Ga naar submenu Ga naar zoekveld

Franse slakken en fijnproevers

Hoe een Franse delicatesse Adrian Verbree verloste uit een Nederlandse regenvakantie

De immense Franse supermarkten zijn voor mij een soort pretpark. De visafdeling zwemt je al bij de ingang tegemoet, vers, niet dat hoekje in plastic van onze supermarkten. De kaasafdeling is er een smakenorgel, wijn een universum.

Breng ik door een jaar met slecht karma (de oude mens, u weet wel) noodgedwongen een zomervakantie in eigen land door, dan vind ik de gang naar de supermarkt een inbreuk op mijn vrijheid; het voelt alsof ik alweer thuis ben. Bovendien, delicatessen hebben ze thuis ook niet.

Alhoewel… Met mijn ouders brachten wij, omdat Terschelling met elf man te prijzig werd, een vakantie aan de wal door. Op een camping. Een heel gereformeerde. En nog regen ook. Kan het erger? Geen wonder dat het bleef regenen. Mijn vader werd het, net als ik, zat. Van ellende stelde hij voor in een nabijgelegen stadje wat lekkers te halen.

Wat is lekker? Een zoute haring, een puddingbroodje, patat, een National Geographic. Maar toen zagen wij iets wat onze harten sneller deed kloppen: blikken met het opschrift ‘escargots’. Mijn vader begreep het plaatje, mijn Frans was goed genoeg om te weten dat wij oog in oog stonden met heuse Franse slakken.

'Gij zult doodslaan'

Lees ook de andere column van Adrian Verbree

'Gij zult doodslaan'

Zullen we? Natuurlijk zouden we. Franse slakken in de Nederlandse, gereformeerde miezer, dat is al bijna verlost zijn van je ellende. Dankbaarheid loerde.

Op de camping het blik open gewrikt en ja hoor: daar lagen ze, glibberig en glad in het gelid. Best wel slakken. “Blèh, gaan jullie dat eten?!” “Wat smerig!” “Slakken, getsie!”

Diepe minachting voelden wij voor de cultuurbarbaren die zich familie van ons noemden. Maar ook in ons school iets ongeschoolds; we hadden geen flauw idee hoe je slakken nuttigt; zo goed was mijn Frans nu ook weer niet. Dus nuttigden we ze maar gewoon à la naturel. Rauw en koud. Zelden zoiets smerigs en taais naar binnen gewerkt. Esgarkots. En maar volhouden dat ze heerlijk waren…

Ik ben tegen regen en tegen gereformeerde campings, daarom heb ik ook dit jaar weer vol overtuiging een partij Franse oesters leeg geslurpt. La vie en rose!

Adrian Verbree is predikant, schrijver en voormalig Visie-columnist. Deze zomer neemt hij het stokje van Tijs van den Brink over.

--:--