
Toerist in eigen land
Leestijd: 8 minDoor Gert-Jan Schaap
Nooit van Hemmen gehoord? Dan ben je de enige niet. Toch is dit piepkleine plaatsje – zo’n 180 zielen – een schatkamer vol natuurschoon, historische gebouwen én verrassende verhalen. De lokale kasteeltuin trekt zelfs dik 20.000 bezoekers per jaar. “Meewerken aan deze reportage voelt nogal dubbel: we houden van de rust hier.”
Een schatrijke, kinderloos gebleven en diepgelovige baron stempelde niet alleen het verleden van Hemmen, maar ook het heden. Wilma Bode (56), die ons vandaag rondleidt, woont hier in zekere zin – zoals de meeste Hemmenaren – dankzij hem. “Veel inwoners, onder wie wijzelf, huren hun woning van de stichting die zijn erfenis beheert, of hebben te maken met de erfpacht van de baron”, vertelt de enthousiaste Visie-abonnee thuis aan de keukentafel. Lachend en met een knipoog: “Mijn man en ik beschouwen onze maandelijkse huur eigenlijk als een gift aan kerk en zending.”
Dat zit zo: de zeventiende en laatste heer van Hemmen, de in 1931 overleden baron Frans Godard van Lynden, legde in zijn testament vast dat zijn volledige landgoed (zo’n 725 hectare aan grond, huizen en pacht) moest worden ondergebracht in Stichting Het Lijndensche Fonds voor Kerk en Zending. Dit unieke testament had twee specifieke doelen: het landgoed behouden zoals het is, en kerk en zending blijvend ondersteunen. “De baron zei: ‘Ik heb alles van God gekregen, en wil alles aan Hem teruggeven.’ Mooi hè?”
“Laten we op pad gaan”, stelt Wilma voor. Via een verlaten, zonovergoten weg lopen we richting het nabijgelegen bos. “Hier voel ik me zo vrij als een vogel”, glimlacht ze genietend.
De temperatuur is zomers en terwijl de vogels luidkeels zingen, vallen wij als vanzelf stil.
We slaan een schaduwrijk paadje in. “Zie je daar verderop dat houten bruggetje? Hemmen, gelegen langs de Linge, is rijk aan bruggen en slootjes. Inmiddels zijn bijna alle paden rolstoelvriendelijk gemaakt, dankzij een inzamelingsactie van vrijwilligers. Wij slaan vóór de brug linksaf.”
Onderweg door een tijdloos landschap, vertelt Wilma in geuren en kleuren over de biologische akkers die het dorpje omringen. En over boomgaarden die we passeren, onder meer met appelrassen als de dubbele bellefleur.
Ze wijst onderweg naar wat onkruid. “Zelf noem ik het liever niet-gewenste kruiden. Wij houden er misschien niet van, maar ze zijn essentieel voor vlinders en insecten en dus voor de biodiversiteit.”

Incidenteel stuiten we op andere wandelaars. Verder wat fietsers, en een voorbij tuffende trekker. Slechts één keer knettert een brommertje in de verte voorbij. Wie stilte zoekt, vindt die hier.
“Meewerken aan deze reportage voelt voor mij nogal dubbel”, bekent Wilma lachend. “We houden van de rust hier. Hopelijk wordt het niet opeens loeidruk omdat alle Visie-lezers naar Hemmen komen!”
In de dorpskern kom je geen stoplicht of verkeersdrempel tegen. Wel mooie woningen en markante gebouwen, zoals het voormalige postkantoor uit 1918 en het oude, witte schoolgebouw (nu een dorpshuis). Het eeuwenoude kerkje zullen we later bezoeken.
Tussen knoestige bomen door lopen we richting de kasteeltuin. In de vijver ernaast dobbert een nijlgans. “Met Pinksteren houden we hier, op het gras, elk jaar een oecumenische viering in de openlucht”, vertelt Wilma. “Mooi om als christenen uit verschillende kerken en plaatsen samen te komen.”
De kasteeltuin is dé toeristenmagneet van Hemmen. Hier treffen we twee vrijwilligers: Hemmenaar Jan en (met zomerhoedje) Frits uit buurgemeente Zetten. Jan (74) en Frits (79) zijn zeer actief. “De kasteeltuin is een plek om te genieten”, lacht Frits. Onder het motto Betuwse gastvrijheid serveert Jan, beheerder van de kasteeltuin, koffie met gebak.
“De kasteeltuin is Jans passie”, zegt Wilma. En dat merken we zodra we met Jan en Frits door de tuin dwalen: Jan kent werkelijk álle namen van de bloemen en planten: van de agapanthus tot de salvia nemorosa. “Vroeger was dit de nutstuin van het kasteel”, legt hij uit.
Hoe het middeleeuwse kasteel er ooit uit heeft gezien, weet niemand met zekerheid. Honderden jaren was het in bezit van het adellijke geslacht Van Lynden. Na een verwoestende brand in de achttiende eeuw verrees op diezelfde plek een enorm landhuis, Huis Hemmen. Een maquette ervan is te bewonderen in een omgebouwde zeecontainer naast de kasteeltuin.
Dit strategisch gelegen, monumentale bouwwerk veranderde in de oorlogswinter eveneens in een ruïne, toen de geallieerden het bewust vernietigden met fosformortiergranaten en tanks.
“In de jaren negentig wilde men volkstuintjes van de moestuin maken,” weet Wilma, “maar daar stak Jan een stokje voor. Hij pleitte ervoor er een bloementuin van te maken die gratis toegankelijk is voor publiek. Dat gebeurde.”

“Deze tuin draait volledig op vrijwilligers zoals wij”, zegt Frits. “Inmiddels zijn we met een man of 27.” Er is zelfs een wachtlijst, vult Jan aan. “Wat toch wel uniek is. De tuin draait trouwens financieel dankzij ruim vierhonderd donateurs uit heel Nederland, giften van bezoekers en sponsoren uit het bedrijfsleven.”
De kasteeltuin is een botanische schatkamer, met zeshonderd verschillende soorten en vaste planten, en een bijzondere collectie hosta’s. “Jaarlijks trekt de tuin 20.000 à 25.000 bezoekers”, zegt Jan. Frits schuift zijn zomerhoedje wat naar achteren, en somt op: “Er komen bussen uit Nederland, België, Duitsland, Oostenrijk en soms zelfs Zwitserland.”
Wilma buigt zich over een rode roos, en drukt haar neus ertegenaan. “Heerlijk…”
We verlaten de tuin en lopen naar een nabijgelegen brug, met uitzicht op de idyllische vijver. “Dit is een favoriete plek voor bruidsparen”, zegt Wilma. “Bijna wekelijks zijn hier fotoshoots.”
Wat we zelf kunnen doen voor de wereld, moeten we doen
Na een lunch onder de parasols van Brasserie Heerlijkheid duiken we de koele dorpskerk in.
Jan, die de sleutel heeft, opent de deur voor ons. Hij wijst naar de tekst in de verweerde gevelsteen. ‘Hier wordt de rust geschonken’: een regel uit Psalm 36 in de oude berijming.
In dit middeleeuwse godshuis trekken gebrandschilderde ramen de aandacht. Er valt gedempt licht doorheen. “Samen verbeelden deze glas-in-loodramen het verhaal van Jezus’ leven en Pinksteren”, vertelt Jan. De oorspronkelijke ramen zijn in de jaren dertig van de vorige eeuw geplaatst, maar die sneuvelden in de oorlog. Gelukkig konden ze naderhand identiek worden vernieuwd.”
Naast de kerk vinden we het graf van de kinderloos gestorven baron, de laatste heer van Hemmen. Wilma: “Dankzij het fonds dat zijn nalatenschap beheert, kan dit hervormde kerkje – waar op zondag zo’n veertig mensen komen – nog altijd een eigen predikant betalen. Plus de bijbehorende pastorie. In de statuten van Stichting Het Lijndensche Fonds voor Kerk en Zending is vastgelegd dat deze kerk altijd open moet blijven, en dat er altijd een predikant of pastoraal werker moet zijn.”
Even later bezoeken we Wilma’s pluktuin, recht tegenover de kasteeltuin. Die is nu nog grotendeels ‘woest en ledig’. Maar in gedachten – het is nu juni – ziet Wilma de bloemenzee al voor zich die hier in de zomer te bewonderen is.
Pluktuin Hemmen is uitgegroeid tot een begrip in de wijde omgeving. In het bloeiseizoen kun je hier een mooi boeket ‘slow flowers’ oogsten.
“Mijn tuin draait om eenjarige bloemen, die in het voorjaar worden gezaaid en in de zomer bloeien. ’s Winters bied ik geen verse bloemen aan, alleen droogbloemen. Ik laat geen verse invliegen uit bijvoorbeeld Ethiopië, Kenia of Israël. Mijn motto? Wat we zelf kunnen doen voor de wereld, moeten we doen.”
Sinds maart is Wilma’s pluktuin officieel gecertificeerd als biologisch: ze kweekt zonder gif, om de biodiversiteit en de volksgezondheid te beschermen. “Op plekken waar pesticiden worden gebruikt, zien artsen opvallend méér patiënten met parkinson… Daarom zouden lokale en onbespoten bloemen de norm moeten zijn, óók in bloemenwinkels.”
Wilma noemt haar pluktuin aan de Veldstraat “een uit de hand gelopen hobby”.
In 2020 kreeg ze zeer zware migraineaanvallen, waardoor ze twee jaar lang drie dagen per week op bed moest liggen. Nieuwe medicatie hielp haar vanaf 2022 de weg naar herstel te vinden. In diezelfde tijd vroeg ze een lokale boer of ze één bed van zijn biologische tuinderij mocht gebruiken om er bloemen te gaan kweken. “Het was mijn uitlaatklep: hier kon ik de wereld weer even aan.” Lachend: “Inmiddels zijn het twaalf bedden, van elk honderd meter lang. Prachtig dat ik hiermee onderdeel ben van het grotere biologische ecosysteem van Hemmen.”
Via een onopvallende doorgang in de heg (met een ‘verboden toegang voor onbevoegden’-bordje) verlaten we de pluktuin, en staan we weer precies op de plek waar we begonnen: Wilma’s erf. “Ik heb in mijn leven op veel verschillende plekken gewoond,” zegt ze, “maar Hemmen is gewoon niet te verslaan. Hier vonden mijn man en ik alles wat we maar wensten, als het gaat om rust, natuur en het leven met de seizoenen. Nou, hopelijk tot ziens!”

