Visie op Facebook

Meepraten over films? Op de speciale Televisiefilm-Facebookpagina kunt u uw reactie achterlaten.

‘Reizen wordt nooit sleur’

‘Reizen wordt nooit sleur’

Weinigen hebben meer dan twintig landen bezocht. Ies Goedbloed bezocht alle 193 landen van de wereld, inclusief het jongste, Oost-Timor. „Ver bestaat niet voor mij.“

In zijn 17e eeuwse huis op de Middelburgse Dam herinnert alles al aan reizen en weg. In het dok voor het huis, waar nu jachten liggen, werden vroeger West-Indiëvaarders gerepareerd. De eerste wereldkaart van Ies, hangend in het toilet, slaat terug op recentere reislust. Hetzelfde geldt voor de tegelwand met daarop zijn reizen uitgestippeld. De meest authentieke reiservaring heeft echter de wenteltrap naar hogere verdiepingen. Deze wordt al sinds de bouw van het huis bijeen gehouden door de eiken mast van een 16e eeuws schip. De mast zag alle zeeën in een tijd dat ver nog ver was.
Maar ‘ver’ komt in de begrippenlijst van Ies Goedbloed niet meer voor: „Eenmaal op Schiphol tellen afstanden niet meer. Portugal met de auto is verder dan India met het vliegtuig.“ Ver heeft wat betreft Goedbloed in elk geval niet te maken met afstand. „De andere kant van de wereld is niet ver van ons vandaan, maar het gebergte Tibesti in Tsjaad weer wel. Daarheen is nauwelijks een weg en wat er wel aan weg is, is vaak door Saharazand dicht gewaaid. Rovers maken het nog onveiliger.“

Dagboek
Het voert te ver om alle landen te noemen die Goedbloed bijvoorbeeld vorig jaar zag. Elke twee dagen stuurt hij een kaart naar huis en de wand thuis hangt vol. Dat is zijn dagboek. Uit de prenten blijkt dat hij vorig jaar enkele keren Nieuw-Zeeland zag. Fiji, Schotland, Alaska, Australië, Suriname, Frans-Guyana, Indonesië en ga maar even door. Zeven maanden was hij van huis. „Best leuk om een maand thuis te zijn, maar dan vind ik het weer tijd om weg te gaan.“ Het gras is in de verte zeker groener? „Nee, thuis is het heerlijk, maar ik vind het niet zo belangrijk waar ik woon, als ik maar kan reizen.“
Ies wordt inmiddels in de wereld herkend. In een Senegalees dorp vertrouwden ze hem eind vorig jaar toe dat hij de eerste blanke was die er dat jaar kwam. Overigens was de vorige blanke ook Ies. De taxichauffeur liet zich in eigen land dan ook door zijn passagier de weg wijzen.“

„Vroeger wilde ik natuurfotograaf worden, maar ik verwachtte niet daar brood in te kunnen verdienen. Mijn eerste reis voerde naar Zuid-Afrika. Daar woonde ooit familie. Rondreizend leek het alsof ik de wereld waar ik over gelezen had, werkelijkheid zag worden. Toen ik in de trein een jongen sprak die over land naar Zuid-Afrika was gereisd, wist ik het zeker: ‘Ik ga meer reizen’.“
Niet alle ouders zouden reageren zoals moeder Goedbloed, toen haar zoon bij thuiskomst meldde een wereldreis te gaan maken: ‘Wat leuk!’ In Amsterdam kocht ik een kaartje, waarmee je per bus van Amsterdam naar New Delhi kon rijden. Daar werd ik van alles beroofd. Mijn vader moest in Nederland een ticket kopen. Thuisgekomen vroeg hij: ‘Ben je genezen, Ies’? Nee dus.“

Mijl
Inmiddels is reizen al twintig jaar zijn werk. Goedbloed is meestal met een groep jongeren op pad die bij Avanta Wereldreizen avontuur zoeken. „Het liefst ga ik natuurlijk naar bestemmingen waar ik zelf ook nog niet geweest ben. We komen op plaatsen waar andere reisorganisaties pas jaren later komen.“
Reizen is leerzaam, denkt Ies en hij citeert graag Aristoteles: ‘Reis een mijl en je leert meer dan uit een heel boek’. Ies plaatst de kanttekening: „Als je je thuissituatie als maatstaf neemt, leer je niets. Je hebt in Nederland sommige dorpsculturen. Die ‘zijn iets’, waar je niet achter komt als buitenstaander. Ik heb het meegemaakt dat jongeren uit zo’n cultuurtje alles beoordeelden naar de normen van dat dorp. De voortuintjes, het eten, maar niets voldoet dan aan de norm van thuis. Eenmaal terug op het dorp is de conclusie: ‘Mijn dorp is goed’. Zo iemand heeft dus niets geleerd. Hij had in dat Afrikaanse land kunnen leren dat mensen daar, wellicht ondanks hun armoede, gelukkig zijn, doordat ze tijd voor elkaar nemen. Hij had, mits hij zijn eigen kerk niet als norm had genomen, kunnen leren dat je in Afrika anders christen bent en dat het feit dat de liturgie geheel anders is, niet betekent dat die niet deugt. Ja, als je dat denkt, schrik je van een Afrikaanse trommel in de dienst. Prik je door je eigen liturgie heen, dan ga je je misschien afvragen of liturgie wel zo belangrijk is. Je zult zien dat de Bijbel in alle culturen past. Zonder je thuissituatie te veroordelen, kom je erachter dat je het op je eigen manier kunt blijven doen, maar dat het elders ook goed is. Op reis zul je ook zien dat je niet bang voor andere godsdiensten hoeft te zijn. Onlangs was ik in Mauretanië, een land waar 99 procent moslim is en waar christenen het moeilijk hebben. Als buitenlander kun je met de Mauretaniër op straat echter veel plezier maken. En wat blijkt: Zij zijn doodsbang voor het Westen, de christelijke supermacht.“

Plastic
„Het mooie van reizen, is dat je zoveel van de schepping kunt zien. Het trieste is tegelijkertijd dat de mens permanent bezig is deze te vernielen. Laatst zat ik in China in de trein toen we langs een bos reden waar overal plastic in de bomen hing. Ik toonde daarover mijn afkeuring, maar de Chinees was oprecht verbaasd: ‘Dat is toch juist mooi’? Hij zag in al dat plastic een teken van de vooruitgang. Soms denk je dat je een cultuur begrijpt, maar op zulke momenten weet je het: ‘Je ontdekt het nooit’.“

De reislust van Ies heeft ook iets te maken met nostalgische gevoelens. „Ik herken in het buitenland veel dingen uit mijn jeugd. Toen ik vroeger met mijn vader in Brussel boter ging verkopen, kwam je tussen Middelburg en Brussel slechts enkele auto’s tegen. Dat heb je in het buitenland vaak nog. Soms heb ik het gevoel dat Nederland een grote metropool is. Pas was ik echter op de Veluwe en toen dacht ik: ‘Kijk, hier is het nu ook echt stil’.“
Wordt reizen op een gegeven moment geen sleur? Goedbloed: „Onlangs landde ik met mijn zoon in Dakar, de hoofdstad van Senegal. Het stonk er, er waren bedelaars en taxichauffeurs zeurden om een rit. Mijn zoon zei spontaan: ‘Ik weet nu al dat ik Afrika ontzettend leuk vind’. Hé, dacht ik toen, dat ben ik kwijt. Vroeger was alles exotisch en stond ik overal voor op. Nu kom ik vaak op plaatsen waar ik al geweest ben, maar reizen wordt nooit een sleur.“