Ga naar submenu Ga naar zoekveld

‘Ik had me nooit zo gerealiseerd hoe intens gemeen Joden door de eeuwen heen werden behandeld’

Harriët maakt Joodse begraafplaatsen schoon

26 juni 2022 · Leestijd 6 min

Harriët Tamminga realiseert zich terdege dat zij niets kan doen aan de misdaden die het Joodse volk in het verleden zijn aangedaan. Toch wil zij iets doen om dit leed voor hen te verzachten. Ze zet zich daarom, samen met vele vrijwilligers, in voor de Stichting Boete en Verzoening en maakt, in binnen- en buitenland, Joodse begraafplaatsen schoon en restaureert indien nodig grafzerken.

De vierenzeventigjarige Harriët groeide op in het Twentse Oldenzaal. “Ik hield al jong van Jezus en wist dat het Joodse volk door Jezus geliefd is; het is Zijn familie. Voor mij was het daarom heel logisch om van hen te houden en mee te leven als hen onrecht werd aangedaan. Op de markt van Oldenzaal stond een synagoge die door de gemeente werd gebruikt als opslagruimte. Ik vond het als jong meisje heel erg dat deze synagoge niet werd gebruikt waarvoor hij oorspronkelijk was bedoeld.” Als Harriët in 2003 leest dat er wordt schoongemaakt op de Joodse begraafplaats van Oldenzaal, bedenkt zij zich geen moment; ze neemt twee dagen vrij van haar werk en meldt zich aan om mee te helpen op de begraafplaats.

“Als kind fascineerde deze ommuurde begraafplaats, met zijn grafzerken vol mysterieuze tekentjes mij al. Ik vond het dan ook heel bijzonder dat ik de letters op de grafzerken weer zichtbaar kon maken en de graven mocht schoonmaken.” Ondanks dat zij weet dat zij er persoonlijk niets aan kan doen dat het Joodse volk door de eeuwen heen zoveel te lijden heeft gehad, voelt zij een diepe pijn en schaamte voor het feit dat juist de kerk het Joodse volk zoveel onrecht heeft aangedaan. “De kerk was van mening dat het Joodse volk was afgeschreven, nadat zij Jezus hadden gekruisigd en dat de beloften van God niet meer voor hen golden.” 

Ik kreeg sterk het gevoel dat ik iets voor hen moest doen

Sinds zij betrokken is bij de Stichting Boete en Verzoening, heeft Harriët ontdekt hoe weinig zij eigenlijk wist over het leed dat de Joden is aangedaan. “Ik wist veel over de Shoah (systematische Jodenvervolging en genocide door de nazi`s, red.), maar had me nooit zo gerealiseerd hoe intens gemeen Joden in de eeuwen ervoor werden behandeld.” Het was bijvoorbeeld tijdens de joodse Pesachmaaltijd de gewoonte om de voordeur open te laten staan, zodat de profeet Elia binnen kan komen. “Het gebeurde soms dat kerkmensen door hun voorgangers werden opgezweept (het was ook de tijd van Pasen), om juist dan de huizen van Joodse mensen binnen te vallen, hen af te tuigen en hun huizen kort en klein te slaan.”

Dit is één van de ontelbare voorbeelden van het onrecht dat Joden is aangedaan. “Toen ik tot me door liet dringen wat zij allemaal hadden meegemaakt en wat de rol van christenen daarin was geweest, realiseerde ik me pas echt wat deze mensen met zich mee moesten dragen. Ik kreeg sterk het gevoel dat ik iets voor hen moest doen, als boete en verzoening. Ik wilde het Joodse volk de erkenning geven die zij verdienden en meldde mij als vrijwilliger aan bij de Stichting Boete en Verzoening. Dit is inmiddels alweer vele jaren geleden.”

IMG_2423

Boete en Verzoening

Het doel van de Stichting Boete en Verzoening is christenen in Europa bewust maken van het feit dat - het Joodse volk in de eerste plaats, maar ook aan anderen - nakomelingen van tot slaaf gemaakten, volken van de oud-koloniën en moslims - in het verleden veel kwaad is aangedaan. “De stichting roept christenen op tot gebed en daden van verzoening, om zo het verwijt tegen christenen uit hun hart weg te nemen, zodat hun én ons gebed, niet langer belemmerd wordt.”

De stichting wil mensen ervan doen doordringen dat het niet om een aantal incidentele fouten is gegaan, maar om de algemene opvatting dat Joden tweederangs mensen zijn. “Het Joodse volk werd beschuldigd van Godsmoord en door de kerk gezien als verworpenen van God en daarom zonder toekomst. Ze kregen de schuld wanneer er rampen waren die landen en steden troffen. Keer op keer werden zij verbannen, beroofd en zelfs vermoord.” De stichting betreurt deze wandaden die het Joodse volk eeuwenlang in de naam van Jezus zijn aangedaan. “Wij herroepen daarom de vooroordelen, haat, hebzucht en hoogmoed en al het geweld dat tegen de Joden is gepleegd en nog steeds wordt gepleegd”, legt Harriët, die als bestuurslid bij deze stichting werkzaam is, uit.

Grafstenen zijn voor Joodse mensen zoiets als een identiteitsbewijs

Bij Joden staan begraafplaatsen in veel hoger aanzien dan bij christenen. Doordat veel Joodse gemeenten na de oorlog werden opgeheven, besloot de stichting bij het onderhouden van de Joodse begraafplaatsen te helpen. “Voor ons is dit een sterk bewijs van ons verlangen naar verzoening. Je kunt christen worden door een persoonlijke keuze voor Jezus, maar Jood ben je door afstamming. De band met het voorgeslacht is daardoor veel sterker. Hun graven mogen niet worden geruimd en worden generaties lang trouw bezocht. De grafstenen zijn voor Joodse mensen zoiets als een identiteitsbewijs, omdat veel Joodse archieven in het verleden zijn vernietigd. Een grafsteen is voor hen het bewijs van hun geschiedenis.”

Harriët vertelt dat, toen de stichting vijfenveertig jaar geleden voor het eerst hun hulp aanbood, de Joodse mensen in de eerste instantie erg wantrouwig waren. “Een paar voormannen uit de Joodse gemeenschap hebben voor ons gepleit en geprobeerd het wantrouwen weg te nemen. Nu, decennia later, is de situatie zodanig dat onze hulp standaard wordt ingeroepen wanneer een opknapbeurt nodig is of wanneer er iets gebeurt op een Joodse begraafplaats. Als er sprake is van vandalisme of er valt tijdens een storm een boom om, worden wij gevraagd om te helpen. De voorman van de stichting, Kees Sybrandi, is zelfs op aanvraag van Opperrabbijn Binyomin Jacobs officier in De Orde van Oranje-Nassau geworden, voor zijn niet aflatende inzet ten behoeve van het joodse volk.  Dat geeft wel aan dat de Joodse gemeenschap blij is met wat wij doen.”

De werkgroep wil geen betaling ontvangen voor wat zij doen. “Toch willen Joodse mensen graag laten blijken dat ze waarderen wat wij doen. Om hun dankbaarheid te uiten komen zij als wij bezig zijn met zelfgebakken koekjes of trakteren ze ons op ijsjes.”

Omdat ze hard op zoek zijn naar nieuwe vrijwilligers en bestuursleden, roept Harriët op om mee te helpen met de Stichting Boete en Verzoening. Meer informatie vind je op: www.boete-verzoening.nl

Geschreven door

Rita Maris

--:--