Ga naar submenu Ga naar zoekveld

‘Opa sliep met een pistool onder zijn kussen’

Monique Veenstra wist niet dat haar grootvader toprechercheur was

3 juni 2022 · Leestijd 13 min

Manke Harm, Rooie Henk en Tinus de Goddeloze: zomaar wat bijnamen van zware jongens uit het Amsterdam van weleer. Dat haar opa toprechercheur was en tot het gaatje ging om criminelen te stoppen, ontdekte Monique Veenstra pas toen ze vergeelde memoires terugvond. “Bizar dat niemand me dit heeft verteld.”

Ooit tikte agent Marten Veenstra een bloedmooi meisje op de schouder, op het treinstation van Haarlem. Nagestaard door menig mannenoog, was deze Steffi eerder die dag ingestapt op Centraal Station Amsterdam. Ze had een hutkoffer bij zich die zo zwaar was dat zelfs een geoefende kruier ‘m nauwelijks van de grond kon tillen. Alsof er keien in zaten. Verdacht, vond Veenstra. Hij schaduwde haar.

Volgepropt met juwelen

De doortastende Fries, die als jonge agent snel furore had gemaakt binnen het politiekorps in hartje Amsterdam, was samen met een collega heimelijk meegereisd met dezelfde trein. In Haarlem arresteerde hij haar.
De koffer bleek volgepropt met fonkelende edelstenen, bontjassen, bankbiljetten en andere kostbaarheden van het schatrijke gezin waarvoor zij als dienstmeisje werkte. Die spullen waren in december 1933 spoorloos verdwenen na een uitslaande woningbrand in een riante villa aan de Weteringschans.
Hoewel het dienstmeisje een waterdicht alibi leek te hebben, vermoedde ‘agent 1218’ – Veenstra’s kraagnummer – dat zij meer van de brand wist, al speelde ze de vermoorde onschuld. Zoals zo vaak, bleek zijn intuïtie juist.
De beeldschone Steffi was er gloeiend bij. Veenstra’s chef zou verrast opkijken.

Mijn opa offerde er zélfs zijn vrije tijd voor op

Een laatste poging

“Mijn opa offerde er zélfs zijn vrije tijd voor op om deze schijnbaar onoplosbare zaak alsnog tot een goed einde te brengen,” vertelt kleindochter Monique (58) thuis op de bank in Soest. Er klinkt bewondering door in haar stem.
“Omdat alle sporen waren doodgelopen, had zijn chef hem kort daarvoor zelfs van de zaak gehaald, waar mijn opa heel veel tijd en energie in had gestoken. Ter compensatie kreeg hij enkele dagen vrij. Maar samen met een collega besloot hij, zonder dat hun chef dit wist, toch nog een laatste poging te wagen om de waarheid boven water te krijgen. Dat tekent hem ten voeten uit: hij ging altijd tot het gaatje, en kon het niet uitstaan als een zaak onopgelost bleef.”

Nooit gekend

Monique VeenstraMonique Veenstra bladert door dossiermap opa Marten Veenstra

Monique vindt het jammer dat ze haar opa Veenstra nooit heeft gekend. Marten Veenstra overleed rond haar geboorte, na een zware hartaanval. Vlak voor zijn overlijden had hij zijn beide zoons elk een map met verhalen uit zijn politiecarrière overhandigd, uitgetikt op een oude typemachine. “Pas door zijn memoires heb ik mijn opa leren kennen,” vertelt oud-ondernemer Monique.

Wanneer kreeg jij die map voor het eerst in handen?
“Toen ik na het overlijden van mijn moeder samen met mijn zussen het ouderlijk huis ontruimde. Dat was in 2017; mijn vader was al jaren daarvoor gestorven. Ik had vanuit de familie nooit iets over het werk van mijn opa gehoord, en wist niet dat hij memoires had nagelaten. Ik begon die vergeelde velletjes te lezen, en werd direct gegrepen.”

Het is bijna niet te geloven dat niemand je er ooit iets over heeft verteld.
Met een ferme hoofdknik: “Dat vind ik nog steeds bizar. Ook mijn oma Veenstra, die ik nog wel heb gekend, sprak nooit over wat zij vroeger allemaal samen in Amsterdam hebben meegemaakt. Terwijl dat bepaald niet niks was – al realiseer ik me dat dus nu pas.”

Peter R. de Vries

Niemand minder dan misdaadverslaggever Peter R. de Vries moedigde Monique aan deze verhalen van haar opa in boekvorm uit te geven. Sterker nog, hij bood gelijk aan het voorwoord te schrijven.

Hoe kwam je met hem in contact?
“Omdat ik zo gegrepen was door deze verhalen, besloot ik de stoute schoenen aan te trekken en hem te mailen met de vraag of hij eens wilde kijken of het iets was. Al snel kreeg ik een enthousiaste reactie terug. ‘Het is net een karakterspiegel waar ik in kijk als ik dit lees,’ zei hij.”

Peinzend: “Hij moet in mijn opa een zielsverwant hebben herkend; beiden konden niet tegen onrecht en wilden daar een vuist tegen maken. Toen hij zo enthousiast reageerde, en zelfs aanbood het voorwoord voor zijn rekening te nemen, was ik er stil van. Ik dacht: wow…”

Begin 2021 kwam Het testament van agent 1218 uit (ondertitel: Memoires van Marten Veenstra, rechercheur in Amsterdam tussen 1915 en 1955). Peter R. de Vries prees deze uitgave onder meer aan in RTL Boulevard.

Een vleugje humor

Monique Veenstra met vergrootglas

In Het testament van agent 1218, dat Monique in eigen beheer uitgaf, staan twintig Amsterdamse zaken waar Veenstra als agent en later rechercheur bij betrokken was. Die vertelt hij met vaart, beeldend, hier en daar gekruid met een vleugje humor.

Wat is jouw favoriete scène?
“Ik zou er heel wat kunnen noemen. Wat ik bijvoorbeeld geweldig vind, is dat mijn opa op een gegeven moment dat dienstmeisje met die enorme hutkoffer oppakt. Je ziet het voor je. Grandioos dat hij, terwijl de chef hem al van die hopeloze zaak had afgehaald, tóch doorging. Hij had zo’n enorme innerlijke drive om het kwaad te stoppen.”

Innig verstrengeld

Veenstra vermomde zich onder meer als loodgieter, wasserijknecht en als vrouw om – incognito – verdachte personen te kunnen observeren. Want in het criminele circuit stond hij al snel te boek als iemand voor wie je moest oppassen. Niet alleen vanwege zijn vaardigheid met gummiknuppel en vuist, maar juist ook vanwege zijn scherpe analytische vermogen.

Hij dook zelfs eens met de vrouw van een collega als innig verstrengeld liefdespaartje een portiek in, om een beroepscrimineel in de gaten te kunnen houden.
Lachend: “Klopt! En telkens als zijn collega langskwam, trok hij expres zijn ‘vriendin’ nog wat dichter tegen zich aan, puur om hem te sarren. Hilarisch, toch? Dat je in die tijd nog toneellessen moest volgen tijdens de politieopleiding, kwam hem in de praktijk goed van pas. Hij was een geboren toneelspeler.”

Sommige recherchezaken moeten emotioneel aangrijpend voor hem zijn geweest.
“Absoluut. Neem het tragische slotverhaal, Het draait om een kinderlijkje dat uit het water wordt gevist, met sporen van geweld op het lichaampje. Niemand weet wie dit jongetje is, en wat er is gebeurd. Maar op basis van de kleinste flintertjes informatie weet mijn opa op een ongelofelijke knappe manier toch te reconstrueren wat er is gebeurd. Dat vind ik geniaal. Hij kon zich ongelooflijk goed in het denken van criminelen verplaatsen.”

Datzelfde zie je bij een destijds heel beroemde zaak waar hij ook bij betrokken was, de moord in de Majellakerk.
“Inderdaad. Op Goede Vrijdag 1929 werd een leidekker, Leendert Arkenbout, zwaargewond en bewusteloos in die katholieke kerk aangetroffen. Hij overleed nog diezelfde dag. Een noodlottig ongeval? Mijn opa nam poolshoogte en vertrouwde het zaakje niet. Daarom liet hij zelfs het lijk opgraven, om de moordenaar – het was inderdaad een misdrijf – te kunnen ontmaskeren.”

Ben je trots op je opa?
Direct: “Héél erg trots. Ik vind het zo stoer wat hij allemaal heeft gedaan. Al ben ik wars van persoonsverheerlijking; hij had ook zijn zwakke kanten – zoals wij allemaal. Maar ik ben supertrots op hem, omdat het gevaarlijke criminelen waren met wie hij te maken had. Niet voor niets zei Peter R. de Vries: ‘Die man verdient een boek.’”

Net als De Vries wijdde jouw opa zijn hele werkzame leven aan de strijd tegen het kwaad. Was hij christen, voor zover jij weet?
“Dat heb ik niet kunnen ontdekken. Het blijkt niet uit deze verhalen. Maar wat ik sowieso heel inspirerend vind, is dat hij zijn leven wijdde aan iets groters. Hij was totaal niet zelfgericht. Wat dat betreft, houdt hij ons allemaal een spiegel voor.”

Expres trok hij zijn ‘vriendin’ nog wat dichter tegen zich aan

Dertig jaar in de cel

Monique komt nog even terug op het verhaal over de moord in de Majellakerk. “Weet je wat zo bijzonder was? Via dit boek heb ik de kleindochter van de dader, die dankzij het speurwerk van mijn opa dertig jaar in de cel heeft gezeten, leren kennen. Zij was heel blij met het verhaal dat mijn opa over die geruchtmakende zaak schreef, mailde ze me.”

Waarom?
“Omdat het voor haar nieuwe details bevatte. Afgelopen april hebben we elkaar ontmoet, hier in Soest. En onlangs was ze op mijn uitnodiging zelfs aanwezig bij een boekpresentatie die ik gaf in Friesland.”

Als je deze verhalen leest, krijg je als vanzelf ook diep respect voor de vrouw op de achtergrond: jouw oma Veenstra.
Monique komt overeind. “Ja, hè? Voor oma Popkje – ‘Frieser’ dan Marten Veenstra en Popkje de Jong kun je het niet krijgen – moet het heel wat zijn geweest. Als jong moedertje verhuisde ze vanuit Friesland naar hartje Amsterdam, omdat haar man daar bij de politie ging werken. Ze woonden midden in de rosse buurt. Bovendien waren het daar ook toen al roerige tijden: vechtpartijen, inbraken, liquidaties en noem maar op.”

Wat herinner jij je vooral van oma Veenstra?
“Dat ze altijd zó liefdevol was. Ik kom zelf uit een niet-christelijk gezin, maar ben een jaar of twaalf geleden tot geloof gekomen. Toen heb ik mijn moeder – mijn vader leefde al lang niet meer – gevraagd of er iemand in mijn voorgeslacht was die ook geloofde. ‘Oma Popkje,’ antwoordde ze. Achteraf weet ik dat ik dit op de een of andere manier als kind al heb gevoeld.

Totaal niet zelfgericht

Dossier map Marten Veenstra, opa Monique Veenstra

“Bij haar voelde ik me altijd super veilig en geliefd,” licht Monique toe. “En pas nadat ik de memoires van mijn opa had gelezen, besefte ik wat voor leven zij moet hebben gehad. Maar daar sprak ze nooit over. Nóóit! Ze was altijd op anderen gericht, haar kinderen en kleinkinderen. Terwijl ze verhalen had kunnen vertellen… Van een veel oudere neef hoorde ik later dat mijn opa op een gegeven moment zelfs met een Browning-pistool onder zijn kussen sliep.”

Dat wist jouw oma natuurlijk ook.
“Absoluut. Haar man bekleedde een heel gevaarlijke positie, omdat hij de confrontatie aanging met de Amsterdamse onderwereld. Iedere crimineel wist wie hij was en waar zij woonden. Sommige boeven waren de Holleeders van die tijd. Dat wist zij net zo goed als hij. Maar ik heb er nooit wat van gehoord. Mijn opa en oma hadden altijd aandacht voor anderen. Ik vond het heel ontroerend toen ik op een dag een dagboekje in handen kreeg, waarin stond dat oma Popkje voor haar kleinkinderen bad.”

Er is dus zelfs een dode gevallen

Amsterdamse zwartslachter

Monique geeft aan dat ze op dit moment aan een vervolg op het boek werkt, omdat er inmiddels nog veel meer informatie boven water is gekomen.

Kun je al een tipje van de sluier oplichten?
“Toen het eenmaal gedrukt was, kwam er nog veel meer informatie boven water. Zo stuitte ik op een ronduit spectaculaire zaak waarbij mijn opa in de oorlog betrokken was. Daarover stond niets in zijn memoires; ik ben nog bezig met de research. Het had te maken met een zwartslachter in ’t Gooi die hij op het spoor was. Midden in de oorlog, terwijl iedereen hongerleed, leefde deze man als een vorst en vierde hij feestjes vol voedsel en drank. Vlak voordat mijn opa hem wilde arresteren, hoorde hij iets wat hem totaal van zijn stuk bracht: ‘Deze man levert ook aan het verzet. En aan de armen.’ Opeens stond mijn opa voor een moreel dilemma van jewelste. Wat moest hij doen? Het was zijn vak om dit soort mannen te arresteren, die bacchanalen in tijden van oorlog en honger hielden. Hij háátte die kerel erom. Maar hij realiseerde zich plotseling: als ik hem arresteer, hebben de verzetsmensen én de armen direct een enorm probleem; die zwartslachter is dus niet louter slecht… Daardoor ontstaat er een soort kortsluiting in het hoofd van mijn opa. Fascinerend!”

De werkelijkheid bleek opeens minder zwartwit?
“Precies. De ontknoping verklap ik niet, maar hij heeft destijds een afweging gemaakt die hem niet door iedereen in dank is afgenomen. Er is zelfs een ware hetze tegen mijn opa losgebarsten. Uiteindelijk heeft hij – misschien wel mede daarom – meerdere hartaanvallen gekregen en is hij met vervroegd pensioen gegaan.”

Is jouw kijk op de politie veranderd door zijn memoires?
“Nou, ik heb eerder al een heel positieve ervaring met de politie gehad. Ik ben namelijk zelf een keer neergeschoten. Jaren geleden, op mijn verjaardag.”

Kun je daar iets meer over vertellen?
Bedachtzaam: “Ik wil niet te veel details noemen, omdat de dader inmiddels weer vrij rondloopt. Maar het gebeurde ’s ochtends in een parkeergarage, toen ik onderweg was naar mijn werk. Hij pakte me plotseling vast en drukte een pistool op mijn borst. Ik kan me niet alles meer precies herinneren, maar op een gegeven moment rukte ik mezelf los. Toen schoot hij me van achteren neer. Ik hield me nog even staande tegen een paal en raakte daarna in shock. De dader liep weg, op zoek naar een ander slachtoffer. Dat hoorde ik later van twee ontzettend aardige agenten die mij – met een doos bonbons – opzochten in het ziekenhuis. Nog diezelfde dag heeft de man een andere vrouw gegijzeld. Iemand die haar te hulp schoot, kan het helaas niet navertellen. Er is dus zelfs een dode gevallen.”

Dagelijks gevaar

Monique Veenstra zittend

Na een korte stilte: “Door deze ervaring én de memoires van mijn opa ben ik me veel meer bewust geworden van het feit dat politiemensen dagelijks gevaar lopen, voor onze veiligheid. Alleen al daarom verdienen ze respect.”

Je bent al enkele zomers als campingpastor actief voor de missionaire organisatie IZB. Heb je campinggasten gesproken die wisten dat jij deze verhalen van je opa hebt uitgegeven?
“Heel wat zelfs! Dat was zó mooi. Als pastor op een seculiere camping weet je natuurlijk dat sommigen het liefst met een grote boog om je heen lopen. Maar in 2021 nam ik een stapel boeken mee. Ik vertelde iedereen dat ze tegen kostprijs een exemplaar bij me konden afhalen. Het boek vond gretig aftrek. Maar het mooiste was dat het een brug bleek om in gesprek te komen met mensen die normaliter níks met de kerk of het geloof te maken wilden hebben. Als ze een exemplaar kwamen halen, zei ik: ‘Wat leuk, kom even zitten.’ Ik heb altijd een extra stoel klaarstaan. En dan kwamen de verhalen los… Ik heb met heel wat mensen kunnen spreken over Gods liefde. Ook heel wat oud-politiemensen, trouwens. In één week had ik zelfs vijftig gesprekken: een unicum. Dus achteraf zie ik er echt Gods hand in dat ik deze memoires – bijna zestig jaar na dato – heb ontdekt. Mijn opa moest eens weten wat zijn verhalen allemaal hebben losgemaakt…”

(Tekst loopt door onder video)

De weergave van deze video vereist jouw toestemming voor social media cookies.

Toestemmingen aanpassen

Personalia
Ooit was Monique Veenstra (58) een succesvolle zakenvrouw, met een eigen opleidingsinstituut. Ze droeg haar bedrijf na 25 jaar over. Monique kwam op latere leeftijd tot geloof en is sinds enkele jaren in de zomer actief als campingpastor. Het testament van agent 1218 is haar eerste boek, uitgegeven in eigen beheer.

Beeld: Nathalie van der Straten-Folkersma

Geschreven door

Gert-Jan Schaap

--:--