Navigatie overslaan
Sluit je aan
Uitgelichte afbeelding
© Nathalie van der Straten

Koffie, aandacht en soms een gesprek over God: hos­pi­ce­vrij­wil­li­ger Gert de Jonge biedt troost

Interview

Een kop koffie en soms een gesprek over God en het hiernamaals. Dat is wat Gert de Jonge (60) de gasten in het Hospice Gasthuis Groningen kan bieden. Voor sommigen is het de troost waar ze naar snakken.

Troost als het leven moeilijk is

Hoe troost je iemand die ernstig ziek is, of misschien wel op sterven ligt? Gert ​vertelt over zijn vrijwilligerswerk in het Hospice ​Gasthuis Groningen.

“Hé, dat is een zuster in de Heer, dacht ik, toen ik onlangs een bijbeltje op de kamer van een van onze gasten zag liggen. Ik vertelde dat ik ook christen ben, pakte er een stoel bij en we voerden een mooi gesprek over God en haar lijden in dit leven. Gesprekken gaan trouwens niet altijd over de laatste fase van het leven, soms voeren we gewoon een mooi geloofsgesprek. Al is niet iedereen meteen enthousiast als ik vertel dat ik gelovig ben. Sommigen nemen het ter kennisgeving aan, anderen willen er zelfs niets over horen. Dat respecteer ik. En natuurlijk ben ik heel blij als ik iemand ontmoet die het waardeert als ik vraag of ik uit de Bijbel mag voorlezen of voor hem of haar mag bidden.

De laatste fase van het leven is zo kwetsbaar. Dat er dan iemand is die voor je bidt, kan enorm troostrijk zijn

Ik ben een van de ongeveer honderd vrijwilligers in het hospice en één dagdeel per week aanwezig en beschikbaar. Dan sta ik klaar voor alles wat er moet gebeuren. Heeft de medische zorg hulp nodig? Dan help ik een handje. Daarnaast deel ik maaltijden uit, breng ik kopjes koffie langs en ben ik gastheer voor het bezoek. De behoefte van de gast die hier verblijft, staat voorop. Als hij of zij iets nodig heeft, voorzie ik daarin. Sommigen zijn erg gesteld op hun privacy. In dat geval kijk ik een keer kort om het hoekje van de deur om te vragen wat ze willen drinken. Vaak ben ik alleen maar bezig met praktische zorg, maar af en toe is er een mogelijkheid voor een goed gesprek met een gast.

De gesprekken zijn vaak intens; ze gaan over het leven, over opzien tegen het sterven en over dingen waar de gast mee tobt. Tegelijkertijd is het niet mijn opdracht om diepgaande conversaties te voeren, het is puur mijn eigen keuze. Dit hospice is onderdeel van Humanitas. Iedereen is hier welkom, ongeacht religie of levensovertuiging. Ik voer de gesprekken dus vanuit mijn eigen overtuiging, maar die is niet per se het uitgangspunt van het hospice.

Nog niet zo lang geleden overleed er een gast voor wie ik weleens had gebeden. Vanuit gesprekken met hem wist ik dat zijn kinderen naar de kerk gingen. Nu is het altijd een beetje hectisch bij een sterfgeval: de begrafenisondernemer komt, mensen nemen afscheid en het lichaam moet verzorgd worden. Bij dat laatste wilde de familie niet aanwezig zijn, dus bood ik ze een kopje koffie aan, zodat ze even op adem konden komen. Omdat ik wist dat ze kerkelijk waren, vroeg ik of ze al gebeden hadden sinds het overlijden. Toen het stil werd, bood ik aan om in gebed te gaan. Ze stemden daarmee in en het gaf een diepe verbondenheid. Achteraf hoorde ik hoe fijn en bijzonder ze het vonden dat ik op dat moment voor hen gebeden had.

Als ik de mogelijkheid krijg, probeer ik mezelf te zijn en een beetje lichtheid te brengen in de situatie. Sterven is een ontzettend kwetsbaar proces. Dat ik juist in die fase troost mag bieden of iets van licht mag brengen, vind ik enorm waardevol.”