
Leestijd: 6 min
Vieren is een diepgeworteld onderdeel van het joodse geloofsleven. In de Bijbel vinden we een rijke waaier aan feesten die niet alleen het ritme van het jaar markeren, maar ook het hart raken van de relatie tussen God en zijn volk. Van het Pesachfeest, dat het begin van de bevrijding uit Egypte markeert, tot het Loofhuttenfeest, dat herinnert aan Gods zorg tijdens de woestijnreis — elk feest vertelt een verhaal van trouw, verlossing en dankbaarheid.
Driemaal per jaar vierden de Joden feest rondom de oogst. Voor die feesten reisden de Joden naar Jeruzalem om in de tempel te offeren. Daarom worden deze feesten ‘pelgrimsfeesten’ genoemd. Het Feest van het Ongedesemde Brood, het Wekenfeest en het Loofhuttenfeest (Deuteronomium 16:16). De feesten staan in de volgorde waarin ze volgens de Joodse indeling van het jaar worden gevierd.
Dit meerdaagse feest, beter bekend onder de naam Pesach, zijn eigenlijk twee feesten: Pesach en het Feest van het Ongedesemde Brood. Het wordt gevierd aan het begin van het oogstseizoen, als de gerst als eerste van de gewassen wordt geoogst.
Op de eerste dag van de week na Pesach bood men de eerste opbrengst van de gerstoogst aan de Heer aan en bracht men speciale offers.
Zeven weken na Pesach werd er opnieuw een offerfeest gehouden, omdat de tarweoogst begon. Als een teken dat de oogst kon beginnen, worden de eerste schoven in de tempel geofferd. Tijdens dit feest herdenkt men ook het ontvangen van de Tora (de Wet) aan de voet van de berg Sinaï.
De zevende maand was een maand vol met vieringen, die voor het grootste deel in Jeruzalem plaatsvonden. Ook deze feesten zijn verbonden met het oogstritme. Het was de afsluiting van alle oogsten, als het graan gedorst en de druiven geperst waren (Deuteronomium 16:13).
Dit feest is niet door God ingesteld, maar herinnert aan een belangrijke historische gebeurtenis in de geschiedenis van Israël. Het Chanoekafeest, dat in december gevierd wordt, gaat terug op een verhaal in het deuterocanonieke boek 1 Makkabeeën. Deze deuterocanonieke boeken behoren niet tot de Hebreeuwse heilige geschriften (de Tenach, ons Oude Testament) en worden ook niet door de protestantse kerken als gezaghebbend erkend. Er zijn wel edities van de Bijbel, waarin ze als extra katern zijn opgenomen. Dit feest van de Tempelwijding herinnert aan de overwinning van het Joodse volk onder leiding van de Makkabeeën op Antiochius IV Epifanes. Het is een lichtjesfeest.
Dit feest is niet door God ingesteld. Poerim (of Poeriem) wordt gevierd ter herdenking van de gebeurtenissen in het bijbelboek Ester. Volgens dat verhaal wilde Haman alle Joden uitroeien die in de burcht van Susa woonden. Ester en haar pleegvader Mordechai ontdekten het plan van Haman en wisten het Joodse volk te redden. Het is een uitbundig feest met verkleedpartijen en overvloedige lekkernijen in het vroege voorjaar.
De overige feesten hebben een andere frequentie dan eens per jaar.
De sabbat valt op de zevende dag van de week. Hij gaat in op vrijdag bij zonsondergang en eindigt op zaterdagavond een uur na zonsondergang. Het is een dag waarop niet gewerkt mag worden, omdat God op de zevende dag rustte van zijn scheppingswerk (Exodus 20:11). De sabbat is een dag van ontspanning en rust. Het Hebreeuwse werkwoord sjavat betekent ook letterlijk ‘rusten’.
Het begin van een nieuwe maand werd gevierd met het zogenoemde nieuwemaansfeest. Waarschijnlijk was het een dag waarop men geen arbeid mocht verrichten en waarop bepaalde offers waren voorgeschreven. In Numeri 28:11-15 staat een voorschrift voor dit feest.
Volgens de bijbelse teksten moet er eens in de zeven jaar een sabbatsjaar worden gevierd. Schulden worden dan kwijtgescholden en het land wordt niet ingezaaid, zodat het tot rust kan komen. Na zeven sabbatsjaren wordt er in het vijftigste jaar een speciaal sabbatsjaar gevierd dat het ‘jubeljaar’ wordt genoemd. In dat heilige jaar krijgen de Israëlitische slaven hun vrijheid terug.

Kom op 5 juni naar het grootste worshipconcert van Nederland
Ontdek meer