Ga naar submenu Ga naar zoekveld

Metterdaad-partners brengen hoop op donkere plekken in Albanië

‘Ik wacht nog steeds tot pappa thuiskomt’

23 december 2021 · Leestijd 18 min

Voor gevangenen, hun kinderen en voor de allerarmsten is het leven in Albanië bijzonder zwaar. Lokale partners van EO Metterdaad laten hun op allerlei manieren - praktisch én pastoraal - merken dat ze er niet alleen voor staan. “Ik heb Jezus in jullie gezien, en Zijn goedheid.”

Klapwiekend en kakelend drommen tientallen kippen samen rond Ana (14), die in een afgelegen gehuchtje in de bergen woont. Hun scherpe snaveltjes pikken keer op keer in het voer dat Ana uitstrooit. Een rokerig houtvuurtje verspreidt licht en warmte in een onlangs tot kippenren omgetoverde schuur.

Eenzame plek

De lach op Ana’s gezicht is allesbehalve vanzelfsprekend: haar vader zit al acht jaar in de gevangenis, en moet daar nog eens acht jaar blijven. Tegen de tijd dat hij vrijkomt, zal Ana een volwassen vrouw zijn.

Op deze eenzame plek leeft ze alleen met haar moeder; haar enige broer werkt in het buitenland, waar hij meer kan verdienen (af en toe stuurt hij wat naar huis). Het tenger gebouwde meisje mist haar vader – meer dan ze in woorden kan uitdrukken.

Een godsgeschenk

Zoals zovelen in dit prachtige land zijn Ana en haar moeder arm. De honderdvijftig kippen die zij anderhalve week geleden ontvingen via EO Metterdaad-partner Stichting Antwoord, zijn voor hen een godsgeschenk. Met hun kippenbedrijfje kunnen ze voortaan zelf wat geld verdienen.

Ana en haar moeder verbouwen diverse groenten in hun tuin
Ana en haar moeder verbouwen diverse groenten in hun tuin. Credits: nbsp;Marijn Fidder.

Hun eenvoudige huisje ligt schitterend, op een heuvel met uitzicht op hoge bergkammen en groene dalen. In de zomer en in het weekend trekt dit gebied – dik anderhalf uur rijden van Tirana – niet voor niets veel dagjesmensen en toeristen.

“Ana heeft er zwaar onder geleden dat haar vader werd opgepakt en de gevangenis in moest,” vertelde Ilir onderweg hierheen. Samen met zijn collega Fatmir is hij vandaag onze begeleider en vertaler; beiden zijn nauw betrokken bij Dream Academy. “Ze was toen nog heel jong – 5 jaar – en begreep vrijwel niets van wat er is gebeurd.”

Heel blij

Terwijl moeder Kristina Turkse koffie, druiven en andere lekkernijen op het enige tafeltje in hun huiskamer zet, vertelt Ana dankbaar over de hulp die ze dankzij Dream Academy ontvangt. Dit programma – een project van Stichting Antwoord – is speciaal ontwikkeld voor tienerkinderen van wie een ouder in de gevangenis zit.

Help mee!

Wilt u mensen als Ana, Marsida, Romy, Alfred en de allerarmsten in Albanië deze Kerst lichtpuntjes van hoop geven? Dat kan: steun dit project van EO Metterdaad met een gift.

U kunt uw gift overmaken naar EO Metterdaad, NL88 INGB 0000 300 300 o.v.v. ‘Albanië’.

Via Metterdaad.nl/albanie kunt u ook online doneren. 

Iedere gift – klein of groot – maakt een verschil. Alvast hartelijk dank!

Vier jaar lang, van hun 14e tot hun 18e, worden zij op allerlei manieren intensief begeleid en ondersteund, op weg naar een hoopvolle toekomst. Momenteel doen er dertig tieners aan mee, verspreid over Albanië.

‘Ik ben niet alleen’

“Heel blij ben ik met alle schoolmaterialen die ik heb ontvangen,” zegt Ana. “Maar ook voor de gesprekken met mijn persoonlijke mentor. En voor de tablet waarop ik bijvoorbeeld extra Engelse lessen kan volgen.”

Trots laat ze een zonnige groepsfoto zien van het Dream Academy-kamp van afgelopen zomer, een midweek dicht bij de Griekse grens. “Daar hebben we allerlei spelletjes en andere leuke activiteiten gedaan, zoals boogschieten. Ik heb veel nieuwe vrienden gemaakt. Het was fijn om andere kinderen in soortgelijke situaties te ontmoeten en te spreken. Dan merk je: ik ben niet alleen.”

‘Zo moeilijk’

Op de muur tegenover haar hangt een zwart-witfotootje van haar vader. Samen met een andere man pleegde hij een gewapende overval op een bus. Daarbij viel één dode. Wie van beiden het dodelijk schot loste, is onbekend.

Wil ze misschien iets over haar vader vertellen? Ana kijkt eventjes naar haar moeder, voordat ze haar ogen neerslaat.

“Wat kan ik zeggen…?” Haar stem trilt. “Het is zo moeilijk. Ik wist van niets; opeens… was mijn vader weg. Verdwenen. Mama heeft me niet alles verteld wat er is gebeurd, en ze praat er bijna niet over.”

Ze kijkt opzij, naar de openstaande deur: een speels briesje – het is een warme novemberdag – laat de roze vitrage opbollen. “Ik wacht nog steeds tot pappa thuiskomt.”

Mooie meisjeslach

Bij Ana’s laatste woorden krijgen ook Ilir en Fatmir, beiden zelf vader, het eventjes te kwaad. Zodra poesje Luka op Ana’s schoot klimt, keert haar mooie meisjeslach terug. “Mijn moeder is nu voor mij pappa en mamma ineen,” zegt ze liefdevol.

Ana
Ana. Credits: nbsp;Marijn Fidder.

Ana staat samen met haar moeder naast de kippenschuur als ze ons wat later uitzwaait en we – via slingerende bergwegen met fantastische uitzichten – terugrijden naar de hoofdstad Tirana.

Met eigen ogen

Alle tieners die deelnemen aan Dream Academy worstelen – net als Ana – met problemen en trauma’s omdat hun vader of moeder in de gevangenis zit. Bijzonder tragisch is het verhaal van Marsida (17). In de schemering zoeken we haar op in een autoluwe buitenwijk van Tirana. De Nederlandse Esther Klaassen, manager van het Dream Academy-programma, tolkt voor ons.

Marsida (rechts op de bank) in gesprek met Esther Klaassen
Marsida (rechts op de bank) in gesprek met Esther Klaassen. Credits: nbsp;Marijn Fidder.

Zo’n tien jaar geleden zag Marsida met eigen ogen hoe haar vader haar moeder vermoordde: de laatste, fatale explosie van huiselijk geweld. Marsida’s vader kreeg levenslang, wat in Albanië neerkomt op 25 jaar cel.

Sindsdien woont Marsida bij haar opa en oma, samen met haar twee jongere broertjes en zusje.

Marsida_02
Credits: nbsp;Marijn Fidder.

Veel steviger

Op de bank van haar opa en oma vertelt Marsida dat ze, evenals Ana, heel blij is met alle hulp die zij – haar broertjes en zusje zijn daar nog te jong voor – vanuit het Dream Academy-programma ontvangt. “Wat mij misschien nog wel het meest heeft geholpen,” zegt ze, “is dat ik veel anderen heb ontmoet die min of meer in dezelfde situatie zitten als ik. Gesprekken met hen en met mijn begeleider hielpen me het verleden een plekje te geven. Ik sta nu veel steviger in mijn schoenen dan voordat ik startte met Dream Academy, begin 2018.”

Erover praten

Voorzichtig polsen we of ze iets wil vertellen over wat ze als 6-jarige heeft meegemaakt. Marsida trekt haar lange mouwen ver over haar handen, klemt ze tussen haar knieën en blijft lang stil. “Is het ook goed als ik er iets over opschrijf?” vraagt ze uiteindelijk. “Erover praten vind ik nog steeds heel moeilijk. Over twee dagen kan ik het mailen.”

Marisda
Marisda. Credits: nbsp;Marijn Fidder.

‘Mijn zwakste plek’

Precies twee dagen later mailt Marsida deze tekst, die Esther voor ons heeft vertaald:

Mijn verleden is mijn zwakste plek. Omdat ik er niet over kan spreken, schrijf ik deze brief.

Al bijna tien jaar leef ik zonder mijn ouders. Sinds het overlijden van mijn moeder woon ik met mijn grootouders, zusje, broers en oom.

Tot tien jaar terug was mijn leven min of meer gelukkig. Wel waren er veel ruzies tussen mijn ouders. Als 6-jarig meisje begreep ik nog niet veel van het leven. Toen vond die gebeurtenis plaats, en stierf mijn moeder.

De pijn in mijn leven verdubbelde. Ik sloot me helemaal op in mezelf. Wekenlang wilde ik mezelf van het leven beroven. Ik ging door een heel moeilijke tijd, want mijn vader werd in de gevangenis gezet. Wij hadden dus niet meer de steun die kinderen bij hun ouders zoeken.

Wat me de kracht gaf toch door te gaan met mijn leven, waren mijn broertjes en zusje. Zij zijn jonger dan ik en hebben mijn steun nodig. Door hen heb ik mezelf weer ‘bij elkaar gepakt’.

Later begon ik mezelf te ontwikkelen dankzij Dream Academy. Daardoor is mijn leven compleet veranderd.

Dankzij de trainingen en de vriendschappen kreeg mijn leven weer zin. Nu ben ik een 17-jarig meisje dat veel sterker is geworden, veel meer kan reflecteren.

Dankzij Dream Academy heb ik een telefoon en een laptop (wat me enorm helpt met mijn lessen van school), en ben ik ook met een cursus Engels begonnen. Mijn mentor is als een vriendin voor me. Zij bemoedigt me altijd en geeft me veel lessen voor mijn leven. Allemaal redenen waarom ik nooit spijt zal hebben van mijn deelname aan Dream Academy.

Gevangenispastors

Op een andere, zonnige dag rijden we naar een mannengevangenis. Stichting Antwoord zet zich niet alleen in voor kinderen van gedetineerden, maar ook voor de gevangenen zelf, verspreid over Albanië. Gevangenispastors en vrijwilligers zoeken hen regelmatig op. Onder meer via een ‘herstelrecht’-programma willen zij hen bewustmaken van de impact van hun gedrag, en zo voorkomen dat zij terugvallen in criminaliteit.

Gevangenis_02
Credits: nbsp;Marijn Fidder.

Roestig prikkeldraad

De gevangenis die wij bezoeken, in de havenstad Durrës, ligt midden in een woonwijk. Het grijskleurige complex, dat ruimte biedt aan ruim driehonderd gedetineerden, bevindt zich achter een met roestig prikkeldraad overwoekerd hek. Ertegenover, aan de andere kant van het drukke straatje, liggen winkels, restaurants en huizen. Plukjes familieleden van gedetineerden staan voor het hek geduldig te wachten, met tassen propvol etenswaren en schone kleding die ze komen brengen.

Hartelijk begroet

Als wij na meer dan een uur wachten eindelijk zelf naar binnen mogen, samen met gevangenispastor Arber (30), worden we eerst grondig gefouilleerd. Vervolgens passeren we holklinkende, kale gangen, dikke deuren met knarsende sloten. Arber, die door gevangenen en bewakers hartelijk wordt begroet, neemt ons mee naar een rustig kamertje. Hoewel: je hoort hier voortdurend stemmen en soms geschreeuw vanuit de lange gangen.

Gevangenispastor Arber
Gevangenispastor Arber. Credits: nbsp;Marijn Fidder.

Altijd wat lekkers

Binnen hun sector van de gevangenis lopen alle gedetineerden vrij rond. Velen ogen afgetraind: ze hangen dagelijks aan de gewichten. Het is een van de zeer weinige verzetjes die ze hebben, naast voetballen. Arber vist chips, zoute pinda’s, flessen water en ijsthee uit een plastic tasje. “Ik neem altijd wat lekkers mee; dat waarderen ze hier heel erg.”

Met een mes

De 23-jarige Ray komt binnen. Hij zit al 3,5 jaar vast. Tijdens een hoogoplopende ruzie stak hij op school iemand neer met een mes. Die ander overleefde de steekpartij. Ray was toen 17. Het duurde nog een halfjaar voordat de politie de voortvluchtige tiener in de kraag vatte. Op zijn 19e – toen hij al onder het volwassenenrecht viel – is hij veroordeeld voor poging tot moord. “Ik moet nog een jaar en negen maanden zitten,” verzucht Ray.

Ray
Ray. Credits: nbsp;Marijn Fidder.

Even eentonig

Zijn vroegere vrienden én zijn vriendin lieten hem al snel in de steek. Alleen zijn vader – zijn ouders zijn gescheiden – ziet nog naar hem om. Achter slot en grendel telt Ray de dagen af. Dat valt hem zwaar: “Elke dag hier is even eentonig.” Ray wil niets liever dan een nieuw begin maken als hij straks weer op vrije voeten is.

Een vlucht duiven

“Ik ben nog jong,” zegt hij terwijl hij door het getraliede raam naar een vlucht duiven kijkt. “Mijn droom? Ik wil gaan studeren, werken en een gezin stichten. Mede door de gesprekken met Arber en zijn groepssessies ben ik gaan inzien hoe verkeerd het was wat ik heb gedaan. Ik heb spijt, en wil straks alleen nog maar een positieve bijdrage leveren aan de samenleving.”

‘Probeer dit eens…’

Na Ray komt Alfred (42) binnen. Veroordeeld wegens drugssmokkel. “Ik ben nu negen maanden hier, en heb nog drie jaar en vijf maanden te gaan,” zegt hij. Slechte vrienden gaven hem drugs toen in 2002 zijn broer plotseling overleed. “Ik wist niet waar ik het zoeken moest van verdriet. ‘Hier,’ zeiden ze, ‘probeer dit eens…’”

Gevangenis_03
Credits: nbsp;Marijn Fidder.

Van het een kwam het ander. “Ik raakte verslaafd en begon te dealen: een makkelijke manier om snel aan geld te komen.” Heeft hij spijt? Alfreds nagels raspen over zijn stoppelbaardje terwijl hij nadenkt. Nee, het woord spijt komt niet over zijn lippen.

Anders dan Ray wijt hij deze situatie vooral aan omstandigheden en slechte vrienden. Niet aan zichzelf.

Ander perspectief

Alfred ziet altijd uit naar de komst van Arber en de vrijwilligers. “Zij reiken ons een ander perspectief aan. We praten en reflecteren veel. Dat vind ik fijn.” Tot onze verrassing vertelt Alfred, zelf afkomstig uit een moslimfamilie, spontaan dat hij in deze gevangenis “vooral de vrucht van de Geest” nodig heeft om het hier binnen vol te houden.

In goede aarde

“Arber heeft ons daarover verteld,” legt hij uit. “Vooral geduld en zelfbeheersing heb ik hard nodig. Ik zit met drie andere mannen in een kleine cel. Dat leidt vaak tot irritaties.” In zijn bijbeltje, dat hij in deze gevangenis heeft gekregen, leest hij weleens. “Vooral Jezus’ gelijkenissen spreken me aan. Zoals die over de zaaier en de verschillende soorten grond.” Arber glimlacht – waarschijnlijk omdat in ieder geval íéts van het zaad bij Alfred alvast in goede aarde is gevallen.

Adriatische Zee

Die middag drinken we nog een kop koffie met Arber in de serre van een hotel, elders in Durrës. Aan de andere kant van het glas horen we de Adriatische Zee ruisen. Verderop tekenen de contouren van masten en hijskranen uit het havengebied zich af in het slinkende daglicht.

Arber vertelt dat hij, voordat hij tot geloof kwam en gevangenispastor werd, zelf ook drie jaar in deze gevangenis heeft gezeten. “Ik handelde in gestolen auto’s en dealde drugs.”

Hij is allesbehalve trots op zijn verleden, maar merkt wel dat dit helpt in zijn contacten met gedetineerden. “Ze zien mij als een van hen. Ik ben het levende bewijs dat mensen door Gods genade werkelijk kunnen veranderen.” Met lachende ogen: “Ik zeg altijd tegen hen: ‘Jezus houdt nog véél meer van je dan ik.’”

Gevangenis_01
Credits: nbsp;Marijn Fidder.

Brandende sfeerlampjes

Arber pleegt een telefoontje: hij hoopt dat we straks een ex-gevangene kunnen ontmoeten. “Hij werkt nu in de haven, als sleepbootkapitein, en komt zo de wal op.” We ontmoeten elkaar later op het terras van een hippe koffietent in het centrum. Onder de parasols bungelen brandende sfeerlampjes.

De tanige sleepbootkapitein – Besnik – vertelt dat hij sinds 23 februari weer vrij man is na zeven jaar cel: er lagen drugs in het ruim van zijn schip. De kapitein wist ervan, maar stond het oogluikend toe.

Wat hem pijn deed

“Ik ben er zelf niet rijk van geworden,” zegt Besnik met een scheve grijns. Die vervaagt zodra hij terugdenkt aan wat hem vooral pijn deed: “Mijn zoon groeide zeven jaar lang op zonder mij.”

Hij tikt de askegel van z’n sigaret en roert rustig in zijn geurige koffie. “Ik dank God dat hij en mijn vrouw me niet de nek hebben toegekeerd. Veel gevangenen verliezen hun huwelijk en hun gezin, zeker bij zo’n lange gevangenisstraf… Eindelijk kan ik nu weer voor hen zorgen, geld verdienen.”

‘Jullie hielpen me’

Wat hebben Arber en zijn collega’s voor hem betekend? Besnik legt een hand op Arbers schouder. “Jullie gaven me hóóp,” zegt hij. “Ik heb Jezus in jullie gezien, en Zijn goedheid. Omdat jullie ons trouw bleven opzoeken, en ons niet in de steek lieten, wisten wij: jullie bekommeren je werkelijk om ons.”

Ik heb Jezus in jullie gezien, en Zijn goedheid

“Soms gaat hij samen met mij naar de kerk,” zegt Arber als Besnik – die zelf een islamitische achtergrond heeft – al huiswaarts is gekeerd.

Voedzame maaltijden

De volgende dag ontdekken we dat omzien naar mensen in nood ook de rode draad is in het werk van de voedselbank, waaraan diverse gaarkeukens zijn verbonden.

Talloze vrijwilligers zorgen ervoor dat de meest behoeftigen in Albanië – zoals ouderen, daklozen, gehandicapten en Romagezinnen – geregeld gratis voedzame maaltijden krijgen.

Wilma Verburg Fred Westerink
Wilma Verburg Fred Westerink. Credits: nbsp;Marijn Fidder.

Nederlanders in Albanië

Wilma Verburg woont en werkt al jaren in Albanië. Vanuit Stichting Mensenkinderen richtte zij in 2013 de allereerste voedselbank in Albanië op, die sindsdien stormachtig is gegroeid.

Wilma is getrouwd met Fred Westerink. Sinds 2008 geeft hij via Stichting Antwoord leiding aan het christelijke gevangeniswerk in Albanië.

Esther Klaassen is manager van de door Fred ontwikkelde Dream Academy. Met steun van EO Metterdaad hopen zij dit programma voor tienerkinderen van gedetineerden te kunnen uitbreiden, evenals het werk in de gevangenissen.

Dat gebeurt momenteel in Tirana, Shkodër, Elbasan, Korçë en Lushnjë. “Met steun van EO Metterdaad hopen we ons werk te kunnen uitbreiden naar andere plaatsen, want de nood is hier zó groot,” zegt de Nederlandse Wilma Verburg (zie kader) in de gaarkeuken in Tirana.

“Wij halen wekelijks heel veel voedsel op bij onder meer supermarkten en markten,” vervolgt ze. “Dat zou anders weggegooid worden, maar is nog prima te gebruiken. Zo gaan we dus meteen ook voedselverspilling tegen, wat hier een groot probleem is.”

Een jongen uit de sloppenwijk speelt bij de rivier
Een jongen uit de sloppenwijk speelt bij de rivier. Credits: nbsp;Marijn Fidder.

Naast een rivier

Samen met Wilma en de Albanese voedselbank-coördinator Blerta bezoeken we een van de vele locaties waar – twee keer per week – voedsel wordt uitgedeeld aan de allerarmsten. In dit geval zijn dat Romagezinnen die in de sloppenwijk naast een rivier wonen. Vanaf de goed uitgeruste gaarkeuken, waar kinderen uit arme gezinnen elke middag een gratis warme maaltijd kunnen krijgen én geholpen worden met hun schoolwerk, ben je er met de auto in enkele minuten. Maar het voelt als een andere planeet.

Protserige villa’s

Als je hun slum bezoekt, moet je bij elke stap uitkijken waar je je voet neerzet. Zand, modder, water en vuil zo ver het oog reikt, op een steenworp afstand van normale huizen en de soms protserige villa’s die je hier ook aantreft. De sloppenwijk, een langgerekt lint van stenen huisjes langs de rivieroever, biedt een trieste aanblik. Op sommige plekken knijp je je neus het liefst dicht, zoals bij de openbare hurk-wc, waar zelfs geen dak op zit.

Foodbank_04
Credits: nbsp;Marijn Fidder.

Plastic slippers

Wilma en Blerta worden hartelijk begroet door moeders en slierten nieuwsgierige kinderen. Al deze jongens en meisjes dragen viezige kleding. Velen lopen op plastic slippers, of dragen veel te grote laarzen. Sommigen hebben schurft. “Dat komt door worminfecties,” legt Wilma uit. “Hygiëne is hier helaas ver te zoeken, al geven we deze vrouwen daar wel les in. Ook stimuleren we ouders hun kinderen naar school te sturen, al is de praktijk soms weerbarstig. Sommige kinderen en hun ouders bedelen, helaas.”

Foodbank_03
Credits: nbsp;Marijn Fidder.

Zonder blikken of blozen

We knopen een praatje aan met een van de vrouwen die hier wonen. Op de vraag hoe ze aan voedsel komt op de dagen waarop ze geen hulp krijgt van de voedselbank, antwoordt ze: “Dan kijk ik of ik iets eetbaars uit vuilnisbakken kan halen.” Ze zegt het zonder blikken of blozen, deze moeder van zes kinderen.

“Als het regent, regent het bij ons binnen ook,” zegt ze, wijzend naar het uit planken en platen geïmproviseerde dak. Vandaar die enorme vochtplekken op haar betonnen vloer.

Steeds meer toeristen

Tegen de schilferige achtermuur staat een grote, oude kast, waarin ze haar weinige spulletjes zo goed mogelijk heeft opgeborgen. In de hoek staat een tweepersoonsbed, waar het hele gezin ’s avonds in kruipt. Ruimte voor meer bedden is er niet.

“Albanië is niet alleen dit,” zegt Wilma nadrukkelijk. “Het is ook gewoon een ontzettend mooi land, dat door steeds meer toeristen wordt ontdekt. Maar wat je nu ziet” – ze gebaart om zich heen – “is helaas óók een deel van de realiteit.”

Foodbank_08
Credits: nbsp;Marijn Fidder.

Een roze aansteker

Achter ons zien we hoe drie jonge meisjes een smerige kabel uit het afval op de rivieroever sjorren. Even later zijn ze, breed lachend, aan het touwtjespringen.

Een paar meter verderop slaapt een negen maanden oud baby’tje in een oude kinderwagen, een kapotte roze aansteker in z’n knuistjes.

Waar droom je van als je op een plek als dit ter wereld bent gekomen?

Extra feestelijk

“Elke Kerst zorgen we ervoor dat alle gezinnen een extra feestelijk, groot en wat luxer voedselpakket krijgen,” vertelt Wilma terwijl de kinderen zich verdringen om op de foto te gaan. “Dan doen we er ook wat producten bij die ze normaliter nooit krijgen, zoals chocolade, cake en frisdrank. Zo maken we het extra feestelijk. Vorig jaar hebben we – in totaal – 400.000 kilo voedsel uitgedeeld, plus 150.000 kilo groente en fruit.”

Kinderen genieten van een warme maaltijd uit de gaarkeuken
Kinderen genieten van een warme maaltijd uit de gaarkeuken. Credits: nbsp;Marijn Fidder.

Uit de gaarkeuken

Vijf kinderen uit de sloppenwijk klauteren alvast in de achterklep van onze terreinwagen. “We kopen straks antibiotica voor hen tegen de worminfecties,” legt Wilma uit vanaf de achterbank. “En ze krijgen meteen een stevige, warme maaltijd uit onze keuken.”

De jongens en meisjes zingen een Albanees liedje, waarbij ze vrolijk klappen. Wilma luistert en lacht. “Dit hebben ze bij ons in de gaarkeuken geleerd: ‘Als je van Jezus houdt, klap dan in je handen.’”

Een innige omhelzing

Voordat ze als laatste in de auto stapt, neemt Blerta (die nog druk in gesprek was) afscheid van de vrouwen bij de rivier. Een paar hartslagen lang drukt zij hen, een voor een, tegen haar borst. Een innige omhelzing te midden van alle viezigheid.

Lees ook: Sterrenkijken in de Biesbosch
Lees ook: Sterrenkijken in de Biesbosch

“We proberen steeds met de ogen van Jezus, vanuit Gods liefde, naar alle mensen te kijken die onze hulp hard nodig hebben, hier en op andere plekken,” vertelt Blerta onderweg naar de gaarkeuken, terwijl de kinderen achter ons nog vrolijk zingen. “We brengen niet alleen voedsel – wij brengen hoop.”

Beeld: Marijn Fidder

Geschreven door

Gert-Jan Schaap

--:--