
Simone Schoemaker van Red een Kind
Leestijd: 5 minDoor Susanne Truijen
Kinderen in Zuid-Soedan groeien op met honger en geweld. Toch blijven ze spelen, lachen en dromen. Zoals de 12-jarige Loki, die dokter wil worden. “De nood in Zuid-Soedan is groter dan ooit, maar er is ook hoop”, vertelt Simone Schoemaker van EO Metterdaad partner Red een Kind. “Met het programma My Friend leren kinderen omgaan met ingrijpende ervaringen en krijgen ze ruimte om weer kind te zijn.”
Deze maand bestaat Zuid-Soedan vijftien jaar. De jongste natie ter wereld werd op 9 juli 2011 - na 22 jaar oorlog - onafhankelijk van Soedan. De vrede waarop zoveel mensen hoopten, blijft uit. Door het wegvallen van USAID, een groot deel van de internationale voedselhulp, is de situatie verder verslechterd. Bijna acht miljoen mensen hebben honger. Ter vergelijking: dat is 43% van Nederland. EO Metterdaad werkt in Zuid-Soedan samen met ZOA, Dorcas en Red een Kind aan voedselzekerheid en traumaverwerking.
In Pibor, een afgelegen gebied dat alleen per vliegtuig bereikbaar is, zag Simone de gevolgen van de crisis van dichtbij. “Iedereen die ik sprak was ondervoed. Veel mensen waren bang of wanhopig. De meesten waren allebei.” Eén beeld laat haar niet los: “Een groep van ongeveer twintig vrouwen zat aan de rand van een markt. Vrijwel allemaal hadden ze een baby op de arm of op de rug. Ze waren schrikbarend mager en droegen niet meer dan een doek om hun lichaam.”
Simone vertelt dat de moeders nauwelijks borstvoeding hadden om hun kinderen te voeden. “De hongerige baby’s bleven drinken zonder genoeg te krijgen. Sommigen hingen in de hitte uitgeput tegen hun moeder aan. Een groep uitgehongerde vrouwen met apathische kinderen, wachtend op niets. Ze kunnen aan niets anders denken dan de volgende maaltijd. Overleven, de volgende dag halen.”
Toch zag Simone in Pibor ook veerkracht. Ze ontmoette de 12-jarige Loki. “Na school gaat Loki graag naar een Child Friendly Space: een veilige, omheinde plek waar kinderen kunnen eten, spelen en leren.” Thuis deelt Loki één bord pap met zijn vier broertjes en zusjes. “Het is de enige maaltijd van de dag. Groente, fruit of vlees is er niet. Wat doen ze als iemand ziek wordt of er geweld uitbreekt? Loki antwoordde nuchter: ‘Niets. We hopen dat we blijven leven, tot God anders beslist.’”
Ondanks alles is hij slim, grappig en behulpzaam, vindt Simone. Hij vertaalt voor haar, poseert stoer voor de camera en vertelt over zijn droom: later wil hij dokter worden. “Binnen de veilige muren van de Child Friendly Space is ruimte voor spel en ontwikkeling. Hier kan Loki even vergeten wat er buiten speelt.”
Tekst gaat verder onder de afbeeldingen.
Want buiten is het leven hard, weet Simone. Ze vertelt over een vader en zoon in een vluchtelingenkamp die hun kleding naar de markt brachten. Dit was het laatste wat ze hadden om eten te kunnen kopen. “De manier waarop ze daar liepen, straalde een onbeschrijfelijke zwaarte en verdriet uit.”
In de stad Terekeka vertelden ouders aan Simone dat ze hun kinderen soms maar één maaltijd in de twee dagen kunnen geven. “En soms zelfs dat niet. Als je de handen van die kinderen vasthoudt, voel je hoe fragiel ze zijn. Hun droge huid lijkt bijna los te komen.” Juist daarom raakt het haar om in de Child Friendly Spaces kinderen te zien eten, spelen en lachen. “Gewoon even kind te zijn.”
Simone: “De kinderen en hun ouders hebben niet alleen voedsel nodig, maar ook een manier om te verwerken wat ze hebben meegemaakt.” Daarvoor gebruikt Red een Kind in Zuid-Soedan het programma My Friend, ontwikkeld samen met het Nederlandse TNO. My Friend is bedoeld voor kinderen van 5 tot 7 jaar en hun ouders. Via verhalen, oefeningen en de metafoor van een vulkaan (die de opbouw van stress zichtbaar en voelbaar maakt) leren kinderen omgaan met emoties na langdurige onveiligheid.
In prentenboekavonturen leert een haas telkens een nieuwe, positieve manier om tot rust te komen. “Elk kind maakt een eigen knuffelpop van lokale materialen. My Friend is een bron van troost en kracht, die helpt emoties te herkennen en te uiten. Ouders krijgen een eigen traject om hun kind ook thuis te kunnen blijven ondersteunen.” Dankzij de goede resultaten in Zuid-Soedan wordt My Friend nu ook ingezet om kinderen en hun ouders in DR Congo, Ethiopië en Oekraïne te helpen.
“Mensen vragen me geregeld: ‘Hoe het was in Zuid-Soedan?’ Maar eigenlijk is een betere vraag: ‘Hoe is het in Nederland?’ Hoe gaan wij om met de wetenschap dat honger en trauma het dagelijks leven van de kinderen in Zuid-Soedan tekenen? Kinderen als Loki laten zien dat er, met de juiste hulp, ruimte blijft voor spel, herstel en zelfs dromen over de toekomst.”
EO Metterdaad werkt in Zuid-Soedan samen met ZOA, Dorcas en Red een Kind aan voedselzekerheid en traumaverwerking, onder andere via My Friend. Wil jij hieraan bijdragen?
12,1 miljoen inwoners
7,8 miljoen mensen met honger
2,2 miljoen kinderen met acute ondervoeding
6,3 miljoen mensen op de vlucht voor het geweld
4,9 miljoen kinderen hebben psychosociale hulp nodig
Beeld: Red een Kind


Dit artikel hoort bij de campagne
Hulp voor de vergeten ramp in Zuid-Soedan