
Column
Leestijd: 3 minDoor Bas Derks
Opvoeden lijkt van een afstandje zo logisch, maar columnist Bas loopt keihard tegen de realiteit aan.
“Kunnen jullie even blijven? We moeten iets bespreken.” Pip (4 jaar) is net twee dagen naar de basisschool en we moeten nu al ‘nablijven’ van haar juf. Wat blijkt: ze vluchtte tijdens de pauze bijna van het schoolplein. Het was dat een ouder kind haar tegenhield, anders was ze zonder twijfel richting ons huis gesprint. Onze – naar onze eigen mening – glasheldere gesprekken met Pip halen niks uit…
Een dag later ontsnapt ze bij oma en opa en is ze al bijna bij ons huis (twee kilometer verder) als opa haar in de kraag vat. Wij horen beide verhalen pas achteraf, dus voelen niet de stress van de juf, opa of oma, maar beseffen ons al te goed dat dit ook een keer anders kan aflopen. Alleen hoe brengen we dat de onverschrokken Pip bij? “Ik was bijna bij jullie, knap hè?”
Onze – naar onze eigen mening – glasheldere gesprekken met Pip halen niks uit…
In theorie klinkt opvoeden heel logisch. Dan erkennen we rustig haar gevoel, geven we helder de grens aan, blijven we kalm, voorspelbaar en liefdevol, en leert ze daar iets van. Prachtig systeem. Waarschijnlijk werkt het heel goed in boeken. Of in gezinnen waar niemand ooit met een tas, broodtrommel en tweejarige achter een kleuter aan hoeft te rennen.
In de praktijk denk je dan maar één ding: KOM HIER, NIET DE STRAAT OP!!
Daarna pas komen de pedagogische inzichten.
Pip loopt weg om bij ons te zijn. Er zijn vervelendere recensies van je ouderschap. Alleen voelt het nu niet als een compliment dat onze dochter zich zo veilig aan ons hecht. Roos en ik lopen rondjes in onze gesprekken. Moeten we strenger zijn? Consequenter? Meer voorspelbaarheid? Minder woorden? Meer woorden? Meer begrenzen? Meer troosten? We merken hoe snel opvoeden verandert in een evaluatie van onszelf.
Niet alleen: wat heeft Pip nodig? Maar ook: wat zegt dit over ons? Zijn we te zacht? Te onduidelijk? Te lief? Te streng? Of is ze gewoon vier? We komen er niet uit. Hopen gewoon dat het snel landt, voor ze… je weet wel. Ik ga het niet eens typen, omdat ik er niet aan wil denken.
Zijn we te zacht? Te onduidelijk? Te lief? Te streng?
Onder dat weglopen zit ergens ook iets moois. Geen afwijzing of ‘laat me met rust’, maar juist het tegenovergestelde. Ze wil bij ons zijn. Wij zijn blijkbaar nog steeds haar veilige plek. Dat is onhandig. Gevaarlijk zelfs. Maar ook mooi. En hopelijk tijdelijk (en na dit stuk tekst nooit meer).
Over tien jaar hebben we vermoedelijk het omgekeerde probleem. Dan wil ze niet meer met ons mee, maar juist van ons weg. Naar vriendinnen, naar een feestje, een kalverliefde, naar een leven waarin wij steeds minder vanzelfsprekend het middelpunt zijn. En dat hoort ook zo.
Ik hoop dat we dan met een mengeling van opluchting en liefde terugdenken aan deze fase. Aan de tijd dat ons grootste probleem was dat ze te graag bij ons wilde zijn.



Kom op 5 juni naar het grootste worshipconcert van Nederland
Ontdek meer