
De Bijbel Open
Leestijd: 4 minDoor Jan Martijn Abrahamse
De eerste keer dat je je schoonouders ontmoet, is altijd een vreemd moment. Sommigen van u kunnen het zich vast direct voor de geest halen. Het voelt stuntelig en onwennig en is klassiek voer voor comedyseries.
Maar als de relatie vordert en ‘serieus’ wordt, komt daar nog zo’n moment: hoe spreek je ze aan? Meneer of mevrouw klinkt te afstandelijk, maar zomaar pa of ma, of intiemer, papa of mama zeggen, dat is een voorrecht waar je niet zomaar aanspraak op kunt maken.
Het valt op dat Lucas een andere context aan het ‘Onze Vader’ geeft. Sterker nog, voor Lucas is het alleen ‘Vader’. Waar Matteüs het Onze Vader in de Bergrede ziet als onderdeel van Jezus’ onderwijs over het Koninkrijk, daar begint het bij Lucas met een vraag van zijn leerlingen als zij Jezus zien bidden. Nu was gebedsonderwijs een vast bestanddeel van het leven onder een rabbi. Bij Matteüs staat het gebed in het kader van beperking van woorden, bij Lucas vooral in het kader van Gods bereidheid om zijn kinderen te geven wat ze nodig hebben, in het bijzonder de gave van de heilige Geest.
Je hoeft het bidden niet zelf uit te vinden
Dat woordje Vader is opvallend. Nu betoont God zich ook in het Oude Testament als Vader en meermaals wordt Israël aangeduid als zijn kind. Toch was het voor een Jood in de tijd van Jezus geenszins vanzelfsprekend om God als zodanig aan te spreken. Het spreekt van een hoge mate van intimiteit en vertrouwdheid. Het is de manier waarop Jezus spreekt tot God in het Lucasevangelie. Ook als Hij alleen is in de Hof van Getsemane, als Hij bidt voor de vergeving van zijn vervolgers, en als Hij zich in zijn sterven toevertrouwt aan God (Luc. 22:42; 23:34 en 46). Jezus wijdt ons dus in in zijn persoonlijke omgang met God. Een toenadering die voor de leerlingen uiterst onwennig moet zijn geweest. Mag je zomaar van dat voorrecht gebruikmaken?
Hoe bepalend Jezus’ gebedsleven is geworden voor de christelijke theologie, blijkt wel uit de brieven van Paulus. Ook voor hem moet het een radicale verandering zijn geweest. In de Romeinenbrief werkt hij het Vader-motief uit: “U hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te worden – door Hem roepen wij God aan met ‘Abba, Vader’” (Rom. 8:15).
Ik ben niet zo goed in bidden. Ik zoek vaak naar woorden. Maar de verwondering over het Vader zeggen, en dat ik daarmee ‘instap’ in het leven van Jezus, moedigt me aan. Je hoeft het bidden niet zelf uit te vinden. Jezus reikt ons zijn gebedsleven aan. Hij geeft ons bovendien zijn Geest en zegt: “Bid maar met Me mee, Ik doe het je voor, leun maar op mijn woorden.”


Kom op 5 juni naar het grootste worshipconcert van Nederland
Ontdek meer