Ga naar submenu Ga naar zoekveld

De dochter van Ellen kreeg euthanasie vanwege psychisch lijden

‘Het had Esther geholpen als haar doodswens eerder serieus genomen was’

Ellen Beukema (63) uit Soest verloor een jaar geleden haar dochter Esther (33) aan euthanasie, vanwege ondraaglijk en uitzichtloos psychisch lijden. “Esther is vol vertrouwen gegaan. Ze wist dat ze welkom was.”

Deel:

Trigger warning: in dit artikel gaat het over zelfdoding

Op de keukentafel ligt een enorme plaat. Een uitgeprinte foto van het hele gezin, die Ellen opvult met piepkleine diamantjes: diamond painting, een heel precies werkje. “Het volgende project wordt een fotoboek van ons gezin, startend met de geboorte van Esther, wat mooi, maar tegelijk ook confronterend is”, vertelt Ellen.  

Het is nu ruim een jaar geleden dat Esther stierf, in de armen van haar moeder. 10 december 2021 was haar sterfdatum. Alles ging precies zoals zij dat wilde. Ze wilde een mand, in plaats van een kist. Ze had zelf de liederen uitgekozen voor de rouwdienst. Ik zal er zijn van Sela, was een van haar favoriete nummers, net als Breng me naar het water van Marco Borsato en Matt Simons. Vrienden en familie schreven een tekst op een papieren vlinder. “Ze heeft alles nog kunnen lezen.” Deze vlinders zijn op haar mand geprikt. 

Vreugde en verdriet 

“De ene keer gaat het beter dan de andere keer”, zegt Ellen op de vraag hoe het nu met haar gaat. “In het begin leef je in een soort roes, je emoties gaan alle kanten op.” Ruim vijf weken na Esthers dood, werd Ellens kleindochter Sophie geboren. Vreugde en verdriet gingen hand in hand. “Sommige mensen zeiden toen tegen mij: het is mooi dat Sophie er nu is. Dat is natuurlijk ook zo, maar zij kan nooit Esther vervangen.”  

Esther groeide op in een gezin met vier kinderen, waarvan zij de oudste was. “Als kind was Esther op haar stille manier nadrukkelijk aanwezig. Ze was superlief, probeerde sociaal en zorgzaam te zijn. Ze kon goed leren, ze zat op turnen, maar kon ook wel ‘zuigend’ zijn, dat ze op een bepaalde manier de aandacht opeiste.” In de eerste plaats gaf hun andere dochter de meeste (gedrags)problemen en ging veel aandacht naar haar uit. “Esther en haar zus hadden eigenlijk dezelfde problemen, maar ze uitten het op een andere manier. Haar zus was dat meer explosief en overschreeuwde haar onzekerheid, terwijl bij Esther alles naar binnen sloeg en zij in elkaar kroop.”  

Anorexia  

Esther vond het lastig om aansluiting te vinden bij leeftijdsgenoten, dus trok ze op met leerlingen die jonger waren dan zij. Pas in 5 VWO kwamen haar problemen aan het licht. “Ze zat niet lekker in haar vel en trok zich terug”, vertelt Ellen. “Ze keek erg op naar haar zus, die meer vriendinnen had. “Maar dat waren vooral vluchtige vriendschappen. Esther zelf had twee of drie goede vriendinnen. Ook had zij het idee dat ze werd gepest.  Ze worstelde met haar identiteit en had moeite met het ‘volwassen worden’: met de studiekeuze die ze in 6 VWO zou moeten maken en de nieuwe universiteit waar ze naartoe zou gaan. Dan vallen zekerheden weg.”  

Anorexia 

Toen Ellen haar dochter meenam naar de huisarts, omdat zij zich zorgen maakte, zei hij: ‘Of ze is zwanger, of ze heeft anorexia.’ Zowel Ellen als Esther namen dat niet serieus. De signalen duidden er wel op: haar menstruatie bleef uit en ze was mager. “Maar Esther heeft altijd al op het randje gezeten qua gewicht.” Pas later begonnen bepaalde gedragingen op te vallen, zoals het sjoemelen met eten en drinken.  

‘Elk getal op de weegschaal was te veel. Ze wilde niet meer bestaan’ 

Met de overgang naar het HBO, waar Esther pedagogiek ging studeren, ging het pas echt mis. “Ze moest opdrachten in groepjes doen, wat ze ingewikkeld vond door haar autisme. Ook was ze heel perfectionistisch. Niet alleen op school, maar ze wilde ook de perfecte dochter zijn voor ons. Elk getal op de weegschaal was te veel. Ze wilde er niet meer zijn, niet meer bestaan.” Uiteindelijk was haar gewicht zo laag dat ze zich niet meer kon concentreren en de opleiding moest afbreken. Ze werd opgenomen op de kinderafdeling van een ziekenhuis, om vervolgens naar eetstoorniskliniek Rintveld te worden gestuurd. 

“Daar heeft ze zich ‘uit gegeten’”, zegt Ellen. “Na zeven maanden kreeg ze met ontslag, maar binnen no time viel ze terug in haar eetstoornis en ging haar gewicht sterk achteruit. Het was het begin van een lange lijdensweg langs talloze klinieken. Als ze ergens opgenomen werd, stuurden ze haar weg als ze niet voldoende aankwam. Ik weet nog goed dat ze mij huilend opbelde, de eerste dag bij de Ursulakliniek. Ze zei: ‘als ik nu dit bakje vla niet eet, moet ik naar huis’.” Ellens leven, en dat van het hele gezin, stond al die tijd in het teken van de ziekte van Esther: haar wegbrengen en ophalen van de ene naar de andere kliniek. “Ze is heel vaak opgenomen geweest. Het lukte haar die avond om toch een paar hapjes vla te nemen, maar na twee maanden werd ze weer met haar koffers op straat gezet.”  

Suïcidepogingen  

Opnieuw werd ze opgenomen bij Rintveld. “Toen werd ik gebeld dat ze in Driebergen bij het spoor stond.” Het was het begin van tientallen suïcidepogingen. “In het begin laat je alles uit je handen vallen en ga je naar haar toe, maar later was dat niet meer te doen. Je hebt ook nog drie andere kinderen.” Ook begon ze met automutileren (zelfbeschadiging).  

Ze heeft vier maanden in de separeer gelegen en kreeg daar dwangvoeding

Ze ging van kliniek naar kliniek, tot ze in het Centrum Intensieve Behandeling (CIB) in Den Haag kwam; het laatste redmiddel. “Daar heeft ze haar grootste trauma’s opgelopen. Ze heeft vier maanden in de separeer gelegen en kreeg daar dwangvoeding. We mochten maar een kwartiertje op bezoek komen, onder toezicht van een verpleegkundige. Alsof ze ons niet vertrouwden. En als we weggingen, werd niet eens gevraagd hoe het met ons ging. Ze was toen ouder dan 21, dus wij kregen haast geen informatie.”  

Naast anorexia, autisme en chronische suïcidaliteit, kreeg Esther PTSS door de trauma’s die ze had opgelopen in de GGZ. “Esther had al zo lang een doodswens. Toen zij zich in 2011 aanmeldde bij de Levenseindekliniek (inmiddels Expertise Centrum Euthanasie, red) wilden ze haar aanvraag niet in behandeling nemen, omdat ze een RM (rechterlijke machtiging, red) had.  Er was in al die jaren één psychiater die het gesprek over haar doodswens durfde aan te gaan. Dat gaf Esther het gevoel dat haar doodswens gerespecteerd werd.”  

Samenwonen 

In 2018 had Esther een goede periode: ze ging samenwonen met een man die ze via de psychiatrie kende. In het begin leek dat goed te gaan. “Ik hoopte dat dit misschien een keerpunt was”, zegt Ellen. Ook gingen ze met het hele gezin naar Ghana, waar ze een polikliniek en later ook een basisschool hebben opgezet. De ‘goede’ periode duurde niet lang. Esther zou gaan trouwen, maar zegde de bruiloft af. Op zichzelf wonen ging niet, ondanks de intensieve ambulante woonbegeleiding.  

Ik denk dat we moeten erkennen dat ook in de psychiatrie sommige mensen niet beter worden

Steeds meer realiseerde Ellen zich dat het zo niet langer ging. “Ook in de reguliere gezondheidszorg gaan mensen dood. Ik denk dat we moeten erkennen dat het in de psychiatrie ook zo is: sommige mensen worden niet beter. Het had Esther geholpen als haar doodswens eerder serieus was genomen. Je wilt haar niet elke dag zien lijden.” Haar man Rob had er meer moeite mee.  

De bekende psychiater Menno Oosterhoff was de second opinion arts. “Hij gaf Esther eindelijk de erkenning die ze zo graag eerder had gehad. Zijn betrokkenheid was niet meer vanuit zijn werk, maar ook persoonlijk”, vertelt Ellen. “Hij schreef blogs over haar, en is nu bezig met een boek waarin dagboekfragmenten van haar terugkomen.”  

Liederen van Sela 

In al die jaren had Esther veel steun aan het geloof, vertelt haar moeder. “Ze luisterde graag naar Sela. Ook het bekende gedicht Voetstappen in het zand vond ze erg mooi. Ze had een dominee die haar heel trouw bezocht, waar ze ook opgenomen was. Hij is bijna in elke kliniek geweest. Ook in het laatste ‘stuk’ is hij met haar meegelopen. De dag voordat ze euthanasie kreeg, hebben ze nog een wandeling gemaakt.”  

Afscheid nemen kan ook mooi zijn

Toen Esther eenmaal te horen kreeg dat haar euthanasiewens zou worden ingewilligd, gaf dat haar rust: na ruim zeventien jaar strijden, mocht ze eindelijk gaan. In de twee maanden voor haar dood, kwam ze weer thuis wonen, om samen nog zoveel mogelijk tijd door te kunnen brengen. Die tijd ziet Ellen als waardevol. “We gingen naar ons huisje in Zeeland, midgetgolfen, elke ochtend kwam ze even bij ons in bed liggen. We hebben een sleep over gehad met ons hele gezin en films gekeken. Als gezin hebben we een goede tijd gehad.  

Misschien is het gek om te zeggen, maar ook afscheid nemen kan mooi zijn. Iedereen heeft op zijn of haar manier afscheid van Esther genomen, bijvoorbeeld door schrijven, wandelen, film kijken of door te knuffelen. Daar kunnen we nu verder mee”, vertelt Ellen. “Wat ook belangrijk is, is dat Esther in vertrouwen ging. Zo hebben we haar 10 december 2021 in liefde laten gaan. In mijn armen is ze rustig overleden. Haar man Rob en onze zoon Daan zaten naast haar. Ze hielden haar hand vast  en zongen samen: ‘Ik ga slapen ik ben moe ….’ 

Sommige christenen hebben moeite met euthanasie bij psychisch lijden

Ellen haalt een Bijbel tevoorschijn, die vol zit met post-it papiertjes, briefjes en aantekeningen. “Daar was ze wel wat obsessief in. Uiteindelijk hebben we haar een Jeugdbijbel gegeven.” Sommige christenen hebben moeite met euthanasie bij psychisch lijden. “Maar Esther is vol vertrouwen gegaan. Ze wist dat ze welkom was. Ook ik ben daarvan overtuigd. Als een vlinder opgesloten in een glazen pot, zo voelde ze zich.” De rouwkaart heeft ze zelf ontworpen. Op de voorkant kijkt ze met een verlangende blik naar boven, vanaf het strand in Zeeland waar ze zo graag kwam. In de binnenkant is te zien dat de vlinder eindelijk haar vrijheid tegemoet vliegt. 

“De afscheidsdienst was heel mooi; psychiater Menno Oosterhoff kwam aan het woord en onze dominee, die haar wekelijks bezocht, hield een mooie preek, met een verhaal over een vlinder.” Geloof en euthanasie, het hoeft elkaar niet in de weg te staan, vindt Ellen. Nu haar dochter er niet meer is, vindt ze steun in het geloof, ook door andere mensen heen.  

Denk jij aan zelfdoding? Neem 24/7 gratis en anoniem contact op met 113 Zelfmoordpreventie via 0800-113 of chat op 113.nl.

Stichting In Liefde Laten Gaan 

Eind vorig jaar richtte Ellen samen met twee andere moeders, Mirjam Hulzebos en Bianca de Ruijter, een stichting op: ‘In liefde laten gaan’. Deze stichting is bedoeld voor ouders van een kind dat euthanasie vraagt of heeft gekregen vanwege een psychische aandoening. Het doel is het vergroten van begrip en kennis over euthanasie vanwege een psychische aandoening. Met hun stichting willen ze onderling contact bevorderen en voorlichting geven. www.inliefdelatengaan.nl

Euthanasie bij psychisch lijden  

Euthanasie bij psychisch lijden  
Bij een euthanasieverzoek, voortkomend uit psychisch lijden, is extra aandacht nodig voor de vrijwilligheid en weloverwogenheid van het verzoek, de uitzichtloosheid van het lijden en de redelijke andere oplossing. Belangrijke vragen zijn: 

  • Kan de doodswens van de patiënt gezien worden als een vrijwillig, overwogen verzoek of als uiting van zijn of haar ziekte? 
  • Is de situatie uitzichtloos? Zijn er nog redelijke behandelmogelijkheden? 

Naast een reguliere arts (SCEN-arts) die een oordeel geeft over alle zorgvuldigheidseisen, moet er ook een onafhankelijke psychiater worden geraadpleegd, ter beoordeling van de wilsbekwaamheid en de uitzichtloosheid van het lijden van de patiënt. 
Bron: Expertisecentrum Euthanasie

Geschreven door

Hendriëlle de Groot

--:--