
Column Jan Willem | ‘Beatrice danst’
Leestijd: 2 minDoor Jan Willem den Bok
Beatrice torent boven de andere kinderen uit. Niet alleen omdat ze negentien is en de rest niet ouder dan twaalf. Niet omdat zij de enige is in dit huis voor kinderen met een verstandelijke beperking die helder kan denken. Maar vooral om haar knokige, lange lichaam dat ze noodgedwongen kaarsrecht houdt. Waar ze ook gaat of staat.
Beatrice heeft dystrofie, een aandoening waarbij haar spieren langzaam afbreken. Ouder dan dertig zal ze waarschijnlijk niet worden; medicatie is voor haar te duur. Met een beetje geluk heeft ze nog een handjevol jaren. De aarde trekt aan iedereen, maar tien keer zo hard aan haar. Daarom loopt ze voorzichtig en beheerst, als een te hoge stapel breekbare kopjes.
Het lichaam dat haar tegenwerkt
Een beetje scheef en Beatrice valt om. Eenmaal op de grond heeft ze niet genoeg kracht om weer op te staan. Haar wereld bestaat uit steunpunten en plateaus: van deur naar hek, van stoel naar muur. Lager, op bank of stoel, zit ze altijd rechtop. Nooit onderuit. Liggend kan ze alleen nog afwachten tot iemand haar weer een treetje hoger tilt.
De dans van Beatrice
Op het binnenplein klinkt Afrikaanse muziek. De andere kinderen hangen lamlendig in de bank. Zelfs de verzorgende staf zit onderuitgezakt, uitgeput door de hitte. De enige die staat, is Beatrice. Wie goed kijkt, ziet haar heupen heen en weer wiegen op de maat van de muziek.
Het zweet staat op haar voorhoofd. Niet van angst, hoe gevaarlijk haar dansbewegingen ook mogen zijn. Niet van de hitte, maar van de inspanning die het haar kost. Niemand die het ziet, maar Beatrice danst. Ze danst de koelte van de avond tegemoet.
Auteurs


Dit artikel hoort bij de campagne
Geef voor kinderen met een handicap in Ghana




