Ga naar submenu Ga naar zoekveld

Jutten, fietsen, vis eten: dit kun je doen aan de kust

‘Pas je op voor de meeuwen?’

5 augustus 2022 · Leestijd 8 min

De Nederlandse kustregio heeft zoveel méér te bieden dan alleen zonnebaden aan het strand. Dat ontdekte redacteur Arianne Ramaker. Zij ging jutten, fietsen én natuurlijk vis eten.

Buiten adem komen we boven. Onder ons is Egmond aan Zee veranderd in een wirwar van miniatuurhuisjes, vóór ons strekt de zee zich uit als een blauwe, twinkelende deken. Op deze warme zomerochtend hebben we de 137 treden van de helderwitte J.C.J. van Speyk-toren – vernoemd naar zeeheld Jan van Speyk – getrotseerd. Want waar kun je een toertocht langs de kust beter beginnen dan in een hoge vuurtoren? “Het is noorderwind vandaag”, merkt onze gids Henk Biesboer monter op, terwijl hij naar het windmolenpark in de verte tuurt. “Dus je kunt ver kijken.” Op dat moment voorzien we nog niet dat ons kustavontuur ons zal leiden langs wonderlijke reddingsverhalen, een juttocht en – als ‘kers’ op de taart – een boete. Maar daarover later meer.

Oudste actieve vuurtoren

Henk kiept een groot raam open. Meteen vult een verfrissend zeebriesje de ruimte. “We staan nu in de Noordertoren, want Egmond aan Zee had vanaf 1834 oorspronkelijk twee vuurtorens. Maar dat leverde verwarring op voor de scheepvaart, omdat IJmuiden tientallen kilometers verderop ook twee vuurtorens heeft. Daarom doofde het licht van de zuidertoren nog in diezelfde eeuw en is het bouwwerk gesloopt. Deze Noordertoren is sinds 1990 niet meer bemand, maar werpt nog altijd zijn licht over de Noordzee. Hij is daarmee een van de oudste nog actieve vuurtorens van Nederland.” Aan de muur boven het oude kantoortje van de lichtwachter hangt een lamp, niet veel groter dan een hand. “Zo’n lamp bevindt zich ook boven ons in het lichthuis”, legt Henk uit. “Rondom de lamp zit een prisma, een soort vergrootglas. Dat zorgt ervoor dat het licht achttien zeemijlen ver schijnt – meer dan dertig kilometer. En hij draait niet rond, maar knippert: vijf seconden aan, vijf seconden uit. Een zeevaarder weet dan dat het om de vuurtoren van Egmond aan Zee gaat, want elke vuurtoren heeft een eigen ritme.”

Henk Biesboer - Vuurtoren Egmond
Vuurtorengids Henk Biesboer. Credits: Nathalie van der Straten.

Zwemmer zoeken

Heel af en toe wordt de toren ook gebruikt door de KNRM, de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij. “Maar dat gebeurt sporadisch, hoor”, zegt Henk, terwijl we via de wenteltrap weer tree voor tree afdalen naar zeeniveau. “Waar de reddingsbrigade vooral op het strand surveilleert, rukt de KNRM alleen uit bij meldingen – meestal verder op zee. Een zwemmer zoeken vanaf de toren is dan natuurlijk een onbegonnen klus.” De gepensioneerde Henk is vrijwilliger bij de KNRM, dus hij kan het weten. Midden op de trap houdt hij stil en draait zich om. “Zullen we anders nog even langs het KNRM-boothuis lopen? Dan kun je de reddingsboot zien.”

Even later staan we naast de imposante ‘Adriaan Hendrik’. Omdat Egmond aan Zee geen haven heeft, vormt de boot in combinatie met de gele ‘trekkerbootwagen’ op rupsbanden een rijdend reddingsstation. Als de pieper gaat, verlaten de opstappers – zoals de bemanningsleden van de reddingsboot officieel heten – in allerijl hun werk en zijn ze binnen een kwartier op zee.

'Hij brulde het uit'

Een reddingsactie uit 2013 zal Henk nooit vergeten. “We kregen een melding dat er een vliegtuigje boven zee van de radar was verdwenen. Het ging om een Cessna van een bedrijfje dat foto’s maakt van zeeschepen bij spectaculaire weersomstandigheden. Op die bewuste dag zouden ze vijftig kilometer uit de kust een zeeschip fotograferen, maar eenmaal op locatie belandden ze in dichte mist. Omdat de piloot dacht dat hij in de wolken vloog, besloot hij eronder te duiken: hij raakte een golf en sloeg over de kop.”

De fotograaf had zijn leven te danken aan de KNRM

Henk leunt tegen de reddingsboot: “Ik ben te oud om opstapper te zijn, dus ik bleef als vrijwilliger fondsenwerving en pr op het strand om de toestromende pers op de hoogte te houden. Wat bleek? De fotograaf – de enige passagier van het vliegtuigje – leefde nog. In zijn overlevingspak zat een baken dat zijn positie doorgaf, en zo heeft de reddingsboot van IJmuiden hem gevonden. Tweeënhalf uur heeft hij in het koude zeewater gedobberd. Hij brulde het uit. Niet omdat hij bang was dat ze voorbij zouden varen, maar van pure ellende en opluchting tegelijk. De opstappers van onze boot hebben de piloot gevonden – hij leefde niet meer. Aangeslagen zag ik ze terugkeren op het strand.” Na een lange stilte: “Een paar maanden later belde de fotograaf me: of hij mocht langskomen met de weduwe van de piloot. De fotograaf had zijn leven te danken aan de KNRM. Sindsdien hebben we altijd contact gehouden.”

Mondkapjes, peuken en bierdoppen

De goedlachse Annemiek Boot wacht ons op voor ons volgende toeronderdeel, op het Zandvoortse strand. Het is niet moeilijk om haar te vinden tussen alle badgasten: ze draagt een kanariegeel shirt en tuinhandschoenen, en heeft een grote emmer in haar hand: we gaan strandjutten met de beach clean up-stichting Juttersgeluk. De acht andere jutters van vandaag lopen al tientallen meters voor ons uit, allemaal herkenbaar aan hun zwarte emmers. “Mondkapjes, peuken, bierdoppen en ga zo maar door: we halen alles van het strand wat er niet thuishoort”, legt Annemiek uit. “Ik loop meestal langs de vloedlijn: het hoogste punt waar de zee vannacht is geweest.” Ineens gaat ze door haar knieën en pulkt ze een scherf plastic uit het zand tevoorschijn. “Ooit was dit een dop, maar onder invloed van zon, zout en golven is het verweerd en uit elkaar gevallen. Helaas verteert plastic niet: het wordt alleen kleiner en kleiner. En juist die kleine stukjes zijn schadelijk, omdat dieren ze opeten.”

Juttersgeluk Annemiek Boot
Annemiek: 'Mondkapjes, peuken, bierdoppen en ga zo maar door – we halen alles van het strand wat er niet thuishoort.'. Credits: Nathalie van der Straten.

Vrolijk gele zeepbakjes

Annemiek nam drie jaar geleden namens stichting Juttersgeluk het initiatief voor een juttersgroep in Zandvoort – en ze is er nooit meer mee gestopt. Sinds vorig jaar werkt ze zelfs voor de organisatie. Juttersgeluk bestrijdt niet alleen de plastic soep in zee, maar creëert ook nieuwe producten van strandafval. Na het scheiden van de juttersvondsten – stukjes visnet, rietjes, peuken, klein en groot plastic verdwijnen allemaal in een aparte emmer – gaan we later die ochtend met haar mee naar de kleine upcycle werkplaats van Juttersgeluk. Op de werkbank ligt een siliconen mal, waarin ze de dag ervoor gesmolten plastic korrels heeft gegoten. Met een geconcentreerde blik trekt ze de siliconen bakvorm voorzichtig los van het plastic. Geleidelijk komen er vrolijk gele zeepbakjes tevoorschijn met het opschrift Our way to a cleaner Zandvoort (‘Onze weg naar een schoner Zandvoort’).

“Het plastic voor deze bakjes komt van een losgeraakte gele boei – die smelt waanzinnig!” vertelt ze enthousiast. “En een andere keer vermalen en smelten we visnetten. Daar ontstaan dan weer zeegroene zeepbakjes uit. Elke keer is het resultaat een verrassing, dat maakt werken met plastic zo leuk.”

Juttersgeluk zeepbakjes
'Het plastic voor deze bakjes komt van een losgeraakte gele boei.'. Credits: Nathalie van der Straten.

Ze lacht als ze onze verbaasde blikken ziet: “We heten niet voor niets Juttersgeluk: plastic is óók een heel goede grondstof. Maar dat eenmalige gebruik van plastic, daar moeten we echt vanaf. Zo was ik nu mijn haar met een shampoo-bar – die ik in het zeepbakje bewaar – en gebruik ik deodorant uit een blikje. Het scheelt misschien maar een klein beetje plastic afval, maar elk stapje helpt. Daar ben ik me door het jutten bewust van geworden.”

Midden in een feestje

Een toer langs de kust is natuurlijk pas écht compleet als je een visje hebt verorberd. Daarom stoppen we onderweg naar huis nog even bij een haringkar op de Zandvoortse boulevard. We belanden midden in een feestje, want de verkoopster is jarig. “Er is er één jarig, hoera, hoera!” zingen haar collega’s. De klanten zingen uit volle borst mee en zelfs de Nederlandse vlaggen rondom de haringkar lijken op het ritme mee te wapperen. Pinkt de verkoopster daar nu een traantje weg? Of komt het doordat ze ui snijdt?

Pinkt de verkoopster daar nu een traantje weg?

Als we na een flink bord kibbeling – “Pas je op voor de meeuwen?” – weg willen rijden, vis ik een bonnetje onder de ruitenwissers vandaan. Een boete. Omdat we een paar minuten te lang geparkeerd stonden. Enkele meters verderop zien we de handhavers nog lopen, onverbiddelijk speurend naar een nieuwe prooi. We nemen ons verlies. Want ook dit hoort erbij in het drukke, maar bruisend gezellige westen van Nederland.

Beleef de kust

Zien: Waan je op het strand, maar dan wel in 1881! Want als je het Haagse Museum Panaroma Mesdag binnenstapt, sta je opeens midden in het grootste schilderij van Nederland. De beroemde kunstschilder Hendrik Willem Mesdag schilderde een Schevenings zeegezicht op een cilindervormig schildersdoek van zo’n 14 meter hoog en met een omtrek van 120 meter.
Proeven: Probeer eens de kaas van de St. Adelbertabdij in Egmond. De benedictijner vader abt Thijs ontwikkelde samen met een lokale kaasboerderij twee kazen – een abdijkaas met mosterd-peper en een honingklaver abdijkaas –, die exclusief in de kloosterwinkel worden verkocht.
Doen: Iets om alvast naar uit te zien in de herfst: de Fjoertoer in Renesse (24 september) en Egmond aan Zee (25 en 26 november). Bij dit evenement wandel je over het strand en door de duinen langs een kunstig en sprookjesachtig lichtjesparadijs.

Geschreven door

Arianne Ramaker

--:--