
Achtergrond
Leestijd: 5 minDoor Gert-Jan Schaap
In de koplampen van de wereldgeschiedenis duiken soms families op die direct tot de verbeelding spreken. Bijvoorbeeld omdat ze een enorme macht uitoefenden, schatrijk waren, extreem decadent leefden of juist uitzonderlijk muzikaal waren. We stellen er vijf aan je voor.

Kom op 5 juni naar het grootste worshipconcert van Nederland
Ontdek meerAls het om intriges en schandalen gaat, zijn weinig families zo berucht geworden als de Borgia’s. Rodrigo Borgia (1431-1503) – de latere paus Alexander VI – was veruit de beroemdste. Hij is een van de meest controversiële kerkleiders ooit, vanwege zijn immoraliteit en machtsmisbruik. “Hij was de ergste paus die Rome ooit heeft gezien”, oordeelden zijn tegenstanders vanwege zijn notoire schaamteloosheid.
Films en romans houden hun duistere roem nog altijd levend
Ook zijn kinderen, vooral Cesare en Lucrezia, waren betrokken bij tal van schandalen. De Borgia’s deinsden er niet voor terug tegenstanders uit de weg te ruimen, onder meer met gif.
De ironie wil dat uitgerekend hun door velen verfoeide levensstijl leidde tot een bloeiperiode in de schone kunsten: de Borgia’s waren belangrijke beschermheren van kunstenaars als Rafaël. Films en romans houden hun duistere roem nog altijd levend.
Vaak hoor je alleen de achternaam Bach, zoals in de slogan ‘Geen dag zonder Bach’. Dan wordt dé Bach bedoeld: Johann Sebastian (1685-1750), of kortweg J.S. “Het enige doel van muziek”, schreef deze even geniale als diepgelovige componist, “zou de eer van God en de verfrissing van de ziel moeten zijn.”
Minder bekend is dat er – in een periode van drie eeuwen – maar liefst zo’n vijftig muzikale telgen kwamen uit dit ene geslacht. En van hen heeft bijna de helft een aanzienlijke bijdrage aan de klassieke muziek geleverd, onder wie Johann Michael, Wilhelm Friedemann en Carl Philipp Emanuel.
Geen enkele andere familie heeft de klassieke muziek zó sterk en blijvend beïnvloed als al deze Bachs: een muzikale familie zonder weerga in de wereldgeschiedenis.
Bij het woord dynastie denkt waarschijnlijk niemand aan kunstschilders. Maar de Bruegels kun je met recht een artistieke dynastie noemen. Die begon rond 1550 bij Pieter Bruegel de Oude (ca. 1525-1569), en liep tot diep in de zeventiende eeuw door via zijn zonen, kleinzonen en andere nazaten. Samen legden zij de basis voor de nu wereldberoemde Nederlandse landschaps- en genreschilderkunst. Hun invloed reikt zelfs tot in de moderne kunstgeschiedenis.
De keuze van hun onderwerpen was destijds vernieuwend: boeren, kermissen, landschappen en het alledaagse leven. “Ik schilder wat ik zie,” zei Pieter Bruegel de Oude naar verluidt, “niet wat anderen willen zien.” Behalve hij hadden vooral zijn zonen Pieter Bruegel de Jonge en Jan Bruegel de Oude (bijgenaamd ‘de fluwelen Bruegel’) zeer productieve penselen. De Bruegels schilderden samen duizenden doeken, die – ook ver buiten de Lage Landen – bij vorsten en talloze andere kunstliefhebbers gretig aftrek vonden.
Nog altijd spreekt de Joodse bankiersfamilie de Rothschilds tot de verbeelding. Veelzeggend is deze uitspraak van Mayer Amschel Rothschild (1744-1812), die hun imperium vestigde: “Geef mij de controle over het geld van een natie, en het maakt me niet uit wie de wetten maakt.” Zijn vijf zonen vestigden bankhuizen in de belangrijkste Europese hoofdsteden. Daardoor bouwde de familie een ongekend internationaal netwerk op.
Ook droegen ze bij aan de stichting van de staat Israël
In de negentiende en twintigste eeuw financierden de Rothschilds grote infrastructurele projecten als spoorwegen, en waren ze betrokken bij het uitgeven van leningen (staatsobligaties) aan staten tijdens oorlogen. Ook droegen ze bij aan de stichting van de staat Israël, met forse donaties en landaankopen. De beroemde Balfour-verklaring van 1917, waarin het Britse parlement zijn steun uitsprak voor ‘een nationaal Joods tehuis’, was geadresseerd aan Walter Rothschild als vertegenwoordiger van de Federatie van Zionisten. De invloed en het fortuin van de Rothschilds leverden hun bewondering op, maar voedden helaas óók antisemitisme en complottheorieën.
Wist je dat het Huis Oranje-Nassau een van de langstzittende dynastieën van Europa is (sinds 1544)? En dat de huidige Europese vorstenhuizen opvallend nauw met Oranje-Nassau verweven zijn? Vanaf de twintigste eeuw stammen veel erfelijke vorsten in Europa af van Johan Willem Friso van Nassau-Dietz (1687-1711).
“Je hoeft niet te hopen om te beginnen, noch te slagen om vol te houden”, is een citaat dat de levensfilosofie van Willem van Oranje (1533-1584) perfect samenvat. In 1544 werd hij prins van Orange: een klein vorstendom in Zuid-Frankrijk, rond de stad Orange. De kleur oranje als ons nationale symbool is direct hiertoe te herleiden. Als leider van de Opstand tegen Spanje koos hij de kant van de opstandelingen, toen die strijd nog hopeloos leek. De ‘vader des vaderlands’ stierf uiteindelijk in Delft na een moordaanslag. Maar in onze moderne monarchie leeft zijn nalatenschap nog altijd voort.

