
Toerist in eigen land
Leestijd: 8 minDoor Sven Verveld
Windesheim, dat is die hogeschool toch? Laat dát de inwoners van het gelijknamige dorp maar niet horen. Al vijfduizend jaar wonen er mensen in dit gehucht langs de IJssel, vlak onder Zwolle.
“Natúúrlijk mag je even binnenkijken”, zegt Theo, terwijl hij zijn voordeur openzwaait. De boerderij waar hij woont, staat bol van de geschiedenis en daarom mag een bezoek aan zijn onderkomen niet ontbreken bij een dagje Windesheim. Theo heeft er net een vliegreis van negen uur uit Kenia op zitten, hij is erg moe. Maar, zegt hij, “de deur staat altijd open.”
Dit is precies wat je ervaart in Windesheim: contact en gezelligheid. Want een spontane ontmoeting gaat een inwoner zelden uit de weg. Vandaag word ik niet rondgeleid door één, maar door een vijftal gidsen. We ontmoeten elkaar in de bovenzaal van de plaatselijke hervormde kerk, mét versgebakken appeltaart van het kostersechtpaar Inge en Wim Verweij. “Eigenlijk zijn we geen zelfstandig dorp, maar vallen we onder de gemeente Zwolle”, legt Inge uit. En dat blijkt een heikel punt voor Windesheimers te zijn. Door de uitbreiding aan de zuidkant van Zwolle komt ‘de grote stad’ namelijk steeds dichterbij. “Wij willen ons eigen karakter behouden en niet opgeslokt worden door de stad.” Vanuit de ramen in de bovenzaal zijn de Zwolse huizen momenteel nog niet te zien aan de horizon. “Maar wie weet, later misschien wel. Ik hoop het absoluut niet”, zegt Inge.
Vanuit de bovenzaal begeleiden Wim en Inge mij via een stalen trap naar de kerkzaal. Het is hier één brok geschiedenis, vertellen ze. “En dat heeft alles te maken met het klooster dat hier vanaf 1387 stond”, legt Wim uit, terwijl hij door een zware eiken deur de zaal betreedt. Hij geeft vaker rondleidingen in de kerk. “Veel van het oude kloostercomplex is verloren gegaan, maar het bruisende hart van de gemeenschap is tot op de dag van vandaag bewaard gebleven: de brouwerij. En daar sta je nu in.” De oude brouwerij is in 1632 – tijdens de Reformatie – omgebouwd tot kerkzaal.
Of de kerk ook bruist? “We zijn een grijze gemeente, maar krijgen veel aanwas van buiten het dorp. Mensen zijn op zoek naar een traditionele kerkdienst met orde en rust. Dat kunnen we ze hier bieden.” Wim beklimt een houten trap achter in de zaal en neemt plaats achter een indrukwekkend pijporgel. Even zweven zijn handen boven de klavieren, dan zet hij in en laat hij een prachtige psalmbewerking horen. “Door het hoge plafond galmt het hier zo heerlijk.”
Als de laatste klanken zijn weggestorven, zwaait hij zijn benen weer over de orgelbank en loopt naar de rand van het balkon. “Zie je daar dat klankbord hangen?” Hij wijst naar de houten kap boven de preekstoel. “Die hebben we gekregen van Hogeschool Windesheim. Tijdens de restauratie in 1986 schonk de school die aan de kerkelijke gemeente, als blijvende verbintenis tussen de school en onze kerk.”

Wim daalt de trap weer af en wandelt richting het kerkplein. Daar staat Christiaan Baan op ons te wachten. Tot 2023 woonde en werkte deze predikant in Israël, maar met het uitbreken van de oorlog keerde hij met zijn gezin terug naar Nederland. “In 2024 besloten we definitief in Nederland te blijven en stelde ik mij beroepbaar. Ik kom oorspronkelijk uit Zuid-Holland en ik bad tot God of hij mij niet verder dan Zwolle wilde plaatsen. Nou,” grinnikt Christiaan, “Hij had nog een mooi plekje voor mij, vijf kilometer onder die stad.”
Waar Christiaan echt enthousiast van werd tijdens het beroepingsproces, was een project dat in het dorp in de pijplijn zat: het starten van een nieuwe bierbrouwerij. Ditmaal niet in een hal, maar in een kleine bovenkamer van een grote loods. Vanaf het kerkplein is het nog geen minuut wandelen naar de ingang, waar eigenaar Gerard net het laatste restje koffie uit zijn kopje drinkt. Zijn koffie-aanbod slaan we vriendelijk af, wij willen graag de brouwerij in. Dat is uiteraard geen enkel probleem en nog geen halve minuut later brommen de tl-balken boven onze hoofden en stappen we het brouwlokaal binnen. Geen luxe brouwerij met grote vaten, maar slechts een klein keukentje met verschillende koelkastjes en werkbanken. Door de Windesheimer geschiedenis te verbinden met de brouwerij en de kerk, hoopt Christiaan dat er ruimte komt voor een goed gesprek.
Het concept van deze brouwerij? “Een paar vaste vrijwilligers houden de boel draaiende”, legt Christiaan uit. “Zij mogen zich over een tijdje brouwmeester noemen. Momenteel zijn er zo’n twintig vrijwilligers, maar we hopen steeds meer mensen te verwelkomen om het vak te leren. Het is ook een manier om Windesheim op de kaart te zetten.”
En dat laatste bedoelt hij letterlijk. Want de biertjes die gebrouwen worden, staan binnenkort bij verschillende horeca in de buurt op de menukaart. Christiaan opent een van de koelkasten en haalt er een bruin flesje uit. “Dit is ons vlaggenschip: de Thomas Tripel, vernoemd naar Thomas a Kempis, een belangrijke kloosterling. We hebben ook een alcoholarme variant: de nuchtere Johannes, vernoemd naar zijn broer. Hij woonde hier in het klooster.”
Iemand die veel, héél veel, van de historie van het dorp weet, is René van der Have. Hij is onze volgende gids, en staat al kletsend met de loodseigenaar op ons te wachten. De regen komt intussen met bakken uit de hemel, en hij zoekt op zijn sandalen beschutting onder een afdakje bij de loods. “Eigenlijk wilde ik je rondleiden in de natuur hier, maar dat gaat zo niet, ben ik bang”, zegt René.
Eén ding is zeker: geschiedenis genoeg hier
Gelukkig heeft hij nog een ander plannetje en terwijl we in rap tempo door de natte straten lopen, dist René de ene na de andere wetenswaardigheid op. “In dat huis woonde vroeger een smid”, wijst hij. En even verderop: “Hier stond zeshonderd jaar geleden een ziekenhuis. En zie je dat kleine pandje? Daar woonde een olympisch atlete.”
Dan staat René ineens stil. “Híér woont Theo Tobé”, zegt hij, terwijl zijn sandalen inmiddels doorweekt zijn. We staan pal voor een oude boerderij, volgens René de oudste van heel Salland, de streek waar Windesheim bij hoort. “De vroegere provinciale overleggen vonden hier plaats”, zegt hij, als hij op de deurbel drukt. Even later staat de goedlachse Theo in de deuropening, die ons ondanks zijn jetlag overlaadt met boeiende verhalen over zijn boerderij en de omgeving. “Je kunt concluderen dat Windesheim in dit gebied het middelpunt van zowel de kerk als de staat was”, zegt hij.
Terwijl ons hoofd bijna duizelt van alle verhalen, nemen we afscheid van Theo en wandelen we langzaam terug richting de kerk, onderdeel van het voormalig klooster. René vertelt dat het een moederklooster was, dat de leiding had over ongeveer honderd andere kloosters. Jaarlijks was er een grote vergadering en kwamen vertegenwoordigers uit binnen- en buitenland naar Windesheim. “Dat moet vast en zeker een groot evenement zijn geweest. Het blijft best wel een mysterie hoe groot het kloostercomplex precies geweest is. Er zijn veel gebouwen verloren gaan helaas. Maar als je hier gaat graven, vind je waarschijnlijk genoeg. Eén ding is zeker: geschiedenis genoeg hier.”
Er is nóg iets wat René wil laten zien. We nemen een korte omweg langs de oude pastorie. De huidige bewoner is aan het verbouwen, maar hij vindt het prima dat we een kijkje nemen in zijn woning. “We willen vooral even kijken in de kelder”, verduidelijkt René. We klimmen een steil trappetje af en belanden in een kelder die dateert van de late middeleeuwen. “Een typische kloosterkelder, met een gewelf dat naar één punt loopt. Dit is slechts een klein gedeelte, maar we vermoeden dat deze ruimte vroeger doorliep tot een naastgelegen boerderij, zo’n vijfentwintig meter verderop.”
Vanuit de koele kelder zoeken we een warmere plek op: de Windesheimer molen, de laatste stop voor vandaag. Nog voor we goed en wel binnen zijn, loopt het water ons al in de mond: we ruiken pannenkoeken! Gebakken door de vrouw van molenaar Rini met meel van de molen. En wat is er nu lekkerder dan een pannenkoek met jam van de buurtboomgaard! “Als het droog was gebleven, had ik jullie daar ook nog mee naartoe genomen”, zegt René, voor hij een hap van zijn pannenkoek neemt.
Als we ons hebben volgegeten, zijn de pannenkoeken bij lange na niet op, en dus krijgt dominee Christiaan een stapel mee voor zijn kinderen. “De schaal neem je maar mooi mee hoor, die komt wel een keertje terug”, roept Rini vanaf de meelzolder. Ook dat is Windesheim: vertrouwen in je medebewoners en nabuurschap.

