrouwen en mannen van het 10 Infanteriebataljon komen hoofdzakelijk uit het noordoosten van Nederland.
Als de sportinstructie is afgelopen, lopen de mannen bezweet naar de rand van het grasveld. Daar liggen, keurig op een rijtje, hun wapens en bepakking. Een van die mannen is sergeant-majoor Simon (36), sinds 2008 reservist. “Het klinkt heel simpel, maar ik wilde gewoon dienstbaar zijn aan de samenleving. Elke beroepskeuzetest die ik ooit gedaan had, kwam uit op een uniformberoep.”
Nu is hij opvolgend pelotonscommandant en geeft hij leiding aan zo’n 35 man. Met zijn team buigt hij zich over de motorkap van een pick-up, waar een klein kaartje op ligt. “Jullie taak voor vandaag is het onzichtbaar observeren van dit kruispunt”, wijst hij. “Ik wil rapport krijgen van alles wat er langskomt. Dat doen twee man van de groep. De rest mag achter de observatiepost een ligsleuf maken.”
Terwijl zijn mannen elkaars gezicht schminken, legt Simon uit waarom hij hier al achttien jaar zijn vrije tijd aan geeft. “Kameraadschap. Ik heb op veel plekken gewerkt, maar zo sterk als hier heb ik dat nergens meegemaakt. Dat gaat over heel eenvoudige dingen. Ben je een warm laagje kleding vergeten? Hier, ik heb nog wel wat in mijn tas. Heb ik trek, maar niets te eten bij me? Dan is er altijd wel een collega die een koekje aanbiedt. We doen het samen en zijn allemaal volop gemotiveerd. Dat is zoiets moois.”
Leunend op de motorkap citeert hij een spreuk die hij zich herinnert van de Koninklijke Militaire School: ‘Wat sterk is uit innerlijke overtuiging, faalt nooit.’ “Zo is het precies. Iedereen die hier is, wíl dit en zet zich ervoor in. Terwijl we een heel gemêleerd gezelschap zijn. In mijn peloton zit een timmerman, een grafisch vormgever en iemand die op de spoedeisende afdeling van het ziekenhuis werkt. Prachtig, toch?”
Ook qua geloofsachtergrond is het een diverse club. Simon, zelf christen, herinnert zich betekenisvolle gesprekken met anderen. “Als je een paar uur wacht moet houden met een collega, dan gaan de gesprekken vaak de diepte in. En hoe barder de omstandigheden, hoe beter de gesprekken.”
Een eindje verderop staat Dimitri met zijn onderofficieren rond de laadklep van een vrachtwagen. Op de klep ligt een maquette, een kaart van de omgeving met daarop speelgoedsoldaatjes, -vrachtwagens en -tentjes. Ze bespreken hoe ze de beschikbare drones het best kunnen inzetten. Welke informatie moet waar terechtkomen? Dimitri krabt wat aan zijn baard, wijst op de kaart hoe hij de opstelling het liefst ziet en zegt lachend: “Spelen met soldaatjes hoort er ook gewoon bij.”
Over een zandpad, zo’n vijfhonderd meter van de commandopost, wandelt een nietsvermoedende pensionado. Zijn wandelstok prikt gaatjes in het zand. Hij merkt niets van de twee soldaten die op nog geen tien meter naast het pad tussen de bomen schuilen. De een houdt de man in de gaten, de ander noteert zijn aanwezigheid. Dit oefenterrein is opengesteld voor burgers en dat levert weleens rare situaties op, vertelt Simon. “Soms rent er ineens een groep in felle kleuren geklede hardlopers dwars door een oefening. Maar aan de andere kant zorgt het er ook voor dat mijn mannen echt iets te rapporteren hebben. Het zou sneu zijn als ze urenlang naar een lege kruising moeten turen.”
Tussen de bomen, een eindje van het pad af, steekt een geschminkt hoofd boven het maaiveld uit. Van het lichaam is niets te zien. Dat ligt in een ligsleuf: een mansgrote geul in de grond. Pelotonscommandant Simon knikt goedkeurend als hij het gat ziet. Lachend: “Je graaft samen met je buddy, dus je hoopt maar dat je met een kleine partner opgescheept zit.”
Als het tijd is voor de lunch, trommelt Simon zijn mannen op. Die bewegen zich richting commandopost, maar ook dat gaat op z’n militairs: met het geweer in de hand, verspreid over de beide zijden van het zandpad. Ze kijken spiedend om zich heen, gespitst op mogelijk gevaar. Een eind verderop wandelt de pensionado het bos uit, zich nog steeds van geen militaire aanwezigheid bewust.


Kom op 5 juni naar het grootste worshipconcert van Nederland
Ontdek meer