Ga naar submenu Ga naar zoekveld

Cocky Drost:‘Ik ben een beetje een fladderaar’

Wat kreeg Cocky Drost van huis uit mee over God en het geloof en waar staat ze nu?

3 december 2021 · Leestijd 8 min ·

Liefdevol traditioneel. Zo omschrijft relatiecoach Cocky Drost (40) haar geloofsopvoeding. “Ik heb lang geprobeerd een keurig, rustig meisje te worden. Dat is jammerlijk mislukt.”

Rustig wordt het telefoongesprek inderdaad niet, want Cocky ruimt ondertussen de vaatwasser uit. “Vind je dat gek? Ik kan me dan juist goed focussen op wat ik wil zeggen.” En dat blijkt – haar antwoorden komen vlot en zijn vaak omhuld met een vrolijke lach. Over haar eerste herinnering aan de kerk bijvoorbeeld: “We woonden in Hoevelaken en gingen daar naar de traditionele Dorpskerk – Gereformeerde Bond – dus ik had een hoedje op. Dat vloog natuurlijk steeds af; ik was er de hele dienst druk mee.” En als in één adem erachteraan: “O ja, nog zoiets: ik heb op mijn vijfde of zesde een keer vreselijk overgegeven in de kerk. Mijn vader dacht dat het wel mee zou vallen met mijn misselijkheid, dus hij nam me gewoon mee. Dat heeft hij geweten! Haha, de koster zei toen mijn vader terugliep om te zien of hij wat kon schoonmaken: ‘Ik gooi d’r wel een emmer water overheen!’”

Onmogelijke tweede stemmen

Met haar drie zussen – Cocky is de tweede in het gezin en heeft ook nog een jongere broer – richtte ze de zanggroep Filiae op. Het zangtalent openbaarde zich al op jonge leeftijd. “Voor het slapengaan zongen wij altijd de meest onmogelijke tweede stemmen door elkaar.” Het gerammel van het serviesgoed stopt even als ze zingt: “Laat mij van Uw gro-ho-te kudde ook een heel klein schaapje zijn…” Dan: “Vriendinnetjes die bij ons logeerden, vroegen zich altijd af: ‘Wat gebéúrt hier?’” Lachend: “Maar ja, we woonden niet voor niets aan de Nachtegaallaan.”

Als je niet mag zijn wie je bent, blijf je vastzitten in oude patronen

De wetenschap dat God onvoorwaardelijk van je houdt, werd de basis onder Cocky’s leven. Iets waar ze haar ouders nog altijd dankbaar voor is. “Ik groeide op in een reformatorisch milieu, ging naar een reformatorische middelbare school in Amersfoort, dus er zat ook een angstelement in mijn geloofsbeleving. Doe ik het wel goed? Je bent niet helemaal vrij. Maar toch ben ik van jongs af aan vertrouwd geraakt met Gods liefde. Die voerde de boventoon. Zelf probeer ik onze vier kinderen – twee meiden van 15 en 13 en een tweeling (een jongen en een meisje) van 11 – mee te geven dat ze écht vrij zijn.”

Jammerlijk mislukt

“Ik heb nooit getwijfeld aan Gods liefde voor mij,” benadrukt ze nog eens. “En ik denk dat ik daarom mijn werk als relatiecoach en sexfluencer – een term die ik zelf heb bedacht – ook kan doen. Ik leef intens en heb lang geprobeerd een keurig, rustig meisje te worden, maar dat is jammerlijk mislukt. Als je niet mag zijn wie je bent, maar alleen maar leeft ‘zoals het hoort’, blijf je vastzitten in oude patronen. Ik heb altijd overal vragen bij gesteld, en die ruimte was er bij mijn ouders gelukkig ook. Door mijn nieuwsgierigheid ontdekte ik dat veel mensen vastzitten in hun seksualiteit en in relaties. De schaamte die veel mensen bij deze onderwerpen hebben, ken ik inmiddels niet meer. Mijn ziel is vrij.

Ooit, een jaar of tien geleden, moest ik tijdens een training mijn diepste wens uitspreken. ‘Ik wil gewoon zíjn,’ zei ik. Daarop reageerde iemand uit de groep: ‘Cocky, deze wens gaat generaties terug. Jij gaat nu de confrontatie aan met die innerlijke drang die je moeder, je oma, en wie weet wie nog meer in jouw familie al in zich hadden.’ Ik denk dat ze gelijk had. Hoe vaak ik niet gehoord heb dat je niet te opvallend aanwezig moet zijn, dat het niet om jou draait…”

Jezelf zijn

Bij niet-christelijke vriendinnen die Cocky als jongvolwassene ontmoette, leerde ze pas echt zichzelf te zijn. “Niet dat christelijke vriendinnen me die ruimte niet gaven, maar ik deed bij hen te veel m’n best om aan bepaalde verwachtingen te voldoen. In elk netwerk heb je die nu eenmaal; daarom is het gezond om je in verschillende sociale kringen te bewegen, óók bij mensen die jouw verleden niet kennen.”

Van heilige huisjes wordt je geloof zo zielloos

Bad je als kind al tot God?
“Natúúrlijk! We baden als kinderen thuis aan tafel formuliergebeden. ‘O Heer, wij danken U van harte’ bijvoorbeeld. Maar ik praatte ook met God als ik alleen was. En dat is nooit gestopt. Bidden is mijn levensadem, een manier om mijn gedachten te ordenen. Noem het meditatie.

Toen ik op mijn 16e verkering kreeg met mijn man Nico, vroeg hij na een tijdje: ‘Bid je weleens?’ Hij kwam uit een nóg traditionelere kerk, waar je echt tot bekering moest komen en zo, dus dat ik een persoonlijk gebedsleven had, verraste hem.”

Wat is het meest vormende geweest in je geloofsontwikkeling?
“Vormende momenten heb ik wekelijks! Ik ben een beetje een fladderaar. Soms vraag ik me af of ik wel echt geloof. Vergelijk het met een relatie – die kan zo vanzelfsprekend worden dat je je af en toe de vraag moet stellen: halló, voelen wij nog wat voor elkaar? Die momenten heb ik ook met God. Dan ga ik wandelen of hardop praten tegen Hem. Die vrijheid heb ik, daar geniet ik van.

Ik snap er vaak geen bal van, hoor. God, een Zoon, een kruis – en dat dat dan onze verlossing betekent. Bizar toch? Maar mijn twijfel doet niets af aan de waarheid.

Met heilige huisjes heb ik niks. Daarvan wordt je geloof zo zielloos. Trap ze maar om, bevraag het allemaal maar.”

Gods liefde is heerlijk ontwapenend

Hoe is je relatie met de kerk?
“Ik ging trouw mee, maar ik voelde me altijd een beetje dom. Dan keek ik naar al die mensen die drie kwartier lang naar een preek konden luisteren, terwijl ik me afvroeg waar het in vredesnaam over ging. De Statenvertaling hielp daar ook niet bij. Ik had gelukkig een heel nuchtere oma die zei: ‘Al die fratsen in de kerk over wat hoort en wat niet hoort.’ Ze had er niks mee. Haar zes kinderen gingen allemaal naar een andere kerk, en dat vond ze prima. Wij zijn in onze woonplaats Rhenen lid van de PKN-gemeente. Ik voel me er thuis, maar onze kinderen vinden het soms best saai. Dan vind ik het helemaal prima als ze naar Mozaiek0318 gaan, bijvoorbeeld.

Pas kreeg ik de uitnodiging om op zondag in de Engelse Kerk aan het Begijnhof in Amsterdam geïnterviewd te worden door de predikant. Súperleuk dat je als kerk nieuwe vormen vindt om het geloof dichtbij te brengen. Ik denk dat we daar wel meer naar mogen zoeken.”

cocky_drost_ingeprent
Credits: Ruben Timman.

Angst in het DNA

“De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit,” (1 Johannes 4:18) is de lievelingstekst van Cocky. “Ik ben altijd bang. Angst zit sterk in mijn DNA. Doe ik het wel goed? Juist als je liefde krijgt, kun je die angst ook ervaren. Want wat als je die liefde verspilt? Mijn relatie met Nico heeft me geleerd dat ik daarvoor niet bang hoef te zijn. En voor God geldt dat net zo. Ik kan Zijn liefde niet verspelen, want Hij kent mij zó goed.”

Heb je bepaalde vragen waar je mee worstelt of hebt geworsteld?
“Eigenlijk heb ik geen grote vragen. ‘Hoe ouder ik word, des te meer ontdek ik dat ik niets weet,’ zei mijn vader vaak. Dat herken ik. Laatst sprak ik iemand die bewust geen kinderen wilde. Dat was beter voor het milieu, en het beste wat je een kind kunt geven, is dat hij niet geboren wordt, want dan heeft hij ook geen pijn of ellende. Oké, als God niet bestond, zou ik haar gelijk hebben gegeven. Maar nu ik Zijn liefde door kan geven, weet ik dat het allemaal – ook de pijn – niet voor niets is.”

Lees ook: Marcel Zimmer drumde als dreumes én op de EO-Jongerendag
Lees ook: Marcel Zimmer drumde als dreumes én op de EO-Jongerendag

Waar loopt je geloofsreis op uit?
Als een heuse Miss: “World peace, haha! Maar echt. Wereldvrede. Sinds afgelopen zomer heb ik een nieuw motto voor mijn bedrijf: ‘Cocky Drost brengt liefde dichtbij’. Iemand zei tegen me: ‘Ik dacht dat alleen God dat kon, maar Cocky kan het ook?’ Ik moest erom lachen, maar het is écht mijn missie. Ik geloof dat liefde ook weer liefde genereert. En Gods liefde is zo heerlijk ontwapenend. Dan heb ik bijvoorbeeld ergens een fantastische avond gehad of een leuk compliment gekregen, en dan stoot ik binnen twee minuten m’n hoofd of struikel ik. Niet dat Hij me daarmee naar beneden wil halen, maar ik heb dan wel weer zo’n moment van: o ja, ik moet even om mezelf lachen. Die verbinding met Hem – fantastisch. God kent me echt.”

Beeld: Ruben Timman

Geschreven door

Reinald Molenaar

--:--