Ga naar submenu Ga naar zoekveld

'Naar mijn moeders graf durf ik niet'

Blog van Margje Fikse

Nog één keer ga ik naar haar toe. Mama. Nou ja, naar haar huis. Ik moet door de voordeur, want de achterdeur die altijd – áltijd – open stond, is dicht.

Deel:

Er staat nog één kastje. Verder is het leeg. Ik trek een laatje open. Het handvat maakt het geluid dat ik zó goed ken van als mijn moeder er iets uit haalde.

Ik loop alle kamers door en eindig op de vensterbank achter in het huis. Bij de plek waar we zo vaak zaten. “Ik mis je zo”, zeg ik. Het carillon begint te spelen: ‘Tienduizend redenen tot dankbaarheid’. Typisch iets wat mama zou zeggen: “Ach kind, tel je zegeningen.”

“Ja, mama, ik wil wel dankbaar zijn, maar ik kan het niet. Ik mis je zo.” Als antwoord ruist de wind door de bomen. De zon gaat een beetje schijnen. Nu wil ik wel een superduidelijk teken. Een vogel die neerstrijkt en zijn kopje tegen me aanduwt of zo. Ik zie heel kleine pluisjes of vliegjes dwarrelen. Dat kleine past bij haar.

De dag erna kom ik opnieuw op deze plek. Mijn zus is er al met taart en saucijzenbroodjes. Dat is natuurlijk een rare combinatie, maar onze moeder had niet zoveel met zoet en des te meer met hartig en dan met name met saucijzenbroodjes. Noem het een guilty pleasure. Daar komen mijn broers terug van de notaris. En als laatsten stappen de zoon van mijn zus met zijn vrouw de kamer binnen. We klappen en feliciteren hen; want zij hebben dit huis gekocht en gaan hier wonen met hun jonge kinderen.

Ik verwonder me erover hoe verdriet en blijdschap zo in elkaar kunnen overvloeien. Zo verdrietig als ik hier gisteren rondliep, zo blij voel ik me nu. Dit had mama ook zo geweldig gevonden.

Of ik mijn moeder nog ergens vind? Naar haar graf durf ik niet. Daar staat haar naam in steen gebeiteld. Ik vind haar op een bankje in het bos bij ons in de buurt. Haar bankje. Ik kijk uit over slingerende paden en glooiende weilanden. Hier kom ik tot rust. Twee stieren lopen op me af en kijken me aan. In hun ogen zie ik mezelf weerspiegeld. Het is net of ik mijn moeder zie.

Geschreven door

Margje Fikse

--:--