
Achtergrond
Leestijd: 6 minDoor Gert-Jan Schaap
Iedere christen weet het: omdat God ons vergaf, zijn wij geroepen onze naasten te vergeven. Maar wat is de praktijk vaak weerbarstig als het om concrete situaties gaat. Maak kennis met zeven personen die er – ondanks zeer moeilijke omstandigheden – tóch de kracht voor kregen.
Begin 1569 wist Dirk Willemszoon – die als doopsgezinde ‘ketter’ gevangenzat en geëxecuteerd zou worden – via een touw te ontsnappen uit zijn cel in kasteel Waddestein in Asperen. Hij vluchtte over de bevroren slotgracht. Een gealarmeerde bewaker snelde achter hem aan, maar zakte door het ijs. Zonder aarzelen keerde Dirk terug op zijn schreden, reikte de doodsbange soldaat de hand en redde hem. Dirk, die als wederdoper principieel weigerde de weg van de wraak in te slaan, stierf op 16 mei 1569 als martelaar op de brandstapel. In processtukken gold zijn verrassende daad nota bene als bewijs van zijn ‘hardnekkige ketterij’.
In januari 1956 werden vijf Amerikaanse zendelingen met werpsperen vermoord in Ecuador, door de inheemse bevolking. Een van hen was Jim Elliot. Zijn echtgenote, Elisabeth, bleef achter met Valerie, hun tien maanden oude dochtertje. In 1958 keerde Elisabeth terug naar Ecuador. Samen met Valerie en de zus van een andere vermoorde zendeling, Rachel Saint, ging ze bij de Waodani-stam wonen: de mensen die hun mannen hadden vermoord. Elisabeth bleef twee jaar bij hen, leerde hun taal en vertelde hun over Gods vergeving. Veel stamleden kwamen tot geloof, en het geweld binnen hun gemeenschap nam drastisch af. “Vergeving”, schreef Elisabeth, “is een onvoorwaardelijke overgave van je ego.” Ze benadrukte dat het bij vergeving om de wil gaat, en niet om gevoelens. Haar advies aan anderen? “Probeer jezelf niet te beschermen tegen emoties. Erken ze, geef ze een naam en leg ze open voor de Heer, zodat Hij je reacties kan trainen.”
Stel je voor dat je 27 jaar gevangenzit, waarvan 18 op het beruchte Robbeneiland in Zuid-Afrika. Daar slaap je in een kleine cel, met een emmer als toilet, en mag je maar één keer per jaar dertig minuten bezoek ontvangen, terwijl de cipiers wrede psychologische spelletjes met je spelen (die de meeste mensen zouden breken). Nelson Mandela – voor wie dit gold – koos radicaal voor vergeving.
“Toen ik de deur uit liep naar de poort die naar mijn vrijheid zou leiden,” zei hij over zijn vrijlating, “wist ik dat als ik mijn bitterheid en haat niet achter me zou laten, ik nog steeds in de gevangenis zou zitten.” Wraak en wrok vergeleek hij met “het drinken van gif, en dan hopen dat je vijanden zullen sterven”. In 1994 nodigde hij zijn voormalige Robbeneiland-cipier, Christo Brand, uit op het podium tijdens zijn inauguratie als president. De twee ontwikkelden, wat niemand voor mogelijk hield, een diepe vriendschap.

Download gratis de nieuwe Visie-app en lees Visie waar en wanneer je wilt!
Op 13 mei 1981 vuurde de Turkse militant Mehmet Ali Ağca vier schoten af op paus Johannes Paulus II. Die raakten hem in zijn onderbuik, hand en arm. De schutter werd overmeesterd en opgesloten. Terwijl hij in het ziekenhuis bijkwam na een levensreddende operatie, sprak de uitgeputte en verzwakte kerkvorst een televisieboodschap uit die diepe indruk maakte. Alle gelovigen vroeg hij te bidden voor de dader.
Op 27 december 1983 zocht hij Ağca op. In de Rebibbia-gevangenis in Rome spraken ze elkaar twintig minuten lang onder vier ogen. Wat er precies is gezegd, bleef tussen hen. Toen de paus opstond om te vertrekken, knielde Ağca en kuste diens ring. Tegenover journalisten verklaarde de paus naderhand: “De Heer heeft mij de genade geschonken om elkaar als mannen, als broeders te ontmoeten, omdat alle gebeurtenissen in ons leven moeten bevestigen dat God onze Vader is.” Op 20 februari 1987 ontmoette hij Ağca’s moeder. Zij smeekte hem in tranen haar zoon te vergeven, waarop hij antwoordde: “Dat heb ik al gedaan.” In 2000 steunde Johannes Paulus II Ağca’s gratieverzoek.
John Perkins is minder bekend dan Martin Luther King jr., maar ook zijn leven is een krachtig getuigenis van vergevingsgezindheid. Deze Amerikaanse predikant en burgerrechtenactivist werd in 1970 in Mississippi door blanke politieagenten opgepakt en gemarteld na een protestdemonstratie tegen racisme. Urenlang bracht hij vastgebonden in de Brandon-gevangenis door, met de dreiging van executie. De ‘wetshandhavers’ takelden hem zo zwaar toe, dat hij een hartaanval kreeg. Later moest een deel van zijn maag worden verwijderd, vanwege zweren die door de martelingen waren ontstaan. Na zijn vrijlating koos hij ervoor zijn vijanden te vergeven, en te investeren in verzoening. “De Geest van God bleef in mij werken”, schreef hij in zijn memoires (Let Justice Roll Down), “totdat ik met Jezus kon zeggen: ‘Ik vergeef hen ook.’” Hij ervoer dat God de bitterheid in zijn hart wegnam, en die verving door Gods liefde. Vaak zei Perkins ook: Love is the final fight, wat je kunt vertalen als: ‘Liefde is de ultieme strijd.’
Een gewapende man drong in 2006 een eenvoudig schoolgebouw binnen van de amish-gemeenschap in Nickel Mines, Pennsylvania. In koelen bloede schoot hij vijf jonge meisjes dood en verwondde er nog eens vijf, voordat hij zichzelf het leven benam. Dat de in rouw gedompelde amish-gemeenschap de moordenaar radicaal vergaf, maakte diepe indruk. Zelfs enkele kinderen die het drama hadden overleefd, spraken kort erna al publiekelijk uit dat zij hem vergaven. Binnen twee dagen stuurden de amish een vergevingsboodschap naar de familie van de schutter. Ze richtten zelfs een fonds op voor zijn weduwe en kinderen. “We moeten hem vergeven, anders doet hij ook anderen pijn”, zei een overlevend meisje van 7 tegen haar moeder, waarmee ze – in de geloofstraditie van de amish – doelde op het gevaar van voortwoekerende haat in de harten van de nabestaanden.
Tijdens een aanslag op Palmzondag 2017 hield Naseem Fahmi, de bewaker van een koptische kerk in Alexandrië, een zelfmoordterrorist tegen. Daarbij kwam hij zelf om het leven, maar hij wist wel een bloedbad te voorkomen. Zijn echtgenote, Samira, bleef achter als een diepbedroefde weduwe. Tijdens een live uitgezonden interview met haar op de Egyptische televisie, vroeg de presentator haar later hoe zij tegenover de dader stond. “Ik ben niet boos op degene die dit deed”, reageerde ze. Met haar blik recht op de camera vervolgde Samira: “Moge God je vergeven, en wij vergeven je ook... Geloof me, wij vergeven je. Je hebt mijn man op een plek gebracht waar ik niet van had kunnen dromen.” De presentator, een nationale beroemdheid, was tien seconden lang sprakeloos. Daarna zei hij, perplex: “De kopten zijn van staal...”



Kom op 5 juni naar het grootste worshipconcert van Nederland
Ontdek meer