
Theologisch Tussendoortje
Leestijd: 2 minDoor Pieter-Jan Rodenburg
Over God praten is niet eenvoudig, en in de kerk klinken allerlei theologische termen: van aartsengel tot zegen. Maar wat betekenen deze begrippen eigenlijk? In deze rubriek legt Visie ze kort uit. Vandaag: het kerkelijk jaar.
“Gelukkig nieuwjaar? Dat zeg ik nooit na 1 december. Ik houd me aan het kerkelijk jaar.”
De kerk heeft haar eigen agenda, en die begint niet op 1 januari of 1 september. Het kerkelijk – of liturgisch – jaar loopt mee met de belangrijkste feesten in het christendom: Kerst en Pasen, Hemelvaart en Pinksteren. Oudejaarsavond valt dan ook niet op 31 december, maar op de avond voor de eerste Advent. Zo loopt het jaar vanuit de verwachting, door het leven van Jezus, naar de laatste zondag van het kerkelijk jaar, waarin protestanten de overledenen herdenken. Iedere periode heeft ook nog z’n eigen kleur (‘liturgische kleuren’). Overigens verschillen de liturgische jaren iets per stroming.

Download gratis de nieuwe Visie-app en lees Visie waar en wanneer je wilt!
Zoals vrijwel alles heeft de kerk dit overgenomen vanuit het jodendom, waar feesten het jaar bepalen, van Pesach tot Purim. Al snel legde het christendom zijn eigen accenten: de sabbat (rustdag) werd de zondag (opstandingsdag). Pas eind vierde eeuw deed Kerst de intrede, en rond de zesde eeuw kreeg het kerkelijk jaar vorm zoals het nu is.
Zoals met alle goede theologie voorkomt het eenzijdigheid: ieder element van God heeft z’n plek in het jaar. Het kerkelijk jaar laat je dat helemaal beleven. Dat vormt je. En met het houden van het kerkelijk jaar ben je ook onderdeel van Gods wereldwijde kerk: een mooie gedachte.
De nieuwtestamenticus N.T. Wright schreef: “Door de ciclus van het kerkelijk jaar te vieren, nemen we deel aan een soort geleefde theologie: we voeren het verhaal van Gods verlossing en onze rol daarin uit.”


Kom op 5 juni naar het grootste worshipconcert van Nederland
Ontdek meer