
Leestijd: 2 min![]()
In Zuid-Soedan woont de 11-jarige Sebit samen met zijn oma, de enige familie die hij nog heeft. Via EO Metterdaad-partner Red een Kind gaat hij naar school en leert hij omgaan met traumatische gebeurtenissen uit zijn jeugd.
Sebits vader werd vermoord tijdens de burgeroorlog. Zijn moeder overleed al eerder. Zijn oma vluchtte met hem de jungle in en zorgde ervoor dat hij de oorlog overleefde. Nu maakt Sebit zich zorgen om haar, omdat ze ouder wordt. “Ik houd heel veel van mijn oma”, zegt hij. “Ze is de enige familie die ik heb.” Ook zijn oma denkt veel aan de toekomst: “Omdat ik oud word, moet jij goed je best doen op school en voor jezelf leren zorgen.”
De oorlog, hun vlucht en de armoede hebben diepe sporen bij Sebit achtergelaten. Daarom volgt hij speciale lessen op school. Daar leert hij praten over zijn gevoelens en knutselt hij een pop die hem helpt zijn gedachten en zorgen te delen. “Toen Sebit met de lessen begon, zei hij bijna niets”, vertelt de juf. Inmiddels speelt hij met andere kinderen en heeft hij zelfs een beste vriend gevonden. “Hij helpt me en we komen voor elkaar op”, zegt Sebit. Samen verdienen ze wat geld op de markt, zodat ze Sebits oma kunnen ondersteunen. Tijdens het verkopen van etenswaren dromen ze over de toekomst. “Ik wil dokter worden”, zegt Sebit. “Dan kan ik zieke mensen beter maken.”
Er zijn veel kinderen zoals Sebit die steun nodig hebben om hun trauma’s te verwerken en weer kind te kunnen zijn. Wil jij helpen?

Dit artikel hoort bij de campagne
Hulp voor de vergeten ramp in Zuid-Soedan