
Margje Fikse beleeft haar jeugd opnieuw in de auto: 'Wat heb jij die kachel hier heet staan!'
Column
Leestijd: 3 minDoor Margje Fikse - gastauteur
“Zet me hier maar af, het laatste stukje loop ik wel.” Waar mijn ouders me ook brachten, dit zei ik bijna altijd. Ik schaamde me suf voor onze auto: een oude Mercedes uit de jaren zeventig. Eerst hadden we een donkergroene, later een roomwitte.
De auto viel zo op, dat de mensen meteen wisten: daar komt Fikse aan. Zo werd mijn vader genoemd in Hattem, waar hij bekendstond als boer en later als hengstenhouder en paardenfokker. We woonden op een boerderij midden op het landgoed Molecaten. Dat klinkt prachtig, en dat was het ook, maar zo beleefde ik het toen nog niet. Ik wilde wonen in een gewoon huis, niet op een boerderij. En ik wilde dat mijn ouders een gewone auto hadden, niet zo’n ouwe bak.
Ook vanbinnen was die auto verschrikkelijk. Mijn vader hield ervan om de verwarming zo hoog te zetten, dat je bijna geen lucht kreeg als je instapte. En dan heb ik het nog niet eens gehad over hoe hij reed! Vaak kwam hij met veel vaart op een stoplicht af. Dan hield ik mijn hart vast en schreeuwde: “Rood! Papa, het is rood!” “Ja, dat zag ik wel, hoor”, zei hij dan, en vervolgens vertelde hij die grap van die boer die altijd door rood reed: “Dat doet mijn broer ook altijd”, zei die boer. En als het stoplicht groen was, stopte hij ineens. Waarom? “Mijn broer kan van de andere kant komen!”
Zelf kocht ik rond mijn dertigste mijn droomauto: een klassieker, roomwit, uit de jaren zeventig. Die zoefde over de weg en gaf me het gevoel te zweven. Het was een Mercedes, precies zo eentje als mijn ouders hadden. En trots dat ik was, als ik ergens aankwam!
Laatst stapte mijn dochter bij mij in de auto. “Wat heb jij die kachel hier heet staan! Niet te doen”, mompelde ze, happend naar lucht. Onderweg vroeg ze zich af of ik wel wist dat ik op die ene rijstrook moest rijden en dat ik daar allang had moeten invoegen. Bij het stoplicht riep ze hard: “Rood! Mama, het is rood!” en ik hoorde mezelf zeggen: “Dat zag ik wel, hoor. Ken je trouwens die grap van die boer die altijd door rood reed?”
Margje Fikse vraagt zich af: zijn harde grappen altijd verkeerd?








