
Reportage
Leestijd: 11 minDoor Sven Verveld
Jaarlijks trekken tienduizenden pensionado’s vanuit Nederland naar Spanje om er te overwinteren. Meer dan driehonderd van hen zijn lid van de Nederlandse interkerkelijke gemeente in Benidorm. Achttien denominaties komen samen onder één dak – zonder ruzie. “Ik zou niet eens weten uit welke stroming mijn broers en zussen komen.”
Een kilometer verderop kabbelen azuurblauwe golven van de Middellandse Zee tegen de rotsen bij het strand van Benidorm, waar de Spaanse taal je om oren vliegt. Maar hier, in kerkgebouw Het Anker, hoor je alleen maar Nederlandse stemmen. En dat is niet zo vreemd. Want al sinds 1979 huist er een Nederlandse interkerkelijke gemeente in deze bruisende feeststad. Mensen uit maar liefst achttien verschillende kerkstromingen vieren elke zondag – tweeduizend kilometer van Nederland – samen diensten. Van baptisten tot gereformeerden: hoe kan dat goed gaan in één kerk?

Kom op 5 juni naar het grootste worshipconcert van Nederland
Ontdek meer“We zijn een transnationale, digitale en hybride kerk”, vertelt gemeentelid Jan Sytze van Wijnen (75) glimlachend. Hij draagt een blauw vest, heeft een bril op en is samen met zijn vrouw Annemieke (70) op bezoek in de pastorie bij dominee Jozias de Koeijer en zijn echtgenoot Paulien. Jan Sytze en Annemieke verblijven jaarlijks ruim zes maanden in Spanje en doen dat al zo’n vijftien jaar. De pastorie – een appartement op de eerste verdieping van een vierhoge flat – was de afgelopen drie maanden de uitvalbasis van het predikantsechtpaar. Na dit weekend keren Jozias en Paulien terug naar Nederland.
Het Anker kent geen vaste dominee. Elke voorganger staat een periode van ongeveer drie maanden op de kansel, legt huisbezoeken af en bezoekt de activiteiten van de kerk. Na die periode vertrekt hij vervolgens weer naar Nederland. Zo neemt dominee Jan Hoek samen met zijn vrouw Alie het stokje over na Jozias’ laatste kerkdienst.
Annemieke is al vijftien jaar lid van deze kerk en inmiddels kerkenraadvoorzitter. Ze vindt die wisseling van de wacht absoluut geen probleem: “Het is uitstekend. Elke voorganger geeft weer nieuwe inzichten. Eerlijk is eerlijk: soms heb je het gevoel dat het voor de pastorale contacten beter is als een dominee langer blijft, maar toch zou ik het niet anders willen.”
Een verklaring waarom het in Benidorm met zoveel verschillende denominaties goed gaat, heeft dominee De Koeijer niet zo snel. Sterker nog, hij noemt het een wonder dat gemeenteleden naar de kerk trekken.
“Benidorm is ontzettend seculier”, zegt hij, doelend op de drank- en feestcultuur. “Dat was mijn beeld voordat ik hier kwam, en dat is na mijn termijn volstrekt bevestigd. Dat geldt overigens niet voor de lieve gemeenteleden die daar verblijven.” De stad staat voornamelijk bekend als uitgaansoord voor Britten, Ieren en Nederlanders. “Wie zoekt dan in deze omgeving een kerk én zet zich daar vervolgens ook nog eens voor in? Mensen komen de kerk binnenwandelen en voelen zich, door het horen van hun moedertaal, direct verbonden. De theologische leer die achter zo’n kerk zit, is dan niet zo belangrijk.”
Dat heb ik hier wel mogen leren: speel op de bal, niet op de man
Maar, zegt hij erbij, “wat in Het Anker heel goed gaat, is dat gemeenteleden het gesprek mét elkaar aangaan in plaats van tégen elkaar. Dat mocht ik hier ook wel leren: speel op de bal, niet op de man.”

Download gratis de nieuwe Visie-app en lees Visie waar en wanneer je wilt!
Op het Benidormse strand staan de ligstoelen klaar naast de met palmbomen afgezoomde boulevard. Vanaf hier is het een kleine vijfentwintig minuten lopen tot de voordeur van de kerk. Het gebouw past niet echt in de omgeving. De McDonald’s serveert een paar meter verderop hamburgers. En in een nabijgelegen kroeg zitten, zelfs op dit vroege tijdstip, al mensen aan de alcohol.
Op de witte voorgevel van de kerk staat ‘Nederlandse Interkerkelijke Gemeente’. Naast een grote palmboom wapperen de Spaanse en Nederlandse vlag in een zachte zeebries. Op deze zonovergoten zondagmorgen begroeten de eerste gemeenteleden elkaar hartelijk. Buiten staan de plastic stoelen en tafels al gedekt voor de koffie na de dienst. Kerkgangers knuffelen elkaar, geven drie zoenen en maken een praatje.
De Nederlandse gemeente houdt haar diensten in een verbouwd architectenbureau. “De generatie voor ons heeft met bloed, zweet en tranen geld ingezameld om het gebouw in één keer af te betalen. Daardoor kunnen we hier nu zonder zorgen elke zondag kerken”, vertelt Jan Sytze.
Vanuit de koffiezaal betreden de veelal grijsharige gemeenteleden met een trap – of de lift – de zaal voor de dienst. Ze nemen plaats op de met blauwe kussentje belegde stoelen. Op een elektrisch orgel rijgt de organist allerlei bekende melodieën aaneen. Ook hier in de zaal knuffelen de gemeenteleden elkaar bij het weerzien. Vanachter de ramen zie je een strakblauwe lucht en in – in de verte – de Spaanse bergen.
Uiteindelijk verbindt de taal
In het gangpad zit een vrouw in een rolstoel, Irene (80). Ze draagt een gele blazer en kijkt vrolijk de kerk in. Jarengeleden trok ze met haar man richting Benidorm. “Hij had astma en was in Nederland altijd ziek”, legt ze uit. “Toen we in Spanje waren, hield dat meteen op. Daarom besloten we om hier permanent te verblijven.” Inmiddels is het niet haar man die zorg nodig heeft, maar zijzelf. “Ik kreeg een beroerte, en dus zijn de rollen nu omgedraaid”, vertelt ze met een glimlach.
“We wonen nu permanent in Spanje, en de kerk is een wezenlijk onderdeel van ons leven hier. In Nederland ruziën de dominees, en daarmee de kerken met elkaar. Groepen worden zo uit elkaar getrokken, maar we geloven toch allemaal in hetzelfde? Als we daar nou op blijven focussen...”
Waarom de mensen naar Het Anker komen? “Uiteindelijk verbindt de taal”, reageert Irene. “Mensen zijn lang van huis en vinden in deze kerk herkenning en verbinding. Er is geen andere Nederlandstalige gemeente in de buurt, dus je moet het met elkaar doen.”
Wel moet haar iets van het hart: “Ik vind dat de mensen hier een basiskennis van de Spaanse taal moeten hebben. In Nederland menen ze dat elke buitenlander onze taal moet beheersen, maar als ze hier zijn, doen ze dat zelf niet. Zelf heb ik Spaans gestudeerd in Nederland, en daarom bied ik lessen aan.”
Irene kletst nog even verder met haar buurvrouw, terwijl dominee De Koeijer en de ouderling van de dienst richting het podium lopen. “Zijn er ook mensen voor het eerst vandaag?” vraagt de ouderling tijdens de mededelingen. Er gaan een aantal vingers de lucht in.
De dienst begint. Als je nu je ogen sluit en die pas weer opent bij de zegen, zul je niet hebben gemerkt dat je in Spanje bent. Van votum tot zegen, alles is Nederlands gesproken en ook de liederen zijn van Hollandse bodem. Vanmorgen zingt de gemeente ‘Lichtstad met uw paarlen poorten’, ‘Eens zal op de grote morgen’ én het ‘Ere zij God’.
Vol passie predikt De Koeijer voor de laatste keer in zijn ‘Spaanse termijn’: “Broeders en zusters, kijk op uw horloge: over een minuut is het hier op aarde misschien wel afgelopen. Kies nú nog voor de Here Jezus!”
Na de dienst spreekt Annemieke – als voorzitter van de kerkenraad – hem een woord van afscheid toe. Na toezingen van het zegenlied ‘Ga met God en Hij zal met je zijn’ begeeft iedereen zich richting de koffie.
Een van hen is Leo Koppelaar (65). Ieder jaar verblijft hij zo’n zes maanden in Moraira, een badplaatsje op veertig minuten rijden van de kerk. “Het is heerlijk in Spanje. Ik voel me een BN’er hier: een bevoorrechte Nederlander”, zegt hij. Oorspronkelijk vertrok Leo naar Zuid-Spanje vanwege de ziekte van Parkinson. Hier, in het warme weer, heeft hij minder last van stress en daarmee van zijn ziekte. “Het mooiste aan de kerk? Het samen eren en dienen van God. Maar weet je wat ik het állermooiste vind? Dat we hier met achttien verschillende denominaties samenkomen.”
Heeft hij er een verklaring voor waarom het er hier zo gemoedelijk aan toegaat, terwijl in Nederland kerk-zijn vaak een synoniem lijkt voor gedoe en ruzie?
Leo: “Tja, wat in Nederland niet lukt, lijkt hier inderdaad wel goed te gaan. Ik denk dat het ook te maken heeft met nestgeur: er heerst hier een ontzettend vertrouwelijke en warme sfeer. We zitten in hetzelfde schuitje: allemaal Nederlands, maar ook woonachtig in Spanje. Daarnaast is er hier simpelweg geen andere Nederlandse kerk. Daarom focussen we ons op de overeenkomsten en niet op de verschillen. En dat gaat hartstikke goed.”
De verschillen leveren hier “ontzettend veel mooie gesprekken op”, zegt hij. “Ik zie het evangelie als een diamant. Door in gesprek te gaan met broers en zussen die bijvoorbeeld – anders dan ik gewend ben – hun handen omhoog doen tijdens liederen, ontdek ik steeds meer vlakjes van die diamant.”
“Ik zou niet eens weten welke geloofsstroming mijn broer of zus naast mij aanhangt”, vertelt de 82-jarige Ineke even later bij de koffie. “Voor mij doet dat er helemaal niet toe. Je hoort weleens dat iemand het ergens niet mee eens is. Maar dat escaleert niet zomaar tot een ruzie.”
Volgens Ineke leven mensen hier een rustiger leven dan in Nederland. “In Spanje zijn er minder verplichtingen en daarmee minder stress. Daardoor ontwikkel je een levensstijl waardoor je elkaar sneller en makkelijker accepteert. Dat strenge en strakke van de Nederlandse kerken past al helemaal niet bij de Spaanse stijl. Daardoor gaat het hier beter, denk ik.”
Verrassend: Het Anker trekt niet alleen gelovigen aan, maar ook mensen die zich niet christelijk noemen. “Ik sprak laatst iemand die de dienst had bezocht”, vertelt dominee De Koeijer, terwijl hij rechterop gaat zitten en er een grijns op zijn gezicht verschijnt. “’Man, wat kan jij preken!’ complimenteerde deze man mij. ‘Ik kon niet in slaap vallen: zo mooi en boeiend. Ik bleef luisteren tot het einde. Maar,’ zei hij er snel bij, ‘ik ben zo ongelovig als de pest. Ik geloof niets van wat je vertelt.’ Ik vind het zo bijzonder hoe open de mensen hier zijn. Dat is echt anders dan in Nederland. Daarmee schep je een verbinding en kun je het hebben over de thema’s die ertoe doen.”
Tijdens het koffiedrinken loopt er een vrouw rond die zichzelf niet gelovig noemt, maar wel betrokken is bij de kerk. Ze is druk in de weer met het neerzetten van de stoelen, en brengt de vaat richting de keuken. Uitweiden over wat ze wel of niet gelooft, doet ze niet graag. “Maar de mensen hier zijn zó warm en gezellig, ik heb die sociale contacten echt nodig.”
Wat ze van de preken vindt die de dominees in deze gemeente houden? Met licht opgetrokken schouders: “Ach ja, ik vind dat niet het belangrijkste hier. Je wordt hier tenminste niet veroordeeld als je het allemaal niet weet.”
Hoe word je een kerk waar zelfs niet-gelovigen graag heengaan? Annemieke het wel: “In Nederland ben je kerk op zondag, hier zijn we de hele week kerk. We hebben een wandelclub, een scooterclub – de Dutch Angels –, handwerkmiddagen, Bijbelstudies, sjoelmiddagen, gemeentevergaderingen, Spaanse les, vrouwochtenden en nog veel meer. Die gezelligheid verbindt én geeft de mogelijkheid om mensen naar de kerk te trekken.”
Jan-Sytze voegt toe: “Tijdens het wandelen gaan er ook mensen uit de buurt mee, je zou het missionair wandelen kunnen noemen. De gesprekken over geloof en zingeving komen vanzelf als je een lange tijd met iemand op stap bent.”
Voor Annemieke is het duidelijk: “Zonder de kerk zouden we niet elk jaar naar Benidorm gaan. We halen er ontzettend veel uit, en stoppen er daarom ook graag veel tijd en energie in.”
Het klinkt bijna als het paradijs. Lekker weer, strand én een kerk waar ruzie niet lijkt te bestaan. Toch een kritische vraag: is overwinteren in Spanje niet weggelegd voor de rijken van Nederland? Terwijl Paulien nog een kop thee en een muffin uitdeelt, reageert Annemieke ferm: “Dat beeld klopt absoluut niet. Er zijn hier genoeg mensen die alleen van een AOW en een pensioentje leven. Er is zelfs een gemeentelid dat hier maandenlang vanuit een caravan leeft. Nou, dat is niet per se een luxeleventje, hoor.”
Na een korte stilte: “Het beeld dat we hier ‘ons pensioen uitzitten’ klopt voor geen meter. Vrijwel de hele kerk draait op vrijwilligers. Er is jaarlijks een bazaar waar we geld inzamelen voor goede doelen. Daarvoor komen mensen speciaal uit Nederland om die hier te organiseren. Vorig jaar haalden we dertienduizend euro op. Vrijwilligerswerk zat hier.”
Terwijl de laatste kopjes rinkelend de vaatwasser ingaan, vertelt Ineke dat ze zonder Het Anker niet in Spanje zou wonen. “Vijf jaar geleden overleed mijn man. Mijn eerste gedachte was: dan ga ik maar weer terug naar Nederland. Maar omdat het de coronatijd was, kon dat niet zomaar. Ik bleef hier en woon er nog steeds. Tot op de dag van vandaag ben ik ontzettend dankbaar dat ik niet terug ben gegaan. Mijn kinderen zoeken mij nog vaak op en ik geniet hier, onder de Spaanse zon, ontzettend van mijn laatste dagen op deze aarde.”

