Navigatie overslaan
Sluit je aan
Uitgelichte afbeelding
© Janita Sassen / EO

Jan Martijn Abrahamse: 'Naar wie kijk je als de wereld wankelt? Jesaja 42 maakt je daar alert op'

De Bijbel Open

Cornel West, de Amerikaanse geleerde en predikant die zijn christelijk geloof verbond met de strijd voor burgerrechten, deed ooit een uitspraak waar ik de laatste tijd vaak aan denk: “Gerechtigheid is hoe liefde er in het openbaar uitziet. Liefde zonder recht is krachteloos; recht zonder liefde is harteloos.”

In de rubriek De Bijbel Open lees je elke week bij Visie een overdenking bij een Bijbeltekst. Jurjen ten Brinke en Jan Martijn Abrahamse wisselen elkaar af.

Precies die spanning vormt de onderstroom van Jesaja 42. Dit hoofdstuk, soms het ‘vijfde evangelie’ genoemd, klinkt op het eerste gehoor teder, maar is in wezen een geladen en politieke tekst. Het gaat over recht in een wereld waar recht vaak ontbreekt, over de botsing van wereldmachten en de vraag wie werkelijk betrouwbaar gezag draagt. In het Hebreeuws begint Jesaja 42 met de oproep ‘kijk!’ (vers 1). We worden alert gemaakt. Er wordt opmerkzaamheid gevraagd. Je moet op de uitkijk staan. De profeet richt onze blik op iemand die namens God optreedt, in wie woord en wandel samenvallen. Iemand die Gods Geest draagt en recht brengt zodat een nieuwe wereld kan ontstaan.

Jesaja 42:1-13

Hier is mijn dienaar, hem zal Ik steunen,
hij is mijn uitverkorene, in hem vind Ik vreugde,
Ik heb hem met mijn geest vervuld.
Hij zal alle volken het recht doen kennen.
Hij schreeuwt niet, hij verheft zijn stem niet,
hij roept niet luidkeels in het openbaar;
het geknakte riet breekt hij niet af,
de kwijnende vlam zal hij niet doven.
Het recht zal hij zuiver doen kennen.
Hij zal niet uitdoven en niet breken
tot hij op aarde het recht heeft gevestigd;
de eilanden zien naar zijn onderricht uit.

Dit zegt God, de HEER,
die de hemel heeft geschapen en uitgespannen,
die de aarde heeft uitgespreid
met alles wat zij voortbrengt,
die de mensen op aarde levensadem geeft,
en levensgeest aan allen die daar verkeren:
In gerechtigheid heb Ik, de HEER, jou geroepen.
Ik zal je bij de hand nemen en je behoeden,
Ik neem je in dienst voor mijn verbond met het volk
en maak je tot een licht voor alle volken,
om blinden de ogen te openen,
om gevangenen te bevrijden uit de kerker,
wie in het duister zitten uit de gevangenis.
Ik ben de HEER, dat is mijn naam.
Ik deel mijn majesteit niet met een ander,
noch de lof die Mij toekomt met een beeld.
Wat eertijds werd voorzegd, is nu vervuld
en Ik kondig jullie nieuwe dingen aan,
nog voor ze ontkiemen zal Ik ze openbaren.

Zing voor de HEER een nieuw lied,
laat zijn lof klinken van de einden der aarde,
jullie die de zee bevaren, en alles wat leeft in zee,
jullie, eilanden, en allen die daarop wonen.
Laat de woestijn en zijn steden hun stem verheffen,
de tentenkampen waar de stam Kedar leeft;
laten de rotsbewoners uitbarsten in gejuich,
luidkeels roepen vanaf de toppen van de bergen.
Laten zij eer bewijzen aan de HEER
en zijn lof verkondigen op de eilanden.

De HEER zal optrekken als een krijgsheld,
als een aanvoerder wakkert Hij de strijdlust aan.
Hij blaast alarm, Hij slaakt een strijdkreet.
Heldhaftig verslaat Hij zijn vijanden.

Scherpe kritiek

Deze figuur is geen spirituele showman die met veel vertoon Gods hulp afroept of proclameert over de straten. Hij is ook geen strategische netwerker die zich omringt met invloedrijke mensen. De bekende woorden over het geknakte riet en de kwijnende vlam zijn geen zachte troost, maar een scherpe kritiek op misplaatst vertrouwen. Jesaja en Ezechiël gebruiken het beeld van de rieten wandelstok voor het misplaatste vertrouwen dat Israël had gehad in de voormalige superkracht Egypte (Jes. 36:6; Ez. 29:6-7). God deelt zijn positie niet (Jes. 42:8).

In het spreken en handelen van deze knecht van God begint iets nieuws. Een frisse wind waait door het leven van blinden, gevangenen en mensen die in duisternis leven. Om dat nieuwe te beschrijven, gebruikt Jesaja twee krachtige, contrasterende beelden: een oorlogsheld en een barende vrouw. Beide doorbreken Gods ervaren afwezigheid. De oorlogsheld staat voor de kracht die nodig is om te bevrijden en recht te brengen; de barende vrouw voor de pijn, volharding en kwetsbaarheid waarmee nieuw leven doorbreekt. Samen laten ze zien hoe Gods recht gestalte krijgt: met overweldigende macht én met geduldige verdraagzaamheid.

'In Hem vind ik vreugde'

Wanneer Jezus bij zijn doop verschijnt, klinken de woorden uit Jesaja opnieuw: “In Hem vind Ik vreugde” (Mat. 3:17; Luc. 3:22). Alsof iedereen die op de uitkijk stond, wachtend op recht, ineens weet waarnaar te kijken. De hymn ‘Turn your eyes upon Jesus’, geschreven door de bijna blinde Helen Howarth Lemmel midden in het geweld van de Eerste Wereldoorlog, vangt dat verlangen in één beweging: ook als ons zicht ontbreekt, blijft Christus “een licht voor alle volken, om blinden de ogen te openen”. Dat wij ook vreugde in Jezus mogen vinden.