Ga naar submenu Ga naar zoekveld

Column Hanneke: ‘In een donderwolk van gemopper poets ik kind en vloer’

Wat Hanneke leerde van poep-aan-je-schoen

7 december 2021 · Leestijd 6 min ·

Bij thuiskomst staat Hanneke een onaangename verrassing te wachten: hondenpoep. Onder de schoen van haar kind. En door het hele huis. Dit onwelriekende goedje leerde haar uiteindelijk een wijze les.

Op een herfstige herfstdag stappen mijn kinderen en ik welgemutst ons stulpje binnen na een ritje school-huis. Hoewel we het tochtje school-huis-en-terug meestal fietsen, heb ik die dag met redenen omkleed de auto gepakt. Onze kersverse auto van exact één dag oud. Nou ja, wel iets ouder natuurlijk, maar sinds één dag in ons bezit.

Poep!

Terwijl we in volkomen vreedzaamheid het huis binnenstappen presteert een van mijn telgjes het om met haar schoen pontificaal de op de mat geplofte post van een strakke voetafdruk te voorzien. Ik mopper wat op haar onhandigheid en bonjour haar gauw verder het huis in, weg uit de deuropening die ze blokkeert. De post raap ik op, en gooi ik met een zwaai op de eettafel. Terwijl ik mij buiten het gedrang van over elkaar heen buitelende kinderen wurm en mij in de woonkamer van mijn jas en schoenen ontdoe, hoorde ik een ijselijke kreet uit de gang. Pfff, alwéér geruzie? Ik krijg wat van die eeuwige strijd! Ze kunnen bij ons niet samen in de gang jassen en schoenen aan- of uittrekken of er ontstaat op wonderbaarlijke wijze altijd een korte maar hevige oorlog in huize Veurink. Als ik energie kon opwekken door het gekrijs van mijn kinderen in die toestand op te vangen, kon ik een eigen centrale beginnen.

Helaas, met geruzie heeft de ijselijke kreet niets van doen. Het kan altijd erger.

‘Mama, er zit poep aan mijn vinger!’

In één sprong sta ik in de gang. Daar staat dochterlief met een beteuterd gezicht haar vinger te bestuderen.

‘Hoezó ‘Ik heb poep aan mijn vinger??’’

De kwaliteit van mijn vraagstelling gaat er niet op vooruit als er een bomdreiging is in mijn hoofd.

‘Het komt van mijn schoen,’ verklaart mijn dochter.

'Wie het vege lijf wil redden, moet nu rap dekking zoeken’

De bom in mijn hoofd is voorzien van een lange lont die in rap tempo op aan het branden is. Sissend verplaatst het vuurtje zich richting explosief.

‘Maar eigenlijk zit het ook op mijn sok.’

Wie het vege lijf wil redden, moet nu rap dekking gaan zoeken.

Ik neem een diepe teug adem: ‘Dus je ging met je sok in de poep staan die op je schoen zat en toen veegde je het af met je vinger?’, vat ik samen.

‘Eeh…ja…ik weet het niet.’ Mijn dochter kijkt mij vertwijfeld aan.

In gedachten ga ik in moordtempo haar gangen na, wat het laatste stukje lont in één flits laat verdwijnen.

Onbeheerst gezanik

De vloer, tot in de woonkamer aan toe, de deurmat, oh blikskaters...de post! De eettafel! Ik geef een brul waar de gemiddelde leeuw een schorre kitten bij lijkt. Ik vermaan, nee, ik beveel met ijzeren stem iedereen in mijn nabije omgeving geen vin te verroeren. Een emmer, een doekje, heel, heel veel sop.

De schoen smijt ik naar buiten.

In een donderwolk van gemopper en onbeheerst gezanik poets ik kind, vloer en sok. Met het laatste water spoel ik de schoen overdadig af, intussen iedere hond ter wereld een enkele reis naar de maan toewensend. De post scheur ik met grof geweld uit de enveloppen, die ik meteen daarna in de verste uithoek van de container laat verdwijnen.

Met een bezweet hoofd kieper ik een tijd later de emmer leeg in de wc. Het doekje gooi ik gedecideerd in de vuilnisemmer ernaast. Ik wis mijn voorhoofd af en kijk mezelf aan in de spiegel in de badkamer.

Verwijten

Tjonge, dat was dat. Waar zou ze die vieze schoen toch opgelopen hebben? Ik denk aan het gras bij school. Aan de blaadjes die daar lagen, waardoor je niet zo heel best meer kon zien welk bruin waarvan was. Het gras. Bij school. Dus niet thuis.

De auto!

Nog een emmer sop. Onhandig op de achterbank kruipen. Met een doornatte doek over de bekleding wrijven. Nog meer verwijten richting alle honden en vooral ook hun baasjes die mijns inziens nog veel te leren hebben.

Wat wil ik nu eigenlijk dat mijn kroost van mij leert?

De volgende dag denk ik terug aan mijn explosie en ik schaam mij een beetje. Niet per se richting die honden. En die baasjes...mwah… Nee, ik schaam mij voor de bom die mijn kinderen zagen ontploffen. Waar gíng het nu helemaal over? Wat wil ik nu eigenlijk dat mijn kroost van mij leert? Ik wil dat ze nevernooit niet nog een keer in de hondenpoep gaan staan. Dat ze uitkijken waar ze hun vieze voeten neerzetten.

Maar wat ik ze in feite leerde is dat met poep aan je schoen het huis binnen stampen een legitieme reden is om werkelijk volkomen uit je plaat te gaan. Wat dus niet zo is.

Het zijn niet de hondenbaasjes die nog heel wat te leren hebben. En ook mijn kinderen niet. Wie het meest te leren heeft, ben ik zelf.

Dat is de pijnlijke les die ik leerde van poep aan een schoen. Dat het net zo werkt als ongeduld: je trapt er steeds weer in, het plakt overal aan vast en het is een heel gedoe om er vanaf te komen.

Hanneke is kerkelijk werker voor een dag in de week, getrouwd en moeder van twee zoons en een dochter. Tijdens alle ritjes die ze maakt naar school, zwembad, pastorale gesprekken en peuterspeelzaal, denkt ze heel wat af. Al denkend worden de grote dingen klein en de kleine dingen groot. Van het resultaat van al dat denkwerk maakt ze graag een mooi verhaal zodat ook anderen ervan kunnen genieten. Lees al haar columns hier.

Geschreven door

Hanneke Veurink

--:--