Ga naar submenu Ga naar zoekveld

‘Nieuwkomer’ Elbert Smelt ontdekt de Bijlmer

'Het is hier in ieder geval nooit saai'

Midden in de pandemie verhuist Elbert Smelt met z’n gezin naar de Amsterdamse Bijlmer, een wijk die al jaren worstelt met een slecht imago. Het blijkt een behoorlijk avontuurlijke missie. Op zoek naar het ware gezicht van de Bijlmer gaat de EO-presentator op ontdekkingstocht. “Ik vind het hier niet per se heel mooi, mag ik dat zeggen?”

Fris gedoucht zwaait Elbert de deur van zijn rijtjeswoning open. Zijn vrolijke kortemouwenblouse typeert zijn gemoed. “Goedemorgen!” In de kleurrijke woonkamer klimt jong grut over de bank. Zijn vrouw Linda zet koffie in de open keuken. “De periode van de pandemie voelde als ploegen op de rotsen, en nu heb ik echt zin om de wijk en de stad beter te leren kennen”, vertelt Elbert. “Musea, concerten, feestjes. I love it!”

Toch komt Elbert daar niet voor. Hij en Linda wonen hier – met hun vier jonge kinderen – in de eerste plaats als ouders én ‘goede buren’ voor zestien kwetsbare moeders met hun kinderen in een woongroep van stichting Timon. Achter in de tuin grijpt Elbert zonder angst een kippetje uit het hok, een stukje Veluwe in de Bijlmer. “Alle vrouwen hebben een eigen huisje in dit rijtje, maar we delen wel deze open tuinen. Een heerlijke plek. Overdag lijkt het op een camping en is er nooit rust. Nu is het stil, omdat de meeste vrouwen nog slapen.”

Zwerfkogel 
Stilte waar je van moet genieten zolang die aanwezig is, weet Elbert inmiddels, want de afgelopen twee jaar waren bij vlagen pittig. Een wegvliegend dak tijdens een storm, een kogelwond in het voetje van een van de buurkinderen (“een zwerfkogel gelukkig”) en een bizarre beschieting van een van de huizen van de woongemeenschap, somt Elbert droogjes op. Het lijkt het Wilde Westen wel! Elbert: “De politie heeft hier zeker al vijf keer op de bank gezeten, vaak in het holst van de nacht. Dan ga je toch denken: wat doe ik hier in vredesnaam met kleine kinderen?” Tegelijk aarzelt Elbert om over dit soort incidenten te vertellen, omdat hij niet het slechte imago van de ‘Bims’ wil bevestigen. “Het is niet het enige verhaal, hè”, nuanceert hij. De meeste Bijlmerianen die hier zijn geboren en getogen zullen dit in geen honderd jaar meemaken.”

Wat doe ik hier in vredesnaam met kleine kinderen?

Bidden en bierbrouwen
Na de koffie is het de hoogste tijd om de wijk te gaan verkennen. “O wacht,” roept Elbert, “ik moet m’n haar nog doen.” Vlug rent hij naar de badkamer om z’n dansende lok van een klodder wax te voorzien. “We kunnen!”
Een van de eerste bewoners met wie hij contact kreeg in de Bijlmer, is abt en bierbrouwer Johannes van den Akker van het Kleiklooster. Vanaf Elberts huis is het een wandelingetje van niets naar de Kleiburgflat, waar Johannes zeven jaar geleden het stadsklooster opende. “Ooit stond ik hier met m’n vriendengroep uit Hattem: bidden en bierbrouwen, met een mooi praatje van Johannes over leven in de wijk.”
“Ik heb vast heel goede dingen gezegd toen”, grapt Johannes.
Elbert: “Je hebt in ieder geval de Bijlmer ontmythologiseerd. Jij boorde het hele getto-imago de grond in en vertelde hoe prettig je het hier vindt wonen. Achteraf is dat bezoek voor mij een van de stapjes geweest om hiernaartoe te durven trekken.”

Spaanplaat
Het liefst komt Elbert elke woensdagavond bidden in de kapel van het Kleiklooster,
al lukt dat niet zo vaak. In het donkere kamertje staat een dozijn knielbankjes. Alleen door het kruis, een uitsparing in een houten plaat voor het raam, komt daglicht naar binnen. “Kijk je door het kruis naar buiten, dan zie je de wijk,” legt Johannes uit, “de plek waar we als gemeenschap aanwezig willen zijn.” “IJzersterke symboliek met een simpel stukje spaanplaat”, aldus Elbert, die met Johannes een kaars aansteekt. “Als ik hier op woensdagavond kom, stap ik bewust uit de heisa thuis. Hier is het relatief stil. Soms lukt het om tot rust te komen en te bidden voor de wijk.”

RT.20220720-_R4A0400

Halleluja
Johannes streek destijds zonder een duidelijk plan in de Bijlmer neer. “Pas later ontdekte ik hoe tof het hier is”, vertelt
de geboren Groninger. “Het leven op straat is heel prettig. Er hangt een open sfeer en je kunt mensen gewoon aanspre- ken. Ook kom je verbazingwekkend veel groen tegen. Daarnaast is de Bijlmer heel gelovig, met veel kerken en moskeeën. Zo rijden er talloze busjes rond met teksten als ‘Halleluja’ of ‘God regeert’ erop, vaak van mensen uit Ghanese of Nigeriaanse pinkstergemeenten.”
Toch ontbreken de kerktorens in het straatbeeld, omdat de architecten van de wijk er eind jaren zestig simpelweg van uitgingen dat niemand meer naar een kerk zou gaan. “Inmiddels zitten veel kerken vanwege beperkte middelen vooral in parkeergarages of in aftandse gebouwtjes.”

Financieel spannend
In 2015 opende het Kleiklooster zijn deuren op de eerste etage in een typische Bijlmerflat, als plek voor enkele huishoudens en noodopvang voor kwetsbare mensen. Ook maakt Johannes kloosterbiertjes met brouwerij Kleiburg en is hij sinds kort voorzitter van de Vereniging Religieuze Leefgemeenschappen. “De Bijlmer telt relatief veel eenoudergezinnen. Financieel is dat spannend, zeker met de huidige inflatie, belachelijke huurprijzen en stijgende energiekosten. Veel mensen kloppen bij ons aan als ze het niet meer redden. Aan een kleine groep vrouwen bieden wij onderdak.”

RT.20220720-_R4A0452

Kipkluifjes
Op de volgende locatie van de miniroadtrip door de Bijlmer krijgen de gasten, veel mensen zonder paspoort, straks heerlijke gebraden kipkluifjes voorgeschoteld. Verleidelijke geuren meanderen uit de keuken naar de grote zaal met stoelen en tafels. “Hello, welcome!” roept Raffic Osman, die zich in één adem verontschuldigt voor z’n gebrekkige Nederlands. “Mijn netwerk hier in de Bijlmer is volledig Engelstalig, dus het is er nooit van gekomen om de taal goed te leren. Maar kijk uit, ik versta wel Nederlands, hoor. Dus niet over me roddelen, hè?”

Eens, in de beruchte slechte jaren van de Bijlmer, lag ook Raffic hier in de goot als drugsverslaafde, nadat hij in 1987 zijn moslimfamilie in Ghana had verlaten.

Overdag lijkt het op een camping en is er nooit rust

“Totdat ik via de Victory Outreachkerk cold turkey afkickte.” “Ze vervingen de cocaïne door Jezus”, lacht Elbert, die zelf naar Hemelsbreed gaat, een community van gelovigen in de wijk, opgericht door Remmelt Meijer.

Raffic bekommert zich al jaren om mensen aan de zelfkant van de samenleving.
Soms komt hij nog dealers tegen die hem wat spul proberen aan te smeren. Raffic niet gezien. Hij vult zijn tijd liever in de soepkeuken in de Nieuwe Stad en met zijn bediening als pastor van Treasures International Ministries.

Penarie
Het duurt niet lang of Raffic begint vragen te stellen aan zijn gast. “Elbert, waar heeft God je voor geroepen hier in de Bijlmer?” “Ik ben hier met mijn gezin gekomen om een goede buur te zijn van alleenstaande moeders en hun kinderen. Ook wil ik ervaren hoe bevoorrecht je bent als succesvolle blanke man, een tata zoals ze dat noemen. Op de Veluwe had ik de ellende en m’n bevoorrechte positie niet zo door. Tegelijk vragen m’n vrouw en ik ons soms echt af wat we hier aan het doen zijn met vier kleine kids.”

Raffic: “Daarom vraag ik je nogmaals: heb je dat al aan God gevraagd? Leef gewoon met die vraag en je krijgt vanzelf antwoord! Mag ik je uitdagen om ondertussen vooral naast mensen te gaan zitten? Luister, blijf openstaan en zoek geen antwoorden. Is de wijk veilig? Ja en nee. Zijn hier problemen? Ja, er komen bij de Nieuwe Stad dagelijks mensen die diep in de penarie zitten, zeker. Tegelijkertijd ken ik voldoende succesvolle Bijlmerianen.” Pas op voor stereotypen, wil Raffic maar zeggen.

RT.20220720-_R4A0485

Omgekeerde Bounty
De beste plek om de Bijlmer goed te bekijken, is boven op metrostation Kraaiennest, vlak bij winkelcentrum De Amsterdamse Poort. “Kijk, hier staan de snorders”, weet Elbert als we langs een parkeerplaatsje onder het station lopen. “Dit zijn taxichauffeurs zonder vergunning, die mij als tata waarschijnlijk nooit meenemen. Want misschien ben ik wel een agent.”

Het steekt Elbert duidelijk. “Blijkbaar werkt het ook andersom, dat ik nu op een negatieve manier in de hoek word gezet. Ik krijg namelijk niet eens een kans mee te rijden, terwijl – als mensen mij leren kennen – ze me vaak een omgekeerde Bounty noemen: wit vanbuiten en een beetje bruin vanbinnen, vanwege mijn jeugd in Peru. En toch wil ik me hier thuis voelen met m’n gezin. Die uitdaging zijn we aangegaan, terwijl ik het hier niet per se heel mooi vind, of zo. Mag ik dat zeggen?”

Xxl
Boven op Kraaiennest maakt Elbert de balans op na zijn ontdekkingstocht door de Bijlmer. Hij wijst naar zijn huis, geflankeerd door de witte Taibahmoskee. Een metro komt knerpend tot stilstand. “Kijk, daar woon ik. Zie je dat rijtje woningen?” Daar zullen straks zijn kinderen ongetwijfeld al zijn aandacht weer opeisen: “Soms denk ik wel: waarom moet alles bij ons zo xxl zijn? En tv, én mijn band Trinity, én vier kinderen én ook nog het Timonhuis hier in de Bijlmer. Maar ja, Linda en ik zochten – allebei als voormalige mission kids – nieuwe prikkels buiten Hattem en dan kun je blijkbaar pardoes in de Bijlmer belanden. Eén geluk: het is hier in ieder geval nooit saai.”
Verzuchtend: “Wel vraag ik me soms af of ik echt een plek bezet moet houden voor iemand die hier geboren en getogen is, maar geen betaalbare woning kan vinden. Of doe ik er juist goed aan? Zodat ik – als vooruitgeschoven post van een wit netwerk – verschillende culturen bijeen kan brengen? ‘Live with the question’, adviseerde pastor Raffic me. Leef met de vraag! Dat gaan we maar eens doen dan...”

Tekst: Maarten Nota
Beeld: Ruben Timman

--:--